Toelichting bij COM(2018)93 - Wijziging van Verordening (EU) nr. 575/2013 wat betreft blootstellingen in de vorm van gedekte obligaties

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.

1. ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

Motivering en doel van het voorstel

Vandaag heeft de Commissie haar goedkeuring gehecht aan een pakket maatregelen ter verdieping van de kapitaalmarktenunie (KMU), samen met de mededeling "Voltooiing van de kapitaalmarktenunie tegen 2019 – Tijd om snel resultaten te boeken". Het pakket omvat het onderhavige voorstel, alsmede een voorstel voor een faciliterend EU-raamwerk voor gedekte obligaties, een voorstel voor het faciliteren van de grensoverschrijdende distributie van collectieve beleggingsfondsen, een voorstel voor een faciliterend raamwerk voor Europese aanbieders van crowdfundingdiensten voor ondernemingen (ECSP), alsmede een voorstel betreffende het recht dat van toepassing is op de derdenwerking van de cessie van vorderingen en een mededeling betreffende het toepasselijke recht op de vermogensrechtelijke gevolgen van effectentransacties.

Gedekte obligaties zijn schuldinstrumenten die door kredietinstellingen worden uitgegeven en worden zekergesteld door een afgezonderde pool activa waarop obligatiehouders als preferente crediteuren direct verhaal kunnen nemen. Tegelijkertijd behouden obligatiehouders een vordering op de uitgevende entiteit als gewone crediteuren. Deze dubbele vordering op de dekkingspool (cover pool) en op de emittent wordt het mechanisme met dubbele zekerheidsrechten (dual recourse) genoemd.

Gedekte obligaties worden uitgegeven door kredietinstellingen en zijn als dusdanig een belangrijke en doeltreffende financieringsbron voor Europese banken. Zij helpen hypotheekleningen en leningen aan overheden te financieren, en ondersteunen zo meer algemeen de kredietverschaffing. Een belangrijk voordeel van gedekte obligaties ten opzichte van andere soorten bancaire financieringsbronnen zoals asset-backed securities (ABS) is het feit dat banken het risico op hun balans houden en beleggers rechtstreeks op de bank een vordering hebben. Daardoor kunnen banken met gedekte obligaties niet alleen méér, maar ook veiliger lenen. Niet het minst daarom hebben gedekte obligaties in vergelijking met andere financieringsinstrumenten zo goed stand gehouden tijdens de financiële crisis. Zij bleken een betrouwbare en stabiele financieringsbron te zijn voor Europese banken op een tijdstip dat andere financieringskanalen aan het opdrogen waren.

Door op EU-niveau een faciliterend raamwerk voor gedekte obligaties te creëren zou het gebruik van deze stabiele en kostenefficiënte financieringsbron voor kredietinstellingen kunnen worden gestimuleerd, vooral waar markten minder ontwikkeld zijn, om zo de reële economie te helpen financieren in overeenstemming met de doelstellingen van de kapitaalmarktenunie. Tegelijk zou met een dergelijk faciliterend raamwerk beleggers een ruimer en veiliger scala beleggingskansen worden geboden en zou dit de financiële stabiliteit helpen te bewaren. De lidstaten zullen deze regels moeten omzetten en ervoor zorgen dat nationale raamwerken voor gedekte obligaties voldoen aan de principles-based-vereisten zoals die in dit voorstel worden geformuleerd. Alle gedekte obligaties in heel Europa zullen bijgevolg aan de minimale harmonisatievereisten moeten voldoen zoals die in dit voorstel worden geformuleerd.

Dit faciliterende raamwerk voor gedekte obligaties is opgenomen in het werkprogramma van de Commissie voor 2018 1 . De voorzitter van de Europese Commissie heeft in zijn intentieverklaring na zijn recentste toespraak over de Staat van de Unie bevestigd dat een faciliterend raamwerk voor gedekte obligaties een van de tegen eind 2018 te nemen en/of te voltooien initiatieven moet zijn, om een diepere en billijkere interne markt tot stand te brengen 2 . De Commissie heeft dit voornemen bevestigd in de tussentijdse evaluatie van het actieplan kapitaalmarktenunie van juni 2017 3 .

De ontwikkeling van gedekte obligaties verloopt ongelijk binnen de interne markt: in sommige lidstaten zijn ze erg belangrijk, in andere veel minder. Voorts komen zij maar ten dele aan bod in het Unierecht. Ook al genieten zij, gezien de lagere risico's, in diverse opzichten een preferentiële behandeling inzake prudentieel toezicht en regelgeving (zo hoeven banken die in gedekte obligaties beleggen, niet zoveel toetsingsvermogen aan te houden als wanneer zij in andere activa beleggen), toch biedt het Unierecht geen omvattend antwoord op wat eigenlijk een gedekte obligatie is. In plaats daarvan wordt een preferentiële behandeling toegekend aan gedekte obligaties in de zin van Richtlijn 2009/95/EG 4 . Die definitie was evenwel opgesteld met een specifiek doel voor ogen - beperken waarin instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe's) kunnen beleggen - en is niet geschikt voor de ruimere beleidsdoelstellingen van de KMU.

Een Uniewetgevingsraamwerk voor gedekte obligaties moet de mogelijkheden voor kredietinstellingen verruimen om financiering te verschaffen aan de reële economie en moet bijdragen aan de ontwikkeling van gedekte obligaties in de hele Unie, met name in lidstaten waar momenteel nog geen markt voor dit soort instrumenten bestaat.

Met dit raamwerk zouden ook de grensoverschrijdende kapitaal- en beleggingsstromen moeten toenemen. Daarmee zou worden bijgedragen aan de KMU en zouden met name de mogelijkheden voor kredietinstellingen om de ruimere economie te steunen verder worden verruimd. Meer bepaald zouden banken hiermee een breed scala veilige en doeltreffende financieringsinstrumenten ter beschikking krijgen.

Het raamwerk bestaat uit een richtlijn en een verordening. Deze beide instrumenten dienen als één pakket te worden gezien.

Dit voorstel voor een verordening is in hoofdzaak een wijziging van artikel 129 van Verordening (EU) nr. 575/2013 (verordening kapitaalvereisten - VKV). De wijzigingen bouwen voort op de bestaande prudentiële behandeling, maar voegen ook eisen toe inzake minimale overcollateralisatie en vervangende activa. Hiermee zouden de vereisten voor gedekte obligaties die een preferentiële kapitaalbehandeling krijgen, worden aangescherpt.

In het voorstel voor een richtlijn worden de kernbestanddelen van gedekte obligaties nader ingevuld en wordt een gemeenschappelijke definitie gegeven die kan dienen als coherent en voldoende gedetailleerd ijkpunt voor het prudentiële toezicht, dat over alle financiële sectoren heen toepassing kan vinden. Met dit voorstel worden de structurele kenmerken van het instrument vastgelegd, alsmede een overheidstoezicht specifiek voor gedekte obligaties, regels om het label 'Europese gedekte obligatie' te kunnen gebruiken, en de openbaarmakingsverplichtingen van bevoegde autoriteiten waar het gaat om gedekte obligaties.

Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein

Dit voorstel maakt deel uit van lopende werkzaamheden die ervoor moeten zorgen dat gedekte obligaties van voldoende kwaliteit zijn, willen zij hun preferentiële behandeling kunnen blijven genieten.

Het bouwt voort op de lopende werkzaamheden van de Europese Bankautoriteit (EBA) om goede praktijken bij de uitgifte van gedekte obligaties in kaart te brengen 5 . Hiermee wordt ingespeeld op de aanbeveling van het Europees Comité voor systeemrisico's (ESRB) om goede praktijken op te sporen en te monitoren met het oog op robuuste en coherente raamwerken voor gedekte obligaties in de hele Unie 6 .

Het voorstel wijzigt bestaande wetgeving, zoals aanbevolen door EBA, en maakt deze volledig coherent met beleidsbepalingen op het gebied van prudentiële vereisten voor instellingen die in gedekte obligaties beleggen.

Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie

Een van de belangrijkste doelen die de Commissie zich heeft gesteld, is het stimuleren van investeringen en het creëren van banen. De Commissie heeft een aantal initiatieven ontplooid die ervoor moeten zorgen dat het financiële bestel op dit punt volwaardig bijdraagt. Allereerst is er de KMU, die een reeks initiatieven omvat om financiering voor Europese groei vrij te maken. Gedekte obligaties dienen te worden bezien binnen de context van de KMU, omdat bancaire financiering momenteel veruit het belangrijkste financieringskanaal is in Europa en een van de KMU-maatregelen net erin bestaat om bancaire capaciteit verder vrij te maken om de ruimere economie te ondersteunen. Gedekte obligaties zijn een doeltreffend en stabiel financieringsinstrument voor Europese banken. Een wetgevingskader voor het harmoniseren van gedekte obligaties dient in deze ruimere beleidscontext te worden gezien.

Een andere belangrijke doelstelling van de Commissie op het gebied van financiële markten is ervoor te zorgen dat kapitaalvereisten voor banken de aan de activa verbonden risico's tot uiting brengen op hun balansen. De VKV-voorwaarden waardoor gedekte obligaties de sterkste preferentiële behandeling krijgen, bieden dan ook een eenvormig hoog niveau van beleggersbescherming. Omdat het Unierecht echter geen omvattend antwoord biedt op de vraag wat nu eigenlijk een gedekte obligatie is (zie hierboven), moet er harmonisatie komen om ervoor te zorgen dat gedekte obligaties in de hele Unie vergelijkbare structurele kenmerken hebben waardoor zij in overeenstemming worden gebracht met de desbetreffende prudentiële vereisten. De harmonisatie van gedekte obligaties is dus in overeenstemming met de doelstelling van financiële stabiliteit die de Commissie zich stelt, en zoals zij die nastreeft met haar regulering van financiële markten.

2. RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID

Rechtsgrondslag

De voorgestelde wijziging is gebaseerd op artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, d.w.z. dezelfde rechtsgrondslag als de handeling die wordt gewijzigd.

Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)

Omdat Uniewetgeving een preferentiële kapitaalbehandeling aan gedekte obligaties verleent, dienen de desbetreffende vereisten op Unieniveau te worden gewijzigd. Voorts wordt het noodzakelijk geacht om de vereisten inzake preferentiële kapitaalbehandeling op Unieniveau te behandelen met het oog op een coherent niveau van beleggersbescherming en een gelijk speelveld voor Europese kredietinstellingen.

Evenredigheid

Dit voorstelt probeert een evenwicht te vinden tussen het zorgen voor een voldoende robuust raamwerk voor gedekte obligaties die een preferentiële behandeling krijgen, en het voorkomen van een buitensporige toename van de uitgiftekosten. Bij het zoeken naar het juiste evenwicht heeft de Commissie rekening gehouden met alle hieraan verbonden kosten en eventuele baten (zie de bijgaande effectbeoordeling). Het voorstel bouwt voort op de aanbevelingen uit het EBA-rapport van 2016, maar laat wel ruimte voor een aantal beperkte afwijkingen (d.w.z. sommige bepalingen zijn minder gedetailleerd dan in het EBA-rapport was voorzien). Dat biedt meer ruimte voor het beschermen van de bestaande goed functionerende nationale stelsels, zoals de belanghebbenden met aandrang hebben bepleit tijdens de raadplegingen, en versterkt de evenredigheid van het voorstel. Deze afwijkingen laten de kern van de structurele kenmerken van gedekte obligaties en het toezicht daarop ongemoeid.

Het voorstel bevat grandfathering-bepalingen voor bestaande gedekte obligaties om de kosten voor de emittenten ervan en voor markten te dempen. Zoals uit de effectbeoordeling blijkt, kunnen de verwachte kosten als evenredig gelden in verhouding tot de verwachte baten.

Keuze van het instrument

Een verordening is het geschikte instrument, omdat de bepalingen ervan die uit Verordening (EU) nr. 575/2013 met betrekking tot de voor preferentiële kapitaalbehandeling in aanmerking komende gedekte obligaties vervangen. Hiermee wordt hetzelfde directe juridische effect bereikt als de bestaande verordening, waardoor de doelstellingen van het voorstel coherent over de hele Unie kunnen worden behaald en wordt bijgedragen aan meer rechtszekerheid en een gelijk speelveld voor emittenten en beleggers.

3. EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING

Evaluatie van bestaande wetgeving en controle van de resultaatgerichtheid ervan

Dit initiatief met betrekking tot gedekte obligaties betreft een sector die momenteel voor het grootste deel niet aan bod komt in Uniewetgeving.

Raadpleging van belanghebbenden

De Commissie heeft belanghebbenden in diverse stadia van de voorbereiding van dit voorstel geraadpleegd, met name door middel van:

i) een open publieke raadpleging over gedekte obligaties (september 2015 tot en met 6 januari 2016);

ii) bekendmaking van een aanvangseffectbeoordeling (9 juni 2017);

iii) twee bijeenkomsten van de Deskundigengroep banken, betalingen en verzekeringen (EGBPI) en één bijeenkomst van het Comité financiële diensten (FSC).

Volgens het KMU-actieplan diende deze openbare raadpleging een inschatting te maken van de zwakke en kwetsbare punten van nationale markten voor gedekte obligaties en diende zij de merites na te gaan van een Europees raamwerk. Respondenten maakten zich zorgen dat een harmonisatie op basis van één pasklare benadering goed functionerende markten in gevaar zou kunnen brengen en de flexibiliteit en het productaanbod zou kunnen verminderen. Toch lieten zij ook voorzichtige steun horen voor gerichte EU-maatregelen, op voorwaarde dat harmonisatie principles-based is, voortbouwt op bestaande kaders en rekening houdt met de specifieke kenmerken van nationale markten. De uitkomsten van de raadpleging zijn op 1 februari 2016 op een hoorzitting besproken 7 .

De Commissie heeft vier reacties ontvangen op de aanvangseffectbeoordeling, die zich alle vier uitspraken vóór het EU-wetgevingsinitiatief. De respondenten gingen in op specifieke aspecten van nationale raamwerken (bijv. liquiditeit) en bevestigden het algemene standpunt ten voordele van harmonisatie, die goed functionerende nationale systemen echter niet in gevaar mag brengen.

Op de eerste EGBPI-bijeenkomst (9 juni 2017) sprak de meerderheid van de lidstaten zijn steun uit voor een Unieraamwerk voor gedekte obligaties dat is gebaseerd op het EBA-advies van 2016, op voorwaarde dat de benadering principles-based blijft. Op de tweede bijeenkomst (28 september 2017) verliep het overleg meer in detail, maar doorgaans steunden lidstaten nog steeds een principles-based-benadering. Op de FSC-bijeenkomst van juli 2017 lieten lidstaten zich in vergelijkbare zin uit.

Het voorstel bouwt ook voort op andere bijeenkomsten met belanghebbenden en EU-instellingen. Algemeen genomen legden belanghebbenden (ook al gingen zij vaak vooral in op het aspect dat voor hun situatie het meest relevant is) vooral de nadruk op het vinden van een evenwicht tussen de noodzaak om het bestaande raamwerk zodanig aan te passen dat het een antwoord biedt op prudentiële punten van zorg, en de wil om te voorkomen dat goed functionerende nationale systemen worden verstoord. Input waarbij prudentiële punten van zorg met betrekking tot de preferentiële behandeling van gedekte obligaties centraal stonden, kwam in hoofdzaak van ESRB, EBA en de Europese Centrale Bank, en tot op zekere hoogte ook van de bevoegde autoriteiten in lidstaten met goed ontwikkelde markten voor gedekte obligaties en van ratingbureaus, terwijl in hoofdzaak lidstaten met goed ontwikkelde markten voor gedekte obligaties, emittenten en beleggers de klemtoon legden op goed functionerende nationale markten.

Ook het Europees Parlement heeft zijn steun uitgesproken voor maatregelen en gepleit voor een Europees wetgevingskader voor gedekte obligaties 8 .

Bijeenbrengen en gebruik van expertise

Op 1 juli 2014 heeft EBA een rapport uitgebracht waarin goede praktijken worden genoemd die voor robuuste en coherente raamwerken voor gedekte obligaties in de hele Unie kunnen zorgen 9 . Dit rapport kwam er in reactie op een ESRB-aanbeveling van december 2012 over de financiering van kredietinstellingen 10 . Het geeft ook de zienswijze van EBA over de toereikendheid van de huidige prudentiële behandeling van gedekte obligaties, na de call for advice die de Commissie in december 2013 had gedaan op grond van artikel 503 VKV 11 .

In reactie daarop heeft ESRB de aanbeveling gedaan dat EBA het functioneren van de markt voor gedekte obligaties monitort aan de hand van de goede praktijken die zij had onderscheiden, en heeft het comité EBA opgeroepen om, zo nodig, verdere maatregelen aan te bevelen.

Als antwoord daarop heeft EBA in december 2016 een Report on covered bonds — recommendations on the harmonisation of covered bond frameworks in the EU uitgebracht. Dit bevat een diepgaande analyse van ontwikkelingen op het gebied van regelgeving in raamwerken in individuele lidstaten, met een bijzondere nadruk op de mate waarin deze zijn afgestemd op de in het voorgaande rapport onderscheiden goede praktijken. Op basis van de uitkomsten van haar analyse heeft EBA gepleit voor wetgevingsinitiatieven om gedekte obligaties op Unieniveau te harmoniseren.

Het voorliggende voorstel bouwt voort op de analyse en het advies van EBA. Het wijkt daarvan slechts op punten van ondergeschikt belang af, bijvoorbeeld wat betreft de vereiste mate van detail met betrekking tot de derivaten in de dekkingspool, het feit dat een cover pool monitor niet verplicht is en het percentage overcollateralisatie.

In augustus 2016 had de Commissie ICF opdracht gegeven voor een studie 12 die de prestaties van bestaande markten voor gedekte obligaties en de kosten en baten van eventuele EU-initiatieven moest nagaan. In die studie, die in mei 2017 is bekendgemaakt, is gekeken naar de eventuele kosten en baten van de aanbevelingen van EBA. Alles samengenomen was de conclusie dat de eventuele baten van een wetgevingsinitiatief opwegen tegen de potentiële kosten en dat er dus zeker argumenten zijn die pleiten voor wetgevingsmaatregelen.

In december 2017 heeft het Bazels Comité voor bankentoezicht (BCBS) de laatste hand gelegd aan de sinds de crisis nog uitstaande regelgevingshervormingen van het internationale Bazel III-raamwerk voor bancaire regelgeving 13 . In het kader van die hervormingen heeft het Bazelse Comité de standaardbenadering voor het kredietrisico herzien door onder meer nieuwe normen op te nemen voor blootstellingen aan gedekte obligaties. Voor het eerst wordt met de nieuwe normen grotendeels de EU-benadering in de VKV op internationaal niveau overgenomen, waarbij, mits bepaalde voorwaarden in acht worden genomen, voor blootstellingen aan gedekte obligaties een lagere risicoweging geldt. Zodoende wordt erkend dat de EU-behandeling van gedekte obligaties prudentieel levensvatbaar is en gerechtvaardigd wordt door de onderliggende kenmerken van het instrument.

Effectbeoordeling

Dit voorstel gaat vergezeld van een effectbeoordeling, die op 6 oktober 2017 aan de Raad voor regelgevingstoetsing (RSB) is voorgelegd en op 17 november 2017 goedkeuring kreeg 14 .

De RSB sprak zich lovend uit over de omvattende en goed gestructureerde effectbeoordeling en erkende dat deze de interventielogica systematisch toepast en de bevindingen ervan sterk cijfermatig onderbouwt. De RSB deed de aanbeveling om het verslag op een beperkt aantal punten te verbeteren:

a) de redenen om een '29e regeling' als onaantrekkelijk te beschouwen, en

b) meer duidelijkheid geven over de belangrijkste elementen van de 'minimale harmonisatie'-benadering, en de vraag of (en hoe) deze afwijken van het EBA-advies (met het oog daarop is bijlage 6 toegevoegd).

De effectbeoordeling is dienovereenkomstig aangepast, waarbij ook verdere suggesties van de RSB zijn meegenomen:

i) een gedetailleerdere toelichting over de European Secured Note (ESN);

ii) een gedetailleerdere argumentatie over de voordelen van de uitgifte van gedekte obligaties;

iii) een grondigere effectbeoordeling van de harmonisatie van de regelgeving voor grensoverschrijdende transacties (uitgiften, beleggingen) in gedekte obligaties;

iv) een afgewezen optie beperkt tot het aanpassen van de prudentiële behandeling van gedekte obligaties;

v) een uitvoerigere toelichting bij het 'pass-through'-effect zoals dat in financiële literatuur wordt beoordeeld, en

vi) een tabel waarin het verband wordt aangetoond tussen de monitoringactiviteit en de benchmarkvoordelen.

De Commissie heeft een aantal beleidsopties onderzocht om markten voor gedekte obligaties uit te bouwen en een antwoord te bieden op prudentiële punten van zorg. Deze verschillen in termen van de mate van harmonisatie, gaande van een optie zonder regelgeving tot opties met volledige harmonisatie, en wel als volgt:

·Basisscenario: geen maatregelen nemen;

·Optie 1: optie zonder regelgeving;

·Optie 2: minimale harmonisatie op basis van nationale regelingen;

·Optie 3: volledige harmonisatie met vervanging van nationale regelingen, en

·Optie 4: '29e regeling' die parallel naast nationale regelingen functioneert.

Optie 1 (geen regelgeving) werd als ondoeltreffend beschouwd voor het behalen van de doelstellingen, omdat er geen garantie is dat lidstaten de goede praktijken zouden volgen. Met optie 3 (volledige harmonisatie) zouden waarschijnlijk de doelstellingen worden behaald, maar dit zou bestaande goed functionerende markten kunnen verstoren. Optie 4 ("29e regeling", d.w.z. een volledig geïntegreerde regeling op vrijwillige basis voor emittenten als alternatief voor nationale wetgeving over gedekte obligaties, waarvoor bestaande nationale wetgeving niet hoeft te worden aangepast) kan alleen functioneren als deze optie aanslaat bij de sector. Uit raadplegingen blijkt dat dit niet echt mag worden verwacht; dit zou de kansen ondermijnen dat de verklaarde doelstellingen zouden worden bereikt. Bovendien zou een parallelle regeling bijdragen tot verdere compartimentering en duplicering van kosten.

De geselecteerde optie is optie 2 (minimale harmonisatie op basis van nationale regelingen). Met de geselecteerde optie worden de meeste van de doelstellingen van het initiatief tegen een redelijke kostprijs bereikt. Ook zorgt deze optie voor een evenwicht tussen de flexibiliteit die nodig is om rekening te houden met specifieke nationale kenmerken, en de eenvormigheid die nodig is voor coherentie op Unieniveau. Zij is waarschijnlijk de doeltreffendste optie waar het gaat om het behalen van de doelstellingen en is tegelijk doelmatig en zorgt voor zo beperkte mogelijke verstoring en transitiekosten. Bovendien is zij ook een van de ambitieuzere opties in termen van regulering, terwijl zij toch de meeste steun krijgt van belanghebbenden.

Deze optie uitvoeren zou de ontwikkeling stimuleren van markten voor gedekte obligaties waar deze niet bestaan of weinig ontwikkeld zijn. Dit zou er ook voor zorgen dat de financieringskosten van emittenten worden verlaagd, dat de beleggersbasis mede wordt verruimd, dat grensoverschrijdende beleggingen worden gestimuleerd en dat beleggers van buiten de EU worden aangetrokken. Al met al zouden hiermee de kredietkosten worden verlaagd.

Deze optie biedt ook een antwoord op prudentiële punten van zorg, onder meer met betrekking tot marktinnovatie, en stelt het prudentiële voordeel veilig van de afstemming van de structurele kenmerken van het product op de preferentiële prudentiële behandeling op Unieniveau. Ook zou zij de bescherming van beleggers versterken en zouden de kredietverbeterende aspecten ervan de kosten van het daarvoor uit te voeren due-diligenceonderzoek doen dalen.

Eenmalige en recurrente directe administratieve kosten in de voorkeursoptie zouden naar verwachting stijgen voor emittenten in jurisdicties met lage kosten (zie effectbeoordeling). De kosten zouden ook stijgen voor toezichthouders. Tegelijkertijd zouden emittenten lagere financieringskosten krijgen, waardoor burgers dan weer lagere kredietkosten zouden kunnen krijgen. De kosten zouden niet stijgen voor beleggers, omdat de kosten voor het due-diligenceonderzoek zouden dalen.

Resultaatgerichtheid en vereenvoudiging

Het pakket over gedekte obligaties, en met name de richtlijn waarvan dit voorstel vergezeld gaat, zet in op de harmonisatie van een sector die momenteel in hoofdzaak nationaal wordt gereguleerd. De minimale harmonisatie in de richtlijn zal vereenvoudiging met zich meebrengen in termen van elementaire afstemming van kernelementen van nationale regimes.

Grondrechten

De EU hecht aan hoge normen inzake de bescherming van grondrechten. In dat verband zal het voorstel waarschijnlijk geen directe impact hebben op die rechten, zoals die zijn opgesomd in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie

4. GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

Het voorstel heeft geen gevolgen voor de Uniebegroting.

5. OVERIGE ELEMENTEN

Uitvoeringsplanning en regelingen betreffende controle, evaluatie en rapportage

Het bijgaande voorstel voor een nieuwe richtlijn voor gedekte obligaties bevat een algemeen plan voor het monitoren van ontwikkelingen op markten voor gedekte obligaties, waarin de Commissie wordt gevraagd om uiterlijk vijf jaar na de omzettingstermijn, in nauwe samenwerking met EBA, een evaluatie van de richtlijn uit te voeren en over haar belangrijkste bevindingen verslag te doen aan het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité.

Die evaluatie zal worden verricht aan de hand van de richtsnoeren van de Commissie voor betere regelgeving. In dat verslag moet verder ook aan bod komen: de uitgifte van gedekte obligaties overeenkomstig artikel 129 VKV, ontwikkelingen wat betreft activa die als zekerheid dienen voor de uitgiften, en het percentage overcollateralisatie.

Voor dit voorstel staan er geen specifieke uitvoeringsplannen of monitoring-, evaluatie- en verslagleggingsregelingen gepland.

Artikelsgewijze toelichting

1.

Wijziging van artikel 129 van Verordening (EU) nr. 575/2013


Artikel 129 wordt gewijzigd om nieuwe vereisten op te nemen betreffende minimale overcollateralisatie en vervangende activa. Vroegere bepalingen inzake transparantie worden verplaatst naar het deel van de nieuwe richtlijn waarin de structurele kenmerken van gedekte obligaties worden vastgelegd.

Punt d), ii), en punt f), ii), van de eerste alinea van artikel 129, lid 1, bieden de mogelijkheid dat hoger gerangschikte rechten van deelneming die worden uitgegeven door Franse 'Fonds Communs de Titrisation' of door gelijkwaardige entiteiten die onder de wetgeving van een lidstaat ressorteren en die blootstellingen aan niet-zakelijk of zakelijk onroerend goed securitiseren, onder bepaalde voorwaarden als zekerheid kunnen dienen voor gedekte obligaties, onder meer de bepaling dat dergelijke rechten van deelneming niet meer mogen bedragen dan 10 % van het nominale bedrag van de uitstaande uitgifte. Deze mogelijkheid wordt nu ingetrokken, omdat slechts enkele nationale raamwerken voor gedekte obligaties de mogelijkheid bieden om door woninghypotheken of door bedrijfshypotheken gedekte effecten (RMBS of CMBS) op te nemen. Het gebruik van dergelijke structuren neemt af en geldt als een onnodig complicerende factor voor het programma van gedekte obligaties.

De overige bepalingen van artikel 129 worden aangehouden.

2.

Overcollateralisatie


Met de voorgestelde wijzigingen wordt een nieuw vereiste ingevoerd voor een minimumpercentage aan overcollateralisatie (d.w.z. een percentage aan overcollateralisatie dat de dekkingsvereisten overschrijdt). Dit percentage is vastgesteld op 2 % en 5 %, afhankelijk van de activa in de dekkingspool, op basis van een nominale berekeningsmethode. Dit percentage sluit aan bij het advies van EBA en de uitkomsten van de ICF-studie. Het ligt misschien lager dan de nieuwe Bazelse normen, maar het zou het product veiliger maken en zou het percentage verhogen voor de meeste lidstaten waar het vereiste minimumpercentage thans lager is.

3.

Intrekking van artikel 496 van Verordening (EU) nr. 575/2013


Artikel 496 geeft de bevoegde autoriteiten de mogelijkheid om voor bepaalde gedekte obligaties ontheffing te verlenen voor de in punt d), ii), en punt f), ii), van de eerste alinea van artikel 129, lid 1, vermelde grenswaarde van 10 %.

Nu punt d), ii), en punt f), ii), van de eerste alinea van artikel 129, lid 1, worden ingetrokken, is de mogelijkheid om af te wijken van die grenswaarde niet meer nodig. Daarom wordt artikel 496 ingetrokken.