Toelichting bij COM(1999)594 - Harmonisatie van nationale wetgeving inzake de productie, de presentatie en de verkoop van tabaksproducten, -

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.

1. Inleiding

Doel van dit voorstel voor een richtlijn is drie bestaande interne-marktrichtlijnen inzake het teergehalte van sigaretten, tabak voor oraal gebruik en de etikettering van tabaksproducten te herzien en de bepalingen van deze richtlijnen in het licht van nieuwe wetenschappelijke ontwikkelingen en met het oog op de voltooiing van de interne markt aan te vullen en te vervolledigen, uitgaande van een hoog niveau van bescherming van de volksgezondheid.

Rechtsgrond



Het voorstel is gebaseerd op artikel 95 van het Verdrag en gaat uit van een hoog niveau van bescherming van de volksgezondheid. Voorts wordt rekening gehouden met problemen in verband met de volksgezondheid waarvan de lidstaten en een aantal wetenschappelijke autoriteiten de Commissie in kennis hebben gesteld (artikel 95, lid 8).

1.

3. Teer


Doel van het voorstel is het teergehalte van sigaretten in het verlengde van Richtlijn 90/239/EEG van de Raad i verder te verlagen. Daarom wordt voorgesteld het teergehalte van sigaretten die in de lidstaten worden verkocht, geproduceerd of in het vrije verkeer gebracht, met ingang van 31 december 2003 (of 3 jaar na de datum van goedkeuring) tot maximaal 10 mg per sigaret te beperken. Het is in dit verband niet onbelangrijk erop te wijzen dat het gevaar voor longkanker toeneemt naarmate rooktabak meer teer bevat. Rokers moeten zich er echter van bewust zijn dat alle sigaretten schadelijk voor de gezondheid zijn en dat het daarom beter is te stoppen met roken dan over te schakelen op sigaretten met een laag teergehalte, die nog andere schadelijke en ongezonde stoffen bevatten. De verlaging van het maximale teergehalte van sigaretten in de Gemeenschap staat hoe dan ook borg voor een betere bescherming van de volksgezondheid en ligt ten grondslag aan een algemeen toepasbare interne-marktregel.

Vanwege een aantal specifieke sociaal-economische problemen geldt voor de Helleense Republiek nog steeds een afwijking: pas met ingang van 31 december 2006 (of 6 jaar na de datum van goedkeuring) moet het maximale teergehalte er tot 10 mg per sigaret worden beperkt.

2.

4. Nicotine


Uit de antwoorden van de lidstaten op vragen van de Commissie (waarop in het verslag van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's over de vooruitgang in verband met de bescherming van de volksgezondheid tegen de schadelijke effecten van tabaksgebruik i uitvoeriger is ingegaan) blijkt dat de nationale wetgeving van een aantal lidstaten een grenswaarde voor het nicotinegehalte van sigaretten oplegt. Andere lidstaten vragen daarentegen een dergelijke grenswaarde op communautair niveau vast te leggen. Dat er in de interne markt met betrekking tot een op zo grote schaal verhandeld product verschillende wettelijke voorschriften bestaan, vormt duidelijk een probleem, te meer omdat tabak ernstige negatieve gevolgen voor de gezondheid van de consumenten heeft - de Wereldgezondheidsorganisatie schat dat jaarlijks meer dan 500 000 mensen in de Europese Unie aan de gevolgen van tabak overlijden. Bij gebrek aan communautaire voorschriften zijn de nationaal vastgelegde grenswaarden voor nicotine weinig doeltreffend. Het gebrek aan degelijke wettelijke voorschriften heeft verstrekkende gevolgen, vooral omdat nicotine een verslavende stof is die ertoe leidt dat rokers verslaafd raken aan tabak en minder gemakkelijk met roken kunnen stoppen. Daarom wordt voorgesteld het nicotinegehalte van sigaretten die in de lidstaten verkocht, geproduceerd of in het vrije verkeer worden gebracht, met ingang van 31 december 2003 (of 3 jaar na de datum van goedkeuring) tot maximaal 1 mg per sigaret te beperken.

3.

5. Koolmonoxide


In oktober 1996 heeft het Comité van vooraanstaande kankerdeskundigen van de Commissie in Helsinki een aanbeveling aangenomen (zie de bijlage bij de mededeling van de Commissie betreffende de huidige en voorgestelde rol van de Gemeenschap bij de bestrijding van het tabaksgebruik i) waarin wordt aangeraden niet alleen het maximale teergehalte van sigaretten te verlagen en een grenswaarde voor het nicotinegehalte van sigaretten vast te leggen, maar ook een grenswaarde voor het koolmonoxidegehalte van sigaretten in te voeren. Een dergelijke maatregel lijkt niet overbodig in het licht van wetenschappelijke gegevens waaruit blijkt dat er een verband bestaat tussen de aanwezigheid van koolmonoxide in sigaretten en het feit dat veel rokers aan hart- en vaatziekten lijden of er de eerste symptomen van vertonen i. Vast staat in elk geval dat tabaksgebruik niet alleen kanker maar ook hart- en vaatziekten veroorzaakt. Bovendien kan koolmonoxide door de placentawand dringen en de zuurstofopname van foetussen in de baarmoeder aantasten. Gevolg is dat koolmonoxide ertoe bijdraagt dat het aantal foetale afwijkingen en baby's met een laag geboortegewicht toeneemt i. In tegenstelling tot de lidstaten hebben een aantal derde landen wel grenswaarden voor het koolmonoxidegehalte van sigaretten vastgelegd. Enkele lidstaten voorzien wel in een rapportageprocedure. Opgemerkt zij ook dat vóór de toetreding van Zweden en Finland tot de Europese Unie in beide landen grenswaarden voor het koolmonoxidegehalte bestonden en het koolmonoxidegehalte verplicht op sigarettenverpakkingen moest worden vermeld. Om een hoog niveau van bescherming van de volksgezondheid te waarborgen, moet net als voor het teer- en nicotinegehalte van sigaretten ook voor het koolmonoxidegehalte een grenswaarde worden vastgelegd die aansluit bij de in punt 3 en 4 genoemde grenswaarden. Concreet betekent dit dat het koolmonoxidegehalte met ingang van 31 december 2003 (of 3 jaar na de datum van goedkeuring) tot maximaal 10 mg per sigaret moet worden beperkt.

4.

6. Meetnormen


Voorgesteld wordt om de bovengenoemde grenswaarden te meten volgens de meetmethoden van de Internationale Organisatie voor Normalisatie (ISO). Deze meetmethoden vullen de in de bestaande communautaire Richtlijnen 89/622/EEG i, 90/239/EEG i en 92/41/EEG i (de richtlijnen inzake het maximale teergehalte van sigaretten en de etikettering van tabaksproducten) vermelde meetmethoden aan.

5.

7. Andere schadelijke stoffen


Voorgesteld wordt niet alleen het teer-, nicotine- en koolmonoxidegehalte van sigaretten te meten, maar de tabaksproducenten en -importeurs te verplichten op verzoek van de lidstaten alle door de bevoegde nationale autoriteiten voorgeschreven tests uit te voeren om na te gaan welke hoeveelheid andere stoffen hun tabaksproducten (opgesplitst naar merk) produceren. Doel van deze bepaling is de lidstaten in staat te stellen te controleren welke voor de volksgezondheid relevante stoffen (bijvoorbeeld specifieke chemische verbindingen en de hoeveelheden ervan) in verbrande of onverbrande vorm in tabaksproducten aanwezig zijn. Het voorstel bepaalt dat de lidstaten het fabrieksgeheim moeten beschermen van alle krachtens deze bepaling verstrekte informatie.

6.

8. Etikettering


De bestaande communautaire bepalingen inzake de etikettering van tabaksproducten i kunnen in twee groepen worden verdeeld: enerzijds moet het teer- en nicotinegehalte van sigaretten op alle sigarettenverpakkingen worden vermeld, anderzijds zijn er een aantal waarschuwingen die op de verpakking van alle tabaksproducten moeten worden aangebracht om de consumenten attent te maken op de gevaren van tabaksgebruik voor de gezondheid.

9. __________

Om de consumenten nog beter te informeren over de schadelijke bestanddelen van sigaretten, wordt met betrekking tot de eerste groep bepalingen (zie punt 8 hierboven) voorgesteld niet alleen het teer- en nicotinegehalte, maar ook het koolmonoxidegehalte op alle sigarettenverpakkingen te vermelden. Momenteel moet het gehalte van deze stoffen enkel op sigarettenverpakkingen worden vermeld en het voorstel brengt hierin geen verandering. Het is namelijk zo dat op internationaal vlak nog geen standaardmethode is ontwikkeld om het teer-, nicotine- en koolmonoxidegehalte van andere tabaksproducten dan sigaretten te meten. Wel is er enig onderzoek naar het teer-, nicotine- en koolmonoxidegehalte van shag en sigaren gedaan en uit de onderzoeksresultaten blijkt dat deze producten wel eens aanzienlijk meer teer, nicotine en koolmonoxide zouden kunnen bevatten dan sigaretten. Bij gebrek aan een internationaal erkende meetmethode is het echter vooralsnog onmogelijk de tabaksproducenten en -importeurs ertoe te verplichten het teer-, nicotine- en koolmonoxidegehalte ook op de verpakking van andere tabaksproducten dan sigaretten te vermelden.

10. __________

Met betrekking tot de tweede groep bepalingen (zie punt 8 hierboven) wordt voorgesteld rekening te houden met bij de toepassing van de bestaande communautaire bepalingen opgedane ervaring i en met nieuwe en relevante wetenschappelijke gegevens in verband met de gebieden die onder de waarschuwingen vallen, en de aard en samenstelling van de groep rokers in de Europese Gemeenschap. Doel is ten behoeve van de tabaksconsument de presentatie, de duidelijkheid en de inhoud van de gezondheidswaarschuwingen te verbeteren en het effect en de zichtbaarheid ervan te verhogen.

11. __________

Derhalve wordt voorgesteld de gezondheidswaarschuwingen in zwarte letters op een met een zwarte rand omgeven witte achtergrond aan te brengen. De bedoeling is een aantal tamelijk frequent voorkomende problemen te vermijden die zich bij de toepassing van de bestaande communautaire bepalingen voordoen wanneer de waarschuwingen op een niet-contrasterende achtergrond worden aangebracht.

12. __________

Voorgesteld wordt op de verpakkingen meer plaats voor waarschuwingen in te ruimen. Concreet betekent dit dat op de voorkant een algemene waarschuwing (gekozen uit een lijst van twee) en op de achterkant een bijkomende waarschuwing (gekozen uit een lijst van vijf) moet worden aangebracht. Op de verpakking van sigaretten moet bovendien het teer-, nicotine- en koolmonoxidegehalte worden vermeld.

13. __________

Voorgesteld wordt de inhoud van de gezondheidswaarschuwingen te herzien. De bedoeling is de aandacht van de consument te vestigen op het verband tussen roken en bepaalde ziekten en op de specifieke gevaren van tabak voor zwangere vrouwen. Voorts leggen de gezondheidswaarschuwingen de nadruk op de verslavende werking van tabak.

7.

14. Tabak voor oraal gebruik en niet voor roken bestemde tabak


Op grond van de Toetredingsakte van Zweden geldt het verbod op het in de handel brengen van tabak voor oraal gebruik i niet voor Zweden en het voorstel brengt hierin geen verandering. De krachtige waarschuwing ('Veroorzaakt kanker') die krachtens Richtlijn 92/41/EEG op de verpakking van niet voor roken bestemde tabaksproducten (bijvoorbeeld snuiftabak) en tabaksproducten voor oraal gebruik moet worden aangebracht, is vanuit wetenschappelijk oogpunt echter niet langer houdbaar. Daarom wordt voorgesteld deze waarschuwing door een meer algemene waarschuwing te vervangen die de gezondheidsrisico's van deze producten - die slechts op zeer beperkte schaal in de Gemeenschap worden geconsumeerd - beter weergeeft zonder naar de specifieke producten te verwijzen die krachtens een bestaande richtlijn niet in de handel mogen worden gebracht, althans niet wanneer vaststaat dat zij bepaalde vormen van mondkanker kunnen veroorzaken en de consument kunnen aanzetten tot roken ten gevolge van de nicotine die zij bevatten i.

15. __________

Wettelijk erkende antirookmiddelen (bijvoorbeeld nicotinepleisters, inhaleertoestellen en kauwgum) die eventueel nicotine bevatten en in de Europese Gemeenschap aan farmaceutische goedkeuringsprocedures onderworpen zijn, vallen niet onder de in punt 14 bedoelde categorie producten.

8.

16. Verdere productinformatie


Uit het in punt 4 vermelde verslag van de Commissie i blijkt dat de nationale voorschriften inzake het gebruik van tabaksadditieven onderling aanzienlijke verschillen vertonen. In sommige lidstaten gelden strenge voorschriften inzake tabaksadditieven, terwijl andere lidstaten dergelijke voorschriften ipso facto toepassen. In andere lidstaten ontbreekt het op dit punt dan weer aan nationale voorschriften en in één lidstaat worden voorschriften toegepast die aan de VS zijn ontleend. Er heerst daarom grote onduidelijkheid in de interne markt en het toezicht op het gebruik van additieven wordt nog bemoeilijkt door het grote aantal consumenten en het feit dat steeds meer tabaksproducten niet in het land van de consumenten zelf worden geproduceerd. Daarom wordt voorgesteld dat alle producenten en importeurs van tabaksproducten een lijst indienen van alle ingrediënten - met uitzondering van tabak maar met inbegrip van alle additieven en de hoeveelheden ervan - die bij de productie van hun tabaksproducten (opgesplitst naar merk) worden gebruikt. Bij deze lijst moet een verklaring worden gevoegd waarin de betrokkenen toelichten waarom zij deze ingrediënten aan hun tabaksproducten toevoegen. Voorts moeten de lidstaten kunnen beschikken over toxicologische gegevens over deze ingrediënten in verbrande en onverbrande vorm om het effect ervan voor de gezondheid te kunnen evalueren. Bovendien moeten de producenten en importeurs van tabaksproducten aantonen dat de ingrediënten in kwestie geen gevaar voor de gezondheid van de consument opleveren.

17. __________

De lidstaten stellen alles in het werk om het fabrieksgeheim te beschermen van alle gegevens die verband houden met de wijze waarop specifieke merken tabaksproducten worden geproduceerd.

9.

18. Productbeschrijvingen


De beschrijving van sommige tabaksproducten - en vooral het gebruik van woorden als 'laag teergehalte', 'light,' 'ultra light,' en 'mild' - kan bij de consument de misleidende indruk wekken dat de producten in kwestie minder gevaarlijk voor de gezondheid zijn dan andere. Rokers die misschien overwogen met roken te stoppen, kunnen zich tot deze producten aangetrokken voelen in de waan dat zij minder schadelijk voor de gezondheid zijn. In werkelijkheid vormen ook deze producten een groot gevaar voor de gezondheid, vooral omdat zij de rokers ertoe verplichten dieper te inhaleren om een bepaalde dosis nicotine binnen te krijgen. Daarom wordt voorgesteld woorden als 'laag teergehalte', 'light', 'ultra light', 'mild' te verbieden, tenzij de lidstaten het gebruik van dergelijke woorden uitdrukkelijk toestaan. Lidstaten die het gebruik van dergelijke woorden toestaan, stellen de Commissie hiervan in kennis en lichten toe onder welke voorwaarden het gebruik van deze woorden is toegestaan. De Commissie brengt op haar beurt het Europees Parlement en de Raad op de hoogte.

10.

19. Internationale aanbevelingen


De voorgestelde maatregelen stemmen overeen met de aanbevelingen van zowel het Raadgevend Comité voor kankerpreventie van de Commissie i als de Wereldgezondheidsvergadering van de WHO i. Voorts wordt rekening gehouden met het op 14 juni 1998 goedgekeurde advies van het Consumentencomité van de Commissie inzake een sociaal verantwoord communautair tabaksbeleid.

11.

20. Evaluatie en rapportage


Duidelijk is dat het wetenschappelijk onderzoek in verband met tabak en tabaksgebruik voortdurend in ontwikkeling is. Bovendien moeten de technische aspecten van het productieproces voortdurend worden geëvalueerd, bijvoorbeeld in verband met het meten van het teer-, nicotine- en koolmonoxidegehalte, het gebruik van ingrediënten (andere dan tabak) en additieven en het in de handel brengen van nieuwe of gewijzigde producten. Tegelijkertijd moet een hoog niveau van bescherming van de volksgezondheid worden gewaarborgd en rekening worden gehouden met nieuwe wetenschappelijke gegevens. Voorts moet de consument afdoende worden beschermd en degelijk worden geïnformeerd. Met het oog op een vlotte werking van de interne markt is het daarom belangrijk over een procedure te kunnen beschikken om evaluaties uit te voeren en informatie uit te wisselen. Daarom wordt voorgesteld dat de Commissie om de twee jaar een verslag bij de Raad, het Europees Parlement en het Economisch en Sociaal Comité over de uitvoering van het voorstel indient en, uitgaande van een hoog niveau van bescherming van de volksgezondheid (artikel 95), eventueel bijkomende voorstellen doet in het licht van nieuwe wetenschappelijke ontwikkelingen in de tabakssector,

Voorts kan de Commissie steeds het bevoegde Wetenschappelijk Comité raadplegen over zaken die onder dit voorstel vallen.

12.

21. Conclusie


Doel van dit voorstel voor een richtlijn is drie bestaande richtlijnen inzake het teergehalte van sigaretten, tabak voor oraal gebruik en de etikettering van tabaksproducten te herzien. De voorgestelde wijzigingen en toevoegingen zijn in de tekst onderstreept en worden in de concordantietabel met het woord 'nieuw' aangeduid. Voorts wil het ontwerpvoorstel de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake het nicotine- en koolmonoxidegehalte van sigaretten, de beschrijving van tabaksproducten en het gebruik van andere ingrediënten dan tabak harmoniseren. Ten slotte voorziet het ontwerpvoorstel in de mogelijkheid om vooral nieuwe wetenschappelijke ontwikkelingen in verband met de totstandbrenging en de werking van de interne markt aan de hand van verslagen te evalueren.