Artikelen bij COM(2023)608 - Hervormingsprogramma 2023 en stabiliteitsprogramma 2023 van Griekenland

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.


Aanbeveling voor een

AANBEVELING VAN DE RAAD

over het nationale hervormingsprogramma 2023 van Griekenland en met een advies van de Raad over het stabiliteitsprogramma 2023 van Griekenland

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 121, lid 2, en artikel 148, lid 4,

Gezien Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad van 7 juli 1997 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid1, en met name artikel 5, lid 2,

Gezien Verordening (EU) nr. 1176/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 betreffende de preventie en correctie van macro-economische onevenwichtigheden2, en met name artikel 6, lid 1,

Gezien de aanbeveling van de Europese Commissie,

Gezien de resoluties van het Europees Parlement,

Gezien de conclusies van de Europese Raad,

Gezien het advies van het Comité voor de werkgelegenheid,

Gezien het advies van het Economisch en Financieel Comité,

Gezien het advies van het Comité voor sociale bescherming,

Gezien het advies van het Comité voor de economische politiek,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Verordening (EU) 2021/241 van het Europees Parlement en de Raad3, waarbij de herstel- en veerkrachtfaciliteit werd ingesteld, is op 19 februari 2021 in werking getreden. De herstel- en veerkrachtfaciliteit biedt de lidstaten financiële ondersteuning voor de uitvoering van hervormingen en investeringen, die worden gerealiseerd met budgettaire stimulansen door de EU. In overeenstemming met de prioriteiten van het Europees Semester draagt zij bij tot het economisch en sociaal herstel en de uitvoering van duurzame hervormingen en investeringen, met name om de groene en de digitale transitie te stimuleren en de economieën van de lidstaten veerkrachtiger te maken. Zij helpt ook de overheidsfinanciën te versterken en de groei en werkgelegenheid op middellange en lange termijn te stimuleren, de territoriale cohesie binnen de EU te verbeteren en de verdere uitvoering van de Europese pijler van sociale rechten te ondersteunen. De maximale financiële bijdrage per lidstaat in het kader van de herstel- en veerkrachtfaciliteit is op 30 juni 2022 bijgewerkt, overeenkomstig artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2021/241.

(2) Op 22 november 2022 heeft de Commissie haar goedkeuring gehecht aan de jaarlijkse duurzamegroeianalyse 20234 en daarmee de aanzet gegeven tot het Europees Semester 2023 voor coördinatie van het economisch beleid. De Europese Raad heeft op 23 maart 2023 zijn goedkeuring gehecht aan de prioriteiten van de analyse rond de vier dimensies van concurrerende duurzaamheid. Op 22 november 2022 heeft de Commissie op grond van Verordening (EU) nr. 1176/2011 ook het waarschuwingsmechanismeverslag 2023 aangenomen, waarin zij Griekenland heeft genoemd als een van de lidstaten die door onevenwichtigheden geraakt kan zijn of het risico loopt daardoor geraakt te worden, en waarvoor een diepgaande evaluatie nodig zou zijn. Op dezelfde datum heeft de Commissie ook een advies goedgekeurd over het ontwerpbegrotingsplan 2023 van Griekenland. De Commissie heeft ook een aanbeveling voor een aanbeveling van de Raad over het economisch beleid van de eurozone goedgekeurd, die de Raad op 16 mei 2023 heeft aangenomen, alsook het voorstel voor het gezamenlijk verslag over de werkgelegenheid 2023 waarin de uitvoering van de werkgelegenheidsrichtsnoeren en de beginselen van de Europese pijler van sociale rechten wordt geanalyseerd, dat de Raad op 13 maart 2023 heeft aangenomen.

(3) Hoewel de economieën in de EU blijk geven van opvallende veerkracht, blijft de geopolitieke context een negatief effect hebben. Aangezien de EU resoluut achter Oekraïne staat, is de economische en sociale beleidsagenda van de EU erop gericht om op korte termijn de negatieve gevolgen van energieschokken voor zowel kwetsbare huishoudens als bedrijven te beperken en op middellange termijn de inspanningen met het oog op de verwezenlijking van de groene en de digitale transitie, de ondersteuning van duurzame en inclusieve groei, de bewaking van de macro-economische stabiliteit en de vergroting van de veerkracht vol te houden. De agenda is ook sterk gericht op het vergroten van het concurrentievermogen en de productiviteit van de EU.

(4) Op 1 februari 2023 heeft de Commissie een mededeling uitgebracht met als titel Een industrieel plan voor de Green Deal voor het nettonultijdperk5 om het concurrentievermogen van de nettonulindustrie van de EU te versterken en de snelle transitie naar klimaatneutraliteit te bevorderen. Het plan vormt een aanvulling op de lopende inspanningen in het kader van de Europese Green Deal en REPowerEU. Het heeft tot doel een omgeving te scheppen die gunstiger is voor het opschalen van de capaciteit van de EU om de nettonultechnologieën en -producten te fabriceren die nodig zijn om de ambitieuze klimaatdoelstellingen van de EU te halen, en de toegang tot relevante kritieke grondstoffen te waarborgen, onder meer door de aanvoer te diversifiëren, geologische hulpbronnen in de lidstaten naar behoren te exploiteren en grondstoffen zoveel mogelijk te recyclen. Het plan is gebaseerd op vier pijlers: een voorspelbaar en vereenvoudigd regelgevingskader, versnelde toegang tot financiering, het verbeteren van vaardigheden, en open handel voor veerkrachtige toeleveringsketens. Op 16 maart 2023 heeft de Commissie ook een mededeling uitgebracht met als titel Concurrentievermogen van de EU op lange termijn: blik op de periode na 20306, die is gestructureerd rond negen elkaar versterkende aanjagers, met als doel te werken aan een groeibevorderend regelgevingskader. In de mededeling worden beleidsprioriteiten vastgesteld die bedoeld zijn om actief te zorgen voor structurele verbeteringen, gerichte investeringen en regelgevingsmaatregelen voor het concurrentievermogen van de EU en haar lidstaten op lange termijn. Onderstaande aanbevelingen dragen bij tot de verwezenlijking van deze prioriteiten.

(5) In 2023 blijft het Europees Semester voor coördinatie van het economisch beleid evolueren in overeenstemming met de uitvoering van de herstel- en veerkrachtfaciliteit. De volledige uitvoering van de herstel- en veerkrachtplannen blijft essentieel voor de verwezenlijking van de beleidsprioriteiten in het kader van het Europees Semester, aangezien de plannen betrekking hebben op alle of een aanzienlijk deel van de relevante landspecifieke aanbevelingen die in de afgelopen jaren zijn gedaan. De landspecifieke aanbevelingen 2019, 2020 en 2022 blijven ook relevant voor herstel- en veerkrachtplannen die worden herzien, bijgewerkt of gewijzigd overeenkomstig de artikelen 14, 18 en 21 van Verordening (EU) 2021/241.

(6) De REPowerEU-verordening7, die op 27 februari 2023 is vastgesteld, heeft tot doel de afhankelijkheid van de EU van de invoer van Russische fossiele brandstoffen snel af te bouwen. Dit zal bijdragen tot energiezekerheid en de diversificatie van de energievoorziening van de EU en tegelijkertijd het gebruik van hernieuwbare energiebronnen, de opslagcapaciteit voor energie en de energie-efficiëntie vergroten. De verordening stelt de lidstaten in staat een nieuw REPowerEU-hoofdstuk toe te voegen aan hun nationale herstel- en veerkrachtplannen om belangrijke hervormingen en investeringen te financieren die de REPowerEU-doelstellingen helpen verwezenlijken. Deze plannen stimuleren ook het concurrentievermogen van de nettonulindustrie van de EU zoals uiteengezet in het industrieel plan voor de Green Deal voor het nettonultijdperk, en gaan in op de energiegerelateerde landspecifieke aanbevelingen die in 2022 en, indien van toepassing, in 2023 aan de lidstaten zijn gedaan. Met de REPowerEU-verordening wordt een nieuwe categorie niet-terugbetaalbare financiële steun ingevoerd die ter beschikking van de lidstaten wordt gesteld voor de financiering van nieuwe energiegerelateerde hervormingen en investeringen in het kader van hun herstel- en veerkrachtplannen.

(7) Op 8 maart 2023 heeft de Commissie een mededeling aangenomen met richtsnoeren voor het begrotingsbeleid voor 2024, die erop gericht is de voorbereiding van de stabiliteits- en convergentieprogramma’s van de lidstaten te ondersteunen en aldus de beleidscoördinatie te versterken8. De Commissie heeft eraan herinnerd dat de algemene ontsnappingsclausule van het stabiliteits- en groeipact eind 2023 wordt gedeactiveerd. Zij heeft verzocht om een begrotingsbeleid in 2023-2024 dat de houdbaarheid van de schuld op middellange termijn waarborgt en de potentiële groei op duurzame wijze verhoogt. De lidstaten is verzocht in hun stabiliteits- en convergentieprogramma’s 2023 uiteen te zetten hoe hun begrotingsplannen ervoor zullen zorgen dat de tekortreferentiewaarde van 3 % van het bbp wordt nageleefd en de schuld voortdurend op plausibele wijze wordt teruggedrongen, of dat de schuld op middellange termijn op een prudent niveau wordt gehouden. De Commissie heeft de lidstaten verzocht de nationale begrotingsmaatregelen die zijn ingevoerd om huishoudens en bedrijven te beschermen tegen de energieprijsschok, geleidelijk af te schaffen, te beginnen met de minst gerichte maatregelen. Zij heeft erop gewezen dat indien de steunmaatregelen zouden moeten worden verlengd vanwege de hernieuwde druk die uitgaat van de energieprijzen, de lidstaten dergelijke maatregelen veel beter moeten richten op kwetsbare huishoudens en bedrijven dan in het verleden. De Commissie heeft voorgesteld de begrotingsaanbevelingen te kwantificeren, te differentiëren en te formuleren op basis van de netto primaire uitgaven, zoals voorgesteld in haar mededeling over een leidraad voor een hervorming van het EU-kader voor economische governance9. Zij heeft aanbevolen dat alle lidstaten nationaal gefinancierde investeringen blijven beschermen en zorgen voor een doeltreffend gebruik van de herstel- en veerkrachtfaciliteit en andere EU-fondsen, met name in het licht van de doelstellingen met betrekking tot de groene en de digitale transitie en veerkracht. De Commissie heeft aangegeven dat zij de Raad zal voorstellen om in het voorjaar van 2024 een op een tekort gebaseerde buitensporigtekortprocedure in te stellen op basis van de begrotingsresultaten voor 2023, in overeenstemming met de bestaande wettelijke bepalingen.

(8) Op 26 april 2023 heeft de Commissie wetgevingsvoorstellen ingediend voor een ingrijpende hervorming van de EU-regels inzake economische governance. De voorstellen moeten vooral de overheidsschuld houdbaarder maken en tegelijkertijd duurzame en inclusieve groei bevorderen in alle lidstaten via hervormingen en investeringen. De voorstellen zijn erop gericht de lidstaten meer controle te geven wat het ontwerpen van hun middellangetermijnplannen betreft, maar tuigen een strengere handhavingsregeling op. Die moet ervoor zorgen dat de lidstaten de verbintenissen die zij in hun begrotingsplannen voor de middellange termijn zijn aangaan, ook daadwerkelijk nakomen. Het doel is de wetgevingswerkzaamheden te voltooien in 2023.

(9) Op 30 april 2021 heeft Griekenland zijn nationale herstel- en veerkrachtplan bij de Commissie ingediend, overeenkomstig artikel 18, lid 1, van Verordening (EU) 2021/241. Krachtens artikel 19 van Verordening (EU) 2021/241 heeft de Commissie de relevantie, doeltreffendheid, efficiëntie en samenhang van het herstel- en veerkrachtplan beoordeeld overeenkomstig de beoordelingsrichtsnoeren van bijlage V bij die verordening. Op 13 juli 2021 heeft de Raad zijn besluit betreffende de goedkeuring van de beoordeling van het herstel- en veerkrachtplan voor Griekenland aangenomen10. De vrijgave van tranches is afhankelijk van een besluit van de Commissie overeenkomstig artikel 24, lid 5, van Verordening (EU) 2021/241 houdende dat Griekenland de desbetreffende mijlpalen en streefdoelen die in het uitvoeringsbesluit van de Raad zijn vastgelegd, op bevredigende wijze heeft verwezenlijkt. Een bevredigende verwezenlijking veronderstelt dat de verwezenlijking van eerdere mijlpalen en streefdoelen niet is teruggedraaid.

(10) Op 2 mei 2023 heeft Griekenland zijn nationale hervormingsprogramma 2023 ingediend en op 29 april 2023 zijn stabiliteitsprogramma 2023, overeenkomstig artikel 4, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1466/97. Om met de onderlinge verbanden tussen beide programma’s rekening te houden, zijn deze samen geëvalueerd. Overeenkomstig artikel 27 van Verordening (EU) 2021/241 weerspiegelt het nationale hervormingsprogramma 2023 ook de halfjaarlijkse verslaglegging van Griekenland over de vorderingen bij de uitvoering van zijn herstel- en veerkrachtplan.

(11) De Commissie heeft op 24 mei 2023 het landverslag 2023 voor Griekenland11 gepubliceerd. Daarin werd de vooruitgang beoordeeld die Griekenland heeft geboekt bij de uitvoering van de desbetreffende landspecifieke aanbevelingen die de Raad tussen 2019 en 2022 heeft vastgesteld en werd de balans opgemaakt van de uitvoering door Griekenland van het herstel- en veerkrachtplan. Op basis van deze analyse werden in het landverslag lacunes vastgesteld met betrekking tot de uitdagingen die niet of slechts gedeeltelijk worden aangepakt in het herstel- en veerkrachtplan, alsook nieuwe en opkomende uitdagingen. Ook werd de vooruitgang beoordeeld die Griekenland heeft geboekt bij de uitvoering van de Europese pijler van sociale rechten en bij de verwezenlijking van de kerndoelen van de EU inzake werkgelegenheid, vaardigheden en armoedebestrijding, alsook bij de verwezenlijking van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen van de VN.

(12) De Commissie heeft op grond van artikel 5 van Verordening (EU) nr. 1176/2011 met betrekking tot Griekenland een diepgaande evaluatie verricht en de resultaten ervan bekendgemaakt op 24 mei 202312. Zij heeft geconcludeerd dat Griekenland buitensporige macro-economische onevenwichtigheden ondervindt. Met name de kwetsbaarheden in verband met de hoge overheidsschuld en een groot aantal niet-renderende leningen in de context van een hoge werkloosheid zijn afgenomen, maar de externe positie is verslechterd. Een belangrijk punt van zorg is dat het tekort op de lopende rekening in 2022 aanzienlijk is toegenomen, ondanks het herstel van de inkomsten uit het toerisme. Hoewel het externe tekort dit jaar en volgend jaar enigszins zal afnemen, zal het ruim boven het niveau blijven dat nodig is om een blijvende verbetering van de netto internationale investeringspositie te waarborgen. De overheidsschuldquote blijft de hoogste in de EU, maar is in 2022 aanzienlijk verbeterd, grotendeels dankzij een sterke nominale bbp-groei, en zal naar verwachting in 2023 en 2024 verder afnemen. Niet-renderende leningen zijn vorig jaar sterk gedaald, na grote verminderingen in de voorgaande jaren, maar blijven hoog en blijven wegen op de rentabiliteit en kredietverleningscapaciteit van de banken, wat op zijn beurt weer gevolgen heeft voor de kapitaalverdieping en de productiviteitsgroei van de economie. De beleidsreactie heeft bijgedragen tot het wegwerken van de onevenwichtigheden en de uitvoering van het herstel- en veerkrachtplan biedt een belangrijke kans om de resterende structurele zwakheden aan te pakken. Er zijn echter meer inspanningen nodig, met name om ervoor te zorgen dat de externe saldi sterk verbeteren en dat niet-renderende leningen verder afnemen, onder meer door een doeltreffender handhaving van de schuld en verbetering van de markt voor secundaire niet-renderende leningen.

(13) Op basis van door Eurostat13 gevalideerde gegevens is het overheidstekort van Griekenland afgenomen van 7,1 % van het bbp in 2021 tot 2,3 % in 2022, terwijl de overheidsschuld is gedaald van 194,6 % van het bbp eind 2021 tot 171,3 % eind 2022.

(14) Het overheidssaldo is beïnvloed door de begrotingsbeleidmaatregelen die zijn genomen om de economische en sociale gevolgen van de stijging van de energieprijzen te verzachten. In 2022 bestonden dergelijke uitgavenverhogende maatregelen onder meer uit elektriciteitssubsidies voor huishoudens en bedrijven, en hogere sociale uitkeringen voor kwetsbare huishoudens. De kosten van deze maatregelen werden gedeeltelijk gecompenseerd door nieuwe belastingen op onverwachte winsten van energieproducenten en -leveranciers, te weten het prijsplafond voor elektriciteitsproducenten en de buitengewone heffing voor elektriciteitsproducenten over de periode oktober 2021 tot juni 2022. De Commissie raamt de nettobegrotingskosten van deze maatregelen op 2,5 % van het bbp in 2022. Tegelijkertijd zijn de geraamde kosten van de tijdelijke noodmaatregelen van COVID-19 gedaald tot 1,5 % van het bbp in 2022, tegen 6,5 % in 2021.

(15) Op 18 juni 2021 heeft de Raad Griekenland14 aanbevolen om in 2022 gebruik te maken van de herstel- en veerkrachtfaciliteit om aanvullende investeringen ter ondersteuning van het herstel te financieren en tegelijk een prudent begrotingsbeleid te voeren. Bovendien moest Griekenland nationaal gefinancierde investeringen in stand houden.

(16) Volgens de ramingen van de Commissie was de begrotingskoers15 in 2022 ondersteunend, met – 1,0 % van het bbp. Zoals aanbevolen door de Raad, is Griekenland het herstel blijven steunen met investeringen die door de herstel- en veerkrachtfaciliteit worden gefinancierd. De met subsidies uit de herstel- en veerkrachtfaciliteit en andere EU-fondsen gefinancierde uitgaven bedroegen 2,1 % van het bbp in 2022 (2,6 % van het bbp in 2021). De daling van de uitgaven die in 2022 met subsidies uit de herstel- en veerkrachtfaciliteit en andere EU-fondsen werden gefinancierd, was het gevolg van de uitfasering van de vorige programmeringsperiode, terwijl de investeringsuitgaven in de nieuwe programmeringsperiode nog niet zijn toegenomen. De nationaal gefinancierde investeringen leverden een expansieve bijdrage van 0,6 procentpunt aan de begrotingskoers16. Griekenland heeft derhalve nationaal gefinancierde investeringen in stand gehouden, zoals aanbevolen door de Raad. Tegelijkertijd leverde de groei van de nationaal gefinancierde primaire lopende uitgaven (ongerekend nieuwe maatregelen aan de ontvangstenzijde) een expansieve bijdrage aan de begrotingskoers van 0,6 procentpunt. Deze aanzienlijk expansieve bijdrage omvatte het extra effect van begrotingsbeleidmaatregelen om de economische en sociale gevolgen van de stijging van de energieprijzen te verzachten (extra nettobegrotingskosten van 2 % van het bbp). Griekenland heeft derhalve de groei van de nationaal gefinancierde lopende uitgaven voldoende beperkt.

(17) Het macro-economische scenario dat aan de begrotingsprognoses van het stabiliteitsprogramma ten grondslag ligt, is voor 2023 realistisch en voor de periode daarna optimistisch. De regering verwacht dat het reële bbp in 2023 met 2,3 % en in 2024 met 3 % zal groeien. Ter vergelijking: in de voorjaarsprognoses 2023 van de Commissie wordt uitgegaan van een hogere reële bbp-groei van 2,4 % in 2023 en een lagere van 1,9 % in 2024, voornamelijk als gevolg van verschillen in de veronderstellingen over de investeringsactiviteit en de bijdragen van de externe sector. In het stabiliteitsprogramma 2023 wordt uitgegaan van een hogere bijdrage van de bruto-investeringen in vaste activa, met name in 2024, en de Commissie verwacht dat de invoer van goederen hoger blijft dan in de prognoses van de autoriteiten.

(18) In haar stabiliteitsprogramma 2023 voorziet de regering dat de overheidstekortquote zal dalen tot 1,8 % van het bbp in 2023. De daling in 2023 is hoofdzakelijk het gevolg van de uitfasering van de pandemiegerelateerde begrotingsmaatregelen en de vermindering van de kosten van de energiegerelateerde maatregelen, alsook van de stijgende inkomsten als gevolg van de economische groei. Volgens het programma zal de overheidsschuldquote naar verwachting dalen van 171,3 % eind 2022 tot 162,6 % eind 2023. In de voorjaarsprognoses 2023 van de Commissie wordt uitgegaan van een overheidstekort van 1,3 % van het bbp voor 2023. Dit is lager dan het in het stabiliteitsprogramma geraamde tekort, voornamelijk dankzij een gunstiger ontwikkeling van de belastinggrondslagen onder invloed van de macro-economische veronderstellingen, met inbegrip van de samenstelling van de groei en lagere uitgaven voor de sociale begroting in overeenstemming met de systematische onderbesteding die de afgelopen jaren is waargenomen. In de voorjaarsprognoses 2023 van de Commissie wordt uitgegaan van een lagere overheidsschuldquote van 160,2 % eind 2023. Het verschil is voornamelijk toe te schrijven aan de hogere nominale bbp-groei, en in mindere mate aan het lagere overheidstekort dat door de Commissie wordt voorspeld.

(19) Het overheidssaldo zal naar verwachting in 2023 verder worden beïnvloed door de begrotingsmaatregelen die zijn genomen om de economische en sociale gevolgen van de stijging van de energieprijzen te verzachten. Zij bestaan uit maatregelen uit 2022 die werden verlengd (met name: De elektriciteitssubsidies voor huishoudens en bedrijven). De kosten van deze maatregelen worden nog steeds gedeeltelijk gecompenseerd door belastingen op onverwachte winsten van energieleveranciers, te weten het prijsplafond voor elektriciteitsproducenten en de solidariteitsbijdrage van de raffinaderijen. Rekening houdend met deze inkomsten worden de nettobegrotingskosten van de steunmaatregelen in de voorjaarsprognoses 2023 van de Commissie geraamd op 0,2 % van het bbp in 202317. De meeste maatregelen in 2023 lijken niet gericht te zijn op de meest kwetsbare huishoudens of bedrijven, en houden het prijssignaal om de vraag naar energie te verminderen en de energie-efficiëntie te verhogen niet volledig in stand. Bijgevolg wordt het bedrag van de gerichte steunmaatregelen waarmee rekening moet worden gehouden bij de beoordeling van de naleving van de aanbeveling voor 2023, in de voorjaarsprognoses 2023 van de Commissie geraamd op 0,1 % van het bbp in 2023 (tegen 0,5 % van het bbp in 2022). Ten slotte zal het overheidssaldo in 2023 naar verwachting profiteren van de uitfasering van de COVID-19-gerelateerde tijdelijke noodmaatregelen van 1,5 % van het bbp.

(20) Op 12 juli 2022 heeft de Raad Griekenland aanbevolen18 in 2023 een prudent begrotingsbeleid voeren, met name door de groei van nationaal gefinancierde primaire lopende uitgaven te beperken tot onder de potentiële productiegroei op middellange termijn19, rekening houdend met de aanhoudende tijdelijke en gerichte steun aan huishoudens en bedrijven die het kwetsbaarst zijn voor energieprijsstijgingen en aan mensen die Oekraïne ontvluchten. Tegelijkertijd moet Griekenland klaar staan om de lopende uitgaven aan te passen aan de veranderende situatie. Ook werd Griekenland aanbevolen te voorzien in meer overheidsinvesteringen voor de groene en de digitale transitie en voor energiezekerheid, met inachtneming van het REPowerEU-initiatief, onder meer door gebruik te maken van de herstel- en veerkrachtfaciliteit en andere Uniefondsen.

(21) Voor 2023 wordt in de voorjaarsprognoses 2023 van de Commissie uitgegaan van een grotendeels neutrale begrotingskoers (-0,2 % van het bbp) in een context van hoge inflatie. Dit volgt op een expansieve begrotingskoers in 2022 (-1,0 % van het bbp). Verwacht wordt dat de groei van de nationaal gefinancierde primaire lopende uitgaven (ongerekend nieuwe maatregelen aan de ontvangstenzijde) in 2023 een contractieve bijdrage van 0,3 % van het bbp aan de begrotingskoers zal leveren. Daarom is de verwachte groei van de nationaal gefinancierde primaire lopende uitgaven in overeenstemming met de aanbeveling van de Raad. De verwachte contractieve bijdrage van de nationaal gefinancierde primaire lopende uitgaven is in hoofdzaak toe te schrijven aan de lagere kosten van de (gerichte en niet-gerichte) steunmaatregelen voor huishoudens en bedrijven in reactie op de energieprijsstijgingen (met 2,3 % van het bbp). De stijging van de sociale uitgaven is de belangrijkste aanjager van de groei van de nationaal gefinancierde primaire lopende uitgaven (ongerekend nieuwe maatregelen aan de ontvangstenzijde). De met subsidies uit de herstel- en veerkrachtfaciliteit en andere EU-fondsen gefinancierde uitgaven bedroegen in 2023 2,5 % van het bbp, terwijl nationaal gefinancierde investeringen een neutrale bijdrage van 0,0 procentpunt aan de begrotingskoers leverden20. Daarom is Griekenland van plan extra investeringen te financieren via de herstel- en veerkrachtfaciliteit en andere EU-fondsen, en wordt verwacht dat nationaal gefinancierde investeringen in stand worden gehouden. Het is voornemens overheidsinvesteringen te financieren voor de groene en de digitale transitie en voor energiezekerheid, zoals de installatie van 8 000 openbaar toegankelijke oplaadpunten voor elektrische voertuigen op belangrijke locaties in steden en voorsteden, de digitalisering van het openbaar bestuur en de verbetering van de elektriciteitsinterconnectie van eilanden.

(22) Volgens het stabiliteitsprogramma zal het overheidstekort dalen tot 0,8 % van het bbp in 2024. De daling in 2024 is hoofdzakelijk het gevolg van de uitfasering van de resterende energie- en andere maatregelen en de toename van inkomsten dankzij de solide economische groei. Volgens het programma wordt verwacht dat de overheidsschuldquote zal afnemen tot 150,8 % eind 2024. Op basis van de op de afsluitdatum van de prognoses bekende beleidsmaatregelen wordt in de voorjaarsprognoses 2023 van de Commissie uitgegaan van een overheidstekort van 0,6 % van het bbp in 2024. Dit is lager dan het in het stabiliteitsprogramma geraamde tekort, voornamelijk als gevolg van de veronderstellingen over de uitvoering van de sociale begroting, met name lagere uitgaven voor sociale uitkeringen en pensioenen. In de voorjaarsprognoses 2023 van de Commissie wordt uitgegaan van een hogere overheidsschuldquote van 154,5 % eind 2024.

(23) Het stabiliteitsprogramma voorziet in de uitfasering van alle steunmaatregelen voor energie in 2024. De Commissie gaat ook uit van een volledige uitfasering van de energiesteunmaatregelen in 2024. Dit is gebaseerd op de veronderstelling dat de energieprijzen niet opnieuw zullen stijgen.

(24) Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad roept op tot een jaarlijkse verbetering van het structurele begrotingssaldo in de richting van de doelstelling op middellange termijn met 0,5 % van het bbp als benchmark21. Rekening houdend met overwegingen inzake de houdbaarheid van de begroting,22 zou een verbetering van het structurele saldo met ten minste 0,3 % van het bbp voor 2024 passend zijn. Om een dergelijke verbetering te waarborgen, mag de groei van de netto nationaal gefinancierde primaire uitgaven23 in 2024 niet meer bedragen dan 2,6 %, zoals in deze aanbeveling is weergegeven. Dit zal ook bijdragen tot de versterking van de externe positie. Tegelijkertijd moeten de resterende energiesteunmaatregelen (momenteel door de Commissie geraamd op 0,2 % van het bbp in 2023) geleidelijk worden afgebouwd, afhankelijk van de ontwikkelingen op de energiemarkt en uitgaande van de minst doelgerichte maatregelen, en moeten de daarmee samenhangende besparingen worden gebruikt om het overheidstekort te verminderen.

(25) Uitgaande van ongewijzigd beleid wordt in de voorjaarsprognoses 2023 van de Commissie verwacht dat de netto nationaal gefinancierde primaire uitgaven in 2024 met 0,7 % zullen stijgen, wat onder het aanbevolen groeipercentage ligt. De in de prognoses van de Commissie geraamde aanpassing is groter dan de besparingen door de volledige uitfasering van energiesteunmaatregelen.

(26) Volgens het programma zullen de overheidsinvesteringen naar verwachting stijgen van 4,8 % van het bbp in 2023 tot 5,4 % van het bbp in 2024. De hogere investeringen weerspiegelen iets lagere nationaal gefinancierde investeringen en hogere door de EU gefinancierde investeringen, met name via de herstel- en veerkrachtfaciliteit. Het programma verwijst naar hervormingen en investeringen die naar verwachting zullen bijdragen tot de houdbaarheid van de begroting en duurzame en inclusieve groei. Deze omvatten investeringen met een hoge toegevoegde waarde en structurele hervormingen in de richting van de groene, de digitale en de energietransitie, die ook deel uitmaken van het herstel- en veerkrachtplan.

(27) Het stabiliteitsprogramma schetst een begrotingstraject voor de middellange termijn tot 2026. Volgens het programma zal het overheidstekort naar verwachting dalen tot 0,5 % van het bbp in 2025 en tot 0,1 % tegen 2026. Verwacht wordt derhalve dat het overheidstekort gedurende de looptijd van het programma onder de 3 % van het bbp blijft. Volgens het programma zal de overheidsschuldquote naar verwachting dalen van 150,8 % eind 2024 tot 135,2 % tegen eind 2026.

(28) Voortbouwend op beste praktijken en hervormingen die in het kader van het herstel- en veerkrachtplan zijn doorgevoerd, zouden wijzigingen in het Griekse belastingbeleidskader de investeringskloof kunnen helpen dichten. Met name de invoering van een systeem van voorafgaande fiscale ruling zou de rechtszekerheid voor investeerders kunnen versterken en de huidige inspanningen om het belastingstelsel te vereenvoudigen kunnen vergroten. Een herziening van het belastingstelsel zou er ook toe kunnen bijdragen de belastinggrondslag voor zelfstandigen te verruimen en investeringen te ondersteunen. De belastingnaleving zou kunnen worden verbeterd door de toepassing van elektronische betalingen uit te breiden en meer gebruik te maken van de informatie die voortkomt uit elektronische betalingen, met name gezien de recente aanwijzingen voor een groeiend verschil tussen opgegeven lage inkomens en de kennelijk snel stijgende omzet van zelfstandigen. In het bijzonder door een beter gebruik te maken van de informatie die voortkomt uit elektronische betalingen voor bepaalde beroepen. De lopende digitale transformatie van de onafhankelijke instantie voor overheidsontvangsten zal naar verwachting onder meer bijdragen aan deze doelstelling. Het is echter essentieel dat de autonomie van de instantie om haar HR- en IT-infrastructuur te beheren en te ontwikkelen verder wordt vergroot, gezien de voortdurende uitdagingen voor de belastingstelsels wereldwijd.

(29) Griekenland is initiatieven blijven nemen om zijn overheidsadministratie te moderniseren, maar de algemene prestaties blijven laag. Na een aanzienlijke aanpassing na 2010 zijn de omvang en de kosten van het openbaar bestuur in grote lijnen in overeenstemming met het EU-gemiddelde. De loonsom van Griekenland is in 2022 stabiel gebleven op 10,8 % van het bbp, iets boven het EU-gemiddelde (10,2 % van het bbp). Om deze verworvenheden veilig te stellen is het van essentieel belang dat de uniforme salaristabel verder wordt toegepast en dat de huidige personeelsbezetting wordt gehandhaafd door de 'one-in-one-out'-aanwervingsregel voor vast personeel en het in 2022 ingevoerde plafond voor tijdelijk personeel te blijven toepassen. Het herstel- en veerkrachtplan bevat maatregelen om de doeltreffendheid van overheidsdiensten te verbeteren, met bijzondere aandacht voor de verbetering van de digitale dienstverlening. Tegelijkertijd blijft het aantrekken en behouden van hooggekwalificeerd personeel een uitdaging. Dit zou op structurele wijze kunnen worden aangepakt door middel van speciale/aanvullende salaristabellen voor specifieke functies en/of organen en een welomschreven toelagensysteem dat als integraal onderdeel van het nieuwe HR-managementsysteem wordt ingevoerd, waarbij de integriteit van de uniforme salaristabel en de totale omvang van de loonsom gewaarborgd blijven.

(30) Overeenkomstig artikel 19, lid 3, punt b), van en criterium 2.2 van bijlage V bij Verordening (EU) 2021/241 bevat het herstel- en veerkrachtplan een uitgebreide reeks elkaar versterkende hervormingen en investeringen die uiterlijk in 2026 moeten zijn uitgevoerd. Griekenland heeft tot dusver goede vooruitgang geboekt bij de uitvoering van zijn herstel- en veerkrachtplan. In de toekomst zal het belangrijk zijn om bij de uitvoering het momentum vast te houden. Griekenland heeft drie betalingsverzoeken24 voor niet-terugbetaalbare financiële steun en twee betalingsverzoeken voor leningsteun ingediend, overeenkomend met 85 mijlpalen en streefdoelen in het plan. Tot op heden heeft Griekenland een totale uitbetaling van 7 126 miljoen EUR ontvangen25. Overeenkomstig artikel 14, lid 6, van Verordening (EU) nr. 2021/241 heeft Griekenland op 29 maart 2023 zijn voornemen kenbaar gemaakt om 5 000 miljoen EUR aanvullende leningsteun aan te vragen in het kader van de herstel- en veerkrachtfaciliteit. Griekenland heeft een goede start gemaakt met de uitvoering van zijn plan en heeft een beheer- en controlesysteem opgezet om de tijdige voltooiing van de hervormingen en investeringen te monitoren en te coördineren. In de toekomst zal het van belang zijn deze inspanningen te handhaven en te versterken, gezien het grote aantal geplande hervormingen en investeringen, met name omdat voor de uitvoering van een aantal daarvan tijdig vooruitgang moet worden geboekt met diverse preparatoire maatregelen, waaronder procedures voor overheidsopdrachten. De verdere uitvoering van het plan hangt af van de administratieve en uitvoeringscapaciteit van de aangewezen uitvoeringsorganen, waaronder de regionale en lokale overheid. De snelle opname van het nieuwe REPowerEU-hoofdstuk in het herstel- en veerkrachtplan maakt de financiering mogelijk van aanvullende hervormingen en investeringen ter ondersteuning van de strategische doelstellingen van Griekenland op het gebied van energie en de groene transitie. De systematische en doeltreffende betrokkenheid van lokale en regionale autoriteiten, sociale partners en andere relevante belanghebbenden blijft belangrijk voor de succesvolle uitvoering van het herstel- en veerkrachtplan, alsook ander economisch en werkgelegenheidsbeleid dat verder gaat dan het plan, om te zorgen voor een breed draagvlak voor de algehele beleidsagenda.

(31) De Commissie heeft alle programmeringsdocumenten van Griekenland betreffende het cohesiebeleid in 2022 goedgekeurd. Het is van cruciaal belang om de cohesiebeleidsprogramma’s in aanvulling op en in synergie met het herstel- en veerkrachtplan, met inbegrip van het REPowerEU-hoofdstuk, snel uit te voeren om de groene en de digitale transitie te verwezenlijken, de economische en sociale veerkracht te vergroten en een evenwichtige territoriale ontwikkeling in Griekenland tot stand te brengen.

(32) Naast de economische en sociale uitdagingen die in het herstel- en veerkrachtplan aan bod komen, wordt Griekenland geconfronteerd met een aantal extra uitdagingen in verband met gezondheidszorg en langdurige zorg, kadastrale kartering, energiebeleid en de groene transitie.

(33) De overheidsuitgaven voor gezondheidszorg liggen onder het EU-gemiddelde, terwijl eigen bijdragen van patiënten in Griekenland als bbp-aandeel de op één na hoogste in de EU zijn. De gezondheidszorg is nog steeds ziekenhuisgericht, met uitgaven voor curatieve zorg gericht op hospitalisatie. Bovendien staat Griekenland staat Griekenland op de eerste plaats van alle lidstaten wat betreft de overheidsuitgaven voor geneesmiddelen als aandeel van het bbp. De overheidsuitgaven voor langdurige en preventieve zorg liggen aanzienlijk onder het EU-gemiddelde en er bestaat geen alomvattende nationale strategie voor langdurige zorg. Om dit aan te pakken voert Griekenland een nieuw systeem voor primaire gezondheidszorg in om de afhankelijkheid van ziekenhuiszorg te verminderen en de toegang tot goederen en diensten in de gezondheidszorg efficiënter te maken. De volledige uitrol van de hervorming van de primaire gezondheidszorg wordt gehinderd door het tekort aan huisartsen. Het aantal huisartsen is niet voldoende voor dekking van de gehele bevolking. Er zal voldoende dekking nodig zijn om een doeltreffend en alomvattend op poortwachterschap gebaseerd systeem, dat op 1 september 2023 van start moet gaan, volledig te kunnen invoeren. Daartoe zullen sterkere stimulansen om het aantal huisartsen uit te breiden voor een volledige dekking en registratie van de bevolking van cruciaal belang zijn, om een adequate en gelijke toegang tot de gezondheidszorg te waarborgen.

(34) De voltooiing van het nationale kadaster – een langdurig project – zal het Griekse ondernemingsklimaat verder verbeteren. Eind mei 2023 was 71 % van de kadastrale kartering voltooid en was nog eens 25 % van de eigendomsrechten verzameld en in behandeling. De verwerking van de verzamelde rechten zal naar verwachting eind 2023 worden afgerond, waarmee het kadaster aan het eind van het jaar voltooid zou zijn. Bij de overgang naar het nieuwe agentschap “Hellenic Cadastre” zijn 12 kadasterkantoren en 49 filialen geopend en operationeel. Het Hellenic Cadastre is voornemens de dienstverlening aan de burgers volledig te digitaliseren en de herstel- en veerkrachtfaciliteit biedt steun voor de digitalisering van alle registraties en akten van eigendomsrechten die momenteel op papier bestaan.

(35) Ondanks de inspanningen die Griekenland ook in het kader van de energiecrisis heeft geleverd, blijft het land sterk afhankelijk van fossiele brandstoffen: in 2021 maakten olie en gas respectievelijk 52 % en 24 % van de energiemix uit. Om de inspanningen voor het koolstofvrij maken van de economie te bespoedigen kunnen een aantal maatregelen worden doorgevoerd die voortbouwen op en verder gaan dan de investeringen en hervormingen van het herstel- en veerkrachtplan van Griekenland. Griekenland zou de uitbreiding van hernieuwbare energie kunnen versnellen door de rechtskaders ter bevordering van de ontwikkeling van infrastructuur voor hernieuwbare waterstof en windenergie op zee vast te stellen en te voltooien. Verdere inspanningen zijn nodig om de ontwikkeling van een wet- en regelgevingskader voor biomethaan te bespoedigen en het beschikbare duurzame biomethaanpotentieel om te zetten in daadwerkelijke productiecapaciteit ter compensatie van de invoer van aardgas.

(36) Naarmate meer hernieuwbare energiebronnen worden geïntegreerd, zullen verdere investeringen om de opslag- en netwerkcapaciteit uit te breiden essentieel zijn om het evenwicht op het elektriciteitsnet te bewaren. Gemeenschappelijke vergoedingsregelingen en de bevordering van systemen achter de meter zouden belangrijke instrumenten kunnen zijn om een tijdige en levensvatbare uitbreiding van de opslagcapaciteit te bevorderen. Om te voorkomen dat hernieuwbare energiebronnen moeten worden beperkt, zouden extra elektriciteitsinterconnecties met buurlanden kunnen worden ontwikkeld. Wat de verdere invoering van hernieuwbare energiebronnen betreft, zal het van belang zijn het in 2022 aangenomen nieuwe rechtskader, dat het vergunningsproces voor hernieuwbare energiebronnen en opslagprojecten vereenvoudigt en versnelt, volledig te handhaven. Bovendien zou de bevordering van zelfconsumptieregelingen, inclusief uitbreiding van de steun voor de installatie van fotovoltaïsche systemen met batterijen, en energiegemeenschappen kunnen bijdragen tot een grotere maatschappelijke aanvaarding van de invoering van duurzame energie.

(37) Griekenland zou ook het toepassingsgebied en de ambitie van de bestaande energiebesparende maatregelen kunnen uitbreiden en het hoge niveau van energiearmoede kunnen terugdringen. Het aardgasverbruik in Griekenland is in de periode tussen augustus 2022 en maart 2023 met 22 % gedaald ten opzichte van het gemiddelde gasverbruik over dezelfde periode in de voorgaande 5 jaar, meer dan het reductiestreefcijfer van 15 %. Griekenland zou zijn inspanningen om de vraag naar gas tijdelijk te verminderen kunnen voortzetten tot 31 maart 202426.

(38) Het invoeren van nieuwe financiële instrumenten zoals energie-efficiëntieveilingen zou het bereik van bestaande programma's ter ondersteuning van renovatie efficiënter kunnen richten op energiearme huishoudens. Het aandeel van slimme meters in Griekenland ligt ver achter bij het EU-gemiddelde (3 % tegenover 54 %, cijfers van 2021) en zou kunnen worden verhoogd, aangezien het de consumenten in staat stelt actief deel te nemen aan de markt en de vraagsturing te ondersteunen. Daarnaast kunnen specifieke sectoren zoals vervoer en water aanzienlijke energiebesparingen realiseren omdat zij nog steeds sterk afhankelijk zijn van olie.

(39) Tekorten aan arbeidskrachten en vaardigheden in sectoren en beroepen die cruciaal zijn voor de groene transitie, zoals de productie, de toepassing en het onderhoud van nettonultechnologieën, zorgen voor knelpunten bij de overgang naar een nettonuleconomie. Hoogwaardige onderwijs- en opleidingsstelsels die inspelen op veranderende behoeften op de arbeidsmarkt en gerichte bij- en omscholingsmaatregelen zijn van cruciaal belang om tekorten aan vaardigheden aan te pakken en arbeidsintegratie en -verschuivingen te bevorderen. Om het onbenutte arbeidsaanbod te ontsluiten, moeten deze maatregelen toegankelijk zijn, met name voor personen en in de sectoren en regio’s waarvoor de gevolgen van de groene transitie het grootst zijn. In Griekenland zijn tekorten aan groene vaardigheden momenteel het duidelijkst in de bouwsector, die uiterst relevant is voor de groene transitie, en voor specifieke beroepen zoals loodgieters, pijpfitters en elektriciens. Ten slotte is er nog ruimte voor verdere actie om de inzetbaarheid van jongeren en vrouwen te vergroten. Het versterken van de administratieve capaciteit van de openbare diensten voor arbeidsvoorziening en het uitbreiden van een individuele benadering van werkzoekenden kan de resultaten van werkgelegenheid voor deze groepen verbeteren en een soepele en eerlijke transitie ondersteunen.

(40) In het licht van deze beoordeling van de Commissie heeft de Raad het stabiliteitsprogramma 2023 onderzocht en zijn advies27 daarover is in de onderstaande aanbeveling 1 weergegeven.

(41) Aangezien de economieën van de lidstaten van de eurozone in hoge mate met elkaar zijn verweven en zij collectief bijdragen aan de werking van de economische en monetaire unie, heeft de Raad de lidstaten van de eurozone aanbevolen actie te ondernemen, onder meer via hun herstel- en veerkrachtplannen, teneinde i) de houdbaarheid van de schuld in stand te houden en af te zien van generieke steun voor de geaggregeerde vraag in 2023, gerichtere begrotingsmaatregelen te nemen om de impact van de hoge energieprijzen te verlichten en na te denken over passende manieren om de steun af te bouwen naarmate de druk op de energieprijzen afneemt; ii) hoge overheidsinvesteringen te handhaven en particuliere investeringen te bevorderen om de groene en de digitale transitie te ondersteunen; iii) loonontwikkelingen te ondersteunen die het verlies aan koopkracht verzachten en tegelijkertijd tweederonde-effecten op de inflatie beperken, actief arbeidsmarktbeleid verder verbeteren en tekorten aan vaardigheden tegengaan; iv) het ondernemingsklimaat te verbeteren en ervoor te zorgen dat energiesteun aan bedrijven kosteneffectief en tijdelijk is, gericht is op levensvatbare bedrijven en stimulansen voor de groene transitie handhaaft, en v) de macrofinanciële stabiliteit in stand te houden en risico’s te monitoren en tegelijkertijd te blijven werken aan de voltooiing van de bankenunie. Voor Griekenland dragen aanbevelingen 1, 2, 3 en 4 bij tot de uitvoering van de eerste, tweede, derde, vierde en vijfde aanbeveling voor de eurozone.

(42) In het licht van de diepgaande evaluatie door de Commissie en van deze beoordeling heeft de Raad het nationale hervormingsprogramma 2023 en het stabiliteitsprogramma 2023 onderzocht. Zijn aanbevelingen op grond van artikel 6 van Verordening (EU) nr. 1176/2011 zijn in onderstaande aanbeveling 1 weergegeven. Het in aanbeveling 1 bedoelde beleid helpt om kwetsbaarheden in verband met overheidsschuld, externe positie en niet-renderende leningen aan te pakken. Aanbeveling 2 draagt bij tot de aanpak van aanbeveling 1. Het in aanbeveling 1 bedoelde beleid draagt bij tot zowel de aanpak van onevenwichtigheden als de uitvoering van de aanbeveling voor de eurozone, in overeenstemming met overweging 41.


BEVEELT AAN dat Griekenland in 2023 en 2024 de volgende actie onderneemt:

1. De geldende steunmaatregelen voor energie tegen eind 2023 afbouwen en de daarmee samenhangende besparingen gebruiken om het overheidstekort te verminderen. Indien nieuwe stijgingen van de energieprijzen steunmaatregelen noodzakelijk maken, ervoor zorgen dat deze gericht zijn op de bescherming van kwetsbare huishoudens en bedrijven, budgettair houdbaar zijn en stimulansen voor energiebesparing in stand houden.

Zorgen voor een prudent begrotingsbeleid, met name door de nominale stijging van de nationaal gefinancierde netto primaire uitgaven in 2024 te beperken tot maximaal 2,6 %.

Nationaal gefinancierde overheidsinvesteringen in stand houden en zorgen voor een doeltreffende absorptie van subsidies uit de herstel- en veerkrachtfaciliteit en andere EU-fondsen, met name om de groene en de digitale transitie te bevorderen.

Voor de periode na 2024 blijven streven naar een begrotingsstrategie op middellange termijn van geleidelijke en duurzame consolidatie, in combinatie met investeringen en hervormingen die leiden tot een hogere duurzame groei, teneinde een voorzichtige begrotingssituatie op middellange termijn te bereiken.

Voortbouwend op de hervormingen in het kader van het herstel- en veerkrachtplan, het belastingstelsel investeringsvriendelijker maken door een systeem van voorafgaande fiscale ruling in te voeren, de belastinggrondslag verbreden, onder meer door de huidige belastingstructuur voor zelfstandigen te herzien, en de belastingnaleving verbeteren door het gebruik van elektronische betalingen uit te breiden. De autonomie van de belastingdienst behouden en versterken door haar mandaat voor de ontwikkeling en het beheer van informatiesystemen en human resources uit te breiden. De doeltreffendheid van het openbaar bestuur verzekeren, ervoor zorgen dat het arbeidskrachten met de juiste vaardigheden kan aantrekken en de uniforme salaristabel consequent handhaven. Streven naar verdere vermindering van niet-renderende leningen en verdere verbetering van de werking van de secundaire markt voor niet-renderende leningen.

2. Het momentum in de gestage uitvoering van het herstel- en veerkrachtplan vasthouden en het REPowerEU-hoofdstuk snel afronden, zodat snel met de uitvoering ervan kan worden begonnen. Voor voldoende administratieve capaciteit blijven zorgen gezien de omvang van het plan. De cohesiebeleidsprogramma’s snel uitvoeren, in nauwe aansluiting op en in synergie met het herstel- en veerkrachtplan.

3. Om een adequate en gelijke toegang tot de gezondheidszorg te waarborgen, de uitrol van het kader voor primaire gezondheidszorg voltooien en sterkere stimulansen bieden voor de inschrijving van een voldoende aantal huisartsen om tot een volledige dekking en registratie van de bevolking te komen. De hervorming van het kadaster afronden door voltooiing van de kadastrale kartering en de instelling en operationaliteit van het Hellenic Cadastre Agency.

4. De afhankelijkheid van fossiele brandstoffen verminderen en de diversificatie van aanvoerroutes voor energie verder versnellen. De uitrol van hernieuwbare energie verder versterken door de nieuwe rechtskaders voor het vergunningsproces en voor offshorewindmolenparken te voltooien en te handhaven, de capaciteit van het elektriciteitsnetwerk en de opslagcapaciteit te vergroten, de gedecentraliseerde productie van hernieuwbare energie te bevorderen en wetgevingskaders voor de productie van hernieuwbare waterstof en biomethaan in te voeren. Meer werk maken van maatregelen ter verbetering van de energie-efficiëntie, waaronder gerichte maatregelen voor energiearme huishoudens en de installatie van slimme meters, en van beleidsinspanningen die gericht zijn op het verstrekken en verwerven van de vaardigheden die nodig zijn voor de groene transitie. Het koolstofvrij maken van de vervoerssector ondersteunen, met name door bevordering van elektrische voertuigen.