Artikelen bij COM(2017)753 - Kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water (herschikking) - Parlementaire monitor

Parlementaire monitor
Woensdag 3 juni 2020
kalender

Artikelen bij COM(2017)753 - Kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water (herschikking)

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.



Artikel 1

Doel

1. Deze richtlijn heeft betrekking op de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water.

2. De richtlijn heeft ten doel de volksgezondheid te beschermen tegen de schadelijke gevolgen van verontreiniging van voor menselijke consumptie bestemd water door ervoor te zorgen dat het gezond en schoon is.

Artikel 2

Definities

In deze richtlijn wordt verstaan onder:

1. „voor menselijke consumptie bestemd water”: a) al het water dat onbehandeld of na behandeling bestemd is voor drinken, koken, voedselbereiding ⇨ of -productie, ⇦ of andere huishoudelijke doeleinden, ⇨ zowel in openbare als in particuliere percelen, ⇦ ongeacht de herkomst en of het water wordt geleverd via een distributienet, ⌦ wordt geleverd ⌫ uit een tankschip of tankauto, of, ⇨ voor bronwater, ⇦ in flessen ⇨ wordt gedaan ⇦ of verpakkingen;

b) al het water dat in enig levensmiddelenbedrijf wordt gebruikt voor de vervaardiging, de behandeling, de conservering of het in de handel brengen van voor menselijke consumptie bestemde producten of stoffen, tenzij de bevoegde nationale autoriteiten ervan overtuigd zijn dat de kwaliteit van het water de gezondheid van de levensmiddelen als eindproduct niet kan aantasten.

2. „huishoudelijk leidingnet”: de leidingen, fittingen en toestellen die geïnstalleerd worden tussen de kranen die normaliter ⇨ , zowel in openbare als in particuliere percelen, ⇦ worden gebruikt voor menselijke consumptie en het distributienet, maar slechts indien die volgens de desbetreffende nationale wetgeving niet onder de verantwoordelijkheid van de waterleverancier in zijn hoedanigheid van waterleverancier vallen.


⇩ nieuw

3. „waterleverancier”: een entiteit die gemiddeld per dag ten minste 10 m3 voor menselijke consumptie bestemd water levert;

4. „kleine waterleverancier”: een waterleverancier die per dag minder dan 500 m3 levert of die minder dan 5 000 mensen bedient;

5. „grote waterleverancier”: een waterleverancier die per dag ten minste 500 m3 levert of die ten minste 5 000 mensen bedient;

6. „zeer grote waterleverancier”: een waterleverancier die per dag ten minste 5 000 m3 levert of die ten minste 50 000 mensen bedient;

7. „prioritaire percelen”: grote percelen met veel gebruikers die aan watergerelateerde risico’s blootgesteld zouden kunnen worden, waaronder ziekenhuizen, zorginstellingen, gebouwen met overnachtingsfaciliteiten, strafinrichtingen en kampeerterreinen, zoals door de lidstaten aangewezen;

8. „kwetsbare en gemarginaliseerde groepen”: mensen die ten gevolge van discriminatie of een gebrek aan toegang tot rechten, hulpbronnen of kansen zijn uitgesloten uit de samenleving, en die vergeleken met de rest van de samenleving sterker zijn blootgesteld aan een reeks potentiële risico’s, waaronder risico’s die betrekking hebben op hun gezondheid, veiligheid, gebrek aan opleiding en betrokkenheid bij schadelijke praktijken.


🡻 1998/83 (aangepast)

Artikel 3

Uitzonderingen

1. Deze richtlijn is niet van toepassing op:

a) natuurlijk mineraalwater dat door de verantwoordelijke autoriteit bevoegde nationale autoriteiten overeenkomstig Richtlijn 80/777/EEG van de Raad van 15 juli 1980 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake de exploitatie en het in de handel brengen van natuurlijk mineraalwater 102 als zodanig is erkend, zoals bedoeld in Richtlijn 2009/54/EG;


🡻 1998/83

b) water dat een geneesmiddel is in de zin van Richtlijn 2001/83/EG65/65/EEG van de Raad van 26 januari 1965 betreffende de aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake geneesmiddelen 103 . Richtlijn 2001/83/EG.


🡻 1998/83

2. De lidstaten mogen van toepassing van deze richtlijn uitzonderen:

a) water dat uitsluitend bestemd is voor doeleinden waarvoor de kwaliteit van het water naar de overtuiging van de bevoegde autoriteiten direct noch indirect van invloed is op de gezondheid van de betrokken verbruikers;

b) voor menselijke consumptie bestemd water dat afkomstig is van een afzonderlijke voorziening die gemiddeld minder dan 10 m3 per dag levert of waarvan minder dan 50 personen gebruik maken, tenzij het water wordt geleverd in het kader van een commerciële of openbare activiteit.

3. Lidstaten die gebruik maken van de in lid 2, onder b), genoemde uitzonderingen zorgen ervoor dat de betrokken bevolking daarvan op de hoogte wordt gebracht en ook van de maatregelen die kunnen worden getroffen om de volksgezondheid te beschermen tegen de schadelijke gevolgen van verontreiniging van voor menselijke consumptie bestemd water. Bovendien wordt de betrokken bevolking zo spoedig mogelijk passend advies verstrekt, wanneer blijkt dat de kwaliteit van dit water gevaar voor de volksgezondheid kan opleveren.


🡻 1998/83 (aangepast)

⇨ nieuw

Artikel 4

Algemene verplichtingen

1. Onverminderd hun verplichtingen uit hoofde van andere communautaire bepalingen ⌦ van de Unie ⌫, nemen de lidstaten de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat voor menselijke consumptie bestemd water gezond en schoon is. Overeenkomstig de minimumvereisten van deze richtlijn is voor menselijke consumptie bestemd water gezond en schoon, als het ⌦ aan alle volgende voorwaarden voldoet ⌫ :

a) ⌦ het bevat ⌫geen micro-organismen, parasieten of andere stoffen bevat in hoeveelheden of concentraties die gevaar voor de volksgezondheid kunnen opleveren, en

b) ⌦ het ⌫ voldoet aan de in bijlage I, delen A en B, gespecificeerde minimumvereisten;

en als de lidstaten, overeenkomstig de toepasselijke bepalingen van de artikelen 5 tot en met 8 en 10, overeenkomstig het Verdrag,

c) de lidstaten ⌦ hebben ⌫ alle andere nodige maatregelen ⌦ genomen ⌫nemen om ervoor te zorgen dat voor menselijke consumptie bestemd water aan de vereisten van ⇨ de artikelen 5 tot en met 12 van ⇦ deze richtlijn ⇨ te voldoen ⇦ voldoet.

2. De lidstaten zorgen ervoor dat de maatregelen ter uitvoering van de bepalingen van deze richtlijn er in geen geval, direct of indirect, toe kunnen leiden dat de huidige kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water achteruitgaat, voorzover dit van belang is voor de bescherming van de volksgezondheid, of dat de verontreiniging van ⇨ water dat wordt gebruikt ⇦ voor de ⇨ productie van voor menselijke consumptie ⇦ drinkwaterproductie bestemd water toeneemt.

Artikel 5

Kwaliteitseisen

1. De lidstaten stellen voor de in bijlage I vermelde parameters de waarden vast die van toepassing zijn op voor menselijke consumptie bestemd water⌦ , die niet minder streng zijn dan de in die bijlage vermelde waarden ⌫ .

2. De overeenkomstig lid 1 vastgestelde waarden zijn niet minder streng dan de in bijlage I vermelde waarden. De waarden voor de parameters in bijlage I, deel C, behoeven uitsluitend te worden vastgesteld voor controledoeleinden en om te voldoen aan de verplichtingen van artikel 8.

2.3.    Indien de bescherming van de volksgezondheid op hun grondgebied of een deel daarvan dit vereist, stellen de lidstaten waarden vast voor aanvullende parameters die niet in bijlage I zijn opgenomen. De vastgestelde waarden ⌦ voldoen ⌫ moeten ten minste voldoen aan de eisen van artikel 4, lid 1, onder a).

Artikel 6

Plaats waaraan waar aan de kwaliteitseisen moet worden voldaan

1. Aan de overeenkomstig artikel 56 vastgestelde parameterwaarden ⇨ voor de in de lijsten in bijlage I, delen A en B, opgenomen parameters ⇦ moet worden voldaan:

a) voor water dat via een distributienet wordt geleverd, op het punt binnen een perceel of gebouw waar het uit de kranen komt die normaliter worden gebruikt voor menselijke consumptie; of

b) voor water dat geleverd wordt uit een tankschip of tankauto, op het punt waar het uit het tankschip of de tankauto komt; of

c) voor ⇨ bronwater ⇦ water in flessen of verpakkingen bestemd voor verkoop, op het punt waarop ⇨ het water in ⇦ de flessen ⇨ wordt gedaan ⇦ of verpakkingen worden gevuld.; of 

d) voor water dat wordt gebruikt in een levensmiddelenbedrijf, op het punt waar het in het bedrijf wordt gebruikt.

2. Voor water zoals omschreven in lid 1, onder a), worden de lidstaten geacht aan hun verplichtingen krachtens dit artikel, artikel 4 en artikel 8, lid 2, te hebben voldaan, wanneer kan worden vastgesteld dat de overschrijding van de overeenkomstig artikel 5 vastgestelde parameterwaarden te wijten is aan het huishoudelijk leidingnet of het onderhoud daarvan, behalve op percelen en in gebouwen waar het publiek van water wordt voorzien, zoals scholen, ziekenhuizen en restaurants.

3. Wanneer lid 2 van toepassing is en er een risico bestaat dat het in lid 1, onder a), omschreven water niet voldoet aan de overeenkomstig artikel 5 vastgestelde parameterwaarden, zorgen de lidstaten er niettemin voor dat:

a)passende maatregelen worden genomen om het risico dat de parameterwaarden worden overschreden te verkleinen of weg te nemen, zoals het adviseren van eigenaars over mogelijke herstelmaatregelen die zij kunnen treffen; en/of

andere maatregelen worden genomen, zoals de toepassing van adequate behandelingstechnieken, om de aard of de eigenschappen van het water voor de levering zodanig te veranderen dat het risico dat het water na de levering niet aan de parameterwaarden voldoet, wordt verkleind of weggenomen;

en

b)de betrokken verbruikers naar behoren worden geïnformeerd en geadviseerd over mogelijke aanvullende herstelmaatregelen die zij moeten treffen.


⇩ nieuw

Artikel 7

Op risico’s gebaseerde benadering van waterveiligheid

1. De lidstaten zorgen ervoor dat op de levering, behandeling en distributie van voor menselijke consumptie bestemd water een op risico’s gebaseerde benadering wordt toegepast, die uit de volgende elementen bestaat:

a) een gevarenbeoordeling van waterlichamen die worden gebruikt voor de onttrekking van voor menselijke consumptie bestemd water, overeenkomstig artikel 8;

b) een door de waterleveranciers uitgevoerde leveringsrisicobeoordeling met het oog op de controle van de kwaliteit van het door hen geleverde water, overeenkomstig artikel 9 en bijlage II, deel C;

c) een risicobeoordeling van het huishoudelijk leidingnet, overeenkomstig artikel 10.

2. De gevarenbeoordelingen worden uiterlijk op [3 years after the end-date for transposition of this Directive] uitgevoerd. Zij worden om de drie jaar herzien, en waar nodig bijgewerkt.

3. De leveringsrisicobeoordelingen worden door zeer grote waterleveranciers en grote waterleveranciers uiterlijk op [3 years after the end-date for transposition of this Directive], en door kleine waterleveranciers uiterlijk op [6 years after the end-date for transposition of this Directive], uitgevoerd. Zij worden met regelmatige tussenpozen van niet langer dan zes jaar herzien, en waar nodig bijgewerkt.

4. De risicobeoordelingen van het huishoudelijk leidingnet worden uiterlijk op [3 years after the end-date for transposition of this Directive] uitgevoerd. Zij worden om de drie jaar herzien, en waar nodig bijgewerkt.

Artikel 8

Gevarenbeoordeling van waterlichamen die worden gebruikt voor de onttrekking van voor menselijke consumptie bestemd water

1. Onverminderd de artikelen 6 en 7 van Richtlijn 2000/60/EG zorgen de lidstaten ervoor dat een gevarenbeoordeling wordt uitgevoerd met betrekking tot alle voor de onttrekking van voor menselijke consumptie bestemd water gebruikte waterlichamen die gemiddeld meer dan 10 m3 per dag leveren. De gevarenbeoordeling omvat de volgende elementen:

a) identificatie van en georeferenties voor alle onttrekkingspunten in de door de gevarenbeoordeling bestreken waterlichamen;

b) kaarten van de beschermingszones, voor zover die overeenkomstig artikel 7, lid 3, van Richtlijn 2000/60/EG zijn vastgesteld, en de beschermde gebieden zoals bedoeld in artikel 6 van die richtlijn;

c) identificatie van gevaren en mogelijke bronnen van verontreiniging met gevolgen voor de door de gevarenbeoordeling bestreken waterlichamen. De lidstaten kunnen hiervoor de overeenkomstig artikel 5 van Richtlijn 2000/60/EG uitgevoerde beoordeling van de effecten van menselijke activiteiten gebruiken, alsmede de overeenkomstig bijlage II, punt 1.4, bij die richtlijn verzamelde informatie over significante belastingen;

d) regelmatige controle in de door de gevarenbeoordeling bestreken waterlichamen op relevante verontreinigende stoffen die uit de volgende lijsten worden geselecteerd:

i) de in bijlage I, delen A en B, bij deze richtlijn opgenomen lijsten van parameters;

ii) de in bijlage I bij Richtlijn 2006/118/EG van het Europees Parlement en de Raad 104 opgenomen lijst van verontreinigende stoffen in het grondwater, alsmede verontreinigende stoffen en indicatoren van verontreiniging waarvoor overeenkomstig bijlage II bij die richtlijn door de lidstaten drempelwaarden zijn vastgesteld;

iii) de lijst van prioritaire stoffen en bepaalde andere verontreinigende stoffen in bijlage I bij Richtlijn 2008/105/EG van het Europees Parlement en de Raad 105 ;

iv) lijsten van overige relevante verontreinigende stoffen, zoals microplastics, of stroomgebiedspecifieke verontreinigende stoffen, zoals door de lidstaten opgesteld op basis van de overeenkomstig artikel 5 van Richtlijn 2000/60/EG uitgevoerde beoordeling van de effecten van menselijke activiteiten en de overeenkomstig bijlage II, punt 1.4, bij die richtlijn verzamelde informatie over significante belastingen.

De lidstaten maken een selectie uit de punten i) tot en met iv) voor de controle van parameters, stoffen of verontreinigende stoffen die in het licht van de overeenkomstig dit lid, onder c), geïdentificeerde gevaren of van de overeenkomstig lid 2 door de waterleveranciers verstrekte informatie relevant worden geacht.

Voor de regelmatige controle kunnen de lidstaten ook gebruikmaken van de overeenkomstig andere wetgeving van de Unie uitgevoerde controles.

2. Waterleveranciers die hun onbehandelde water controleren in het kader van operationele monitoring worden ertoe verplicht de bevoegde autoriteiten op de hoogte te stellen van tendensen en ongebruikelijke concentraties van parameters, stoffen of verontreinigende stoffen waarop wordt gecontroleerd.

3. De lidstaten stellen de waterleveranciers die het door de gevarenbeoordeling bestreken waterlichaam gebruiken op de hoogte van de resultaten van de overeenkomstig lid 1, onder d), uitgevoerde controle en kunnen, op basis van die controleresultaten:

a) voorschrijven dat de waterleveranciers aanvullende controles of behandeling uitvoeren voor bepaalde parameters;

b) toestaan dat de waterleveranciers de controlefrequentie voor bepaalde parameters verlagen, zonder hen ertoe te verplichten een leveringsrisicobeoordeling uit te voeren, mits het niet gaat om kernparameters in de zin van bijlage II, deel B, punt 1, en mits geen enkele redelijkerwijs te voorziene factor aanwezig is waardoor de kwaliteit van het water achteruit zou kunnen gaan.

4. In gevallen waarin wordt toegestaan dat een waterleverancier de controlefrequentie verlaagd, zoals bedoeld in lid 3, onder b), blijven de lidstaten regelmatig controleren op die parameters in het door de gevarenbeoordeling bestreken waterlichaam.

5. Op basis van de overeenkomstig de leden 1 en 2 verzamelde informatie en de krachtens Richtlijn 2000/60/EG vergaarde informatie nemen de lidstaten in samenwerking met de waterleveranciers en andere belanghebbenden de volgende maatregelen, of zorgen zij ervoor dat die maatregelen door de waterleveranciers worden genomen:

a) preventiemaatregelen om het vereiste niveau van de behandeling te verlagen en de waterkwaliteit veilig te stellen, met inbegrip van de in artikel 11, lid 3, onder d), van Richtlijn 2000/60/EG bedoelde maatregelen;

b) verzachtende maatregelen die op basis van de overeenkomstig lid 1, onder d), uitgevoerde controle noodzakelijk worden geacht om de bron van de verontreiniging te identificeren en aan te pakken. 

De lidstaten herzien dergelijke maatregelen regelmatig.

Artikel 9

Leveringsrisicobeoordeling

1. De lidstaten zorgen ervoor dat waterleveranciers een leveringsrisicobeoordeling uitvoeren, waarbij zij de mogelijkheid bieden de controlefrequentie voor elk van de in de lijsten in bijlage I, delen A en B, opgenomen parameters, voor zover het geen kernparameters overeenkomstig bijlage II, deel B, betreft, aan te passen, afhankelijk van het optreden ervan in het onbehandelde water.

Voor die parameters zorgen de lidstaten ervoor dat de waterleveranciers overeenkomstig de specificaties in bijlage II, deel C, af mogen wijken van de in bijlage II, deel B, vastgestelde bemonsteringsfrequenties.

Met het oog daarop worden de waterleveranciers ertoe verplicht rekening te houden met de resultaten van de overeenkomstig artikel 8 van deze richtlijn uitgevoerde gevarenbeoordeling en van de overeenkomstig artikel 7, lid 1, en artikel 8 van Richtlijn 2000/60/EG uitgevoerde monitoring.

2. Leveringsrisicobeoordelingen worden door de bevoegde autoriteiten goedgekeurd.

Artikel 10

Risicobeoordeling van het huishoudelijk leidingnet

1. De lidstaten zorgen ervoor dat een risicobeoordeling van het huishoudelijk leidingnet wordt uitgevoerd, die de volgende elementen omvat:

a) een beoordeling van de potentiële risico’s in verband met de huishoudelijke leidingnetten en de daarmee samenhangende producten en materialen, en van de vraag of deze risico’s van invloed zijn op de kwaliteit van het water op de plaatsen waar het uit de kranen komt die normaliter worden gebruikt voor menselijke consumptie, met name waar het publiek van water wordt voorzien in prioritaire percelen;

b) regelmatige controle van de in de lijst in bijlage I, deel C, opgenomen parameters in percelen waar het mogelijke gevaar voor de menselijke gezondheid het grootst wordt geacht. Relevante parameters en percelen voor de controle worden geselecteerd op basis van de onder a) bedoelde beoordeling.

Met betrekking tot de regelmatige controle zoals bedoeld in de eerste alinea, kunnen de lidstaten een controlestrategie opstellen die op prioritaire percelen is toegespitst;

c) verificatie of de prestaties van bouwproducten die in contact komen met voor menselijke consumptie bestemd water adequaat zijn ten opzichte van de essentiële kenmerken in verband met de in bijlage I, punt 3, onder e), bij Verordening (EU) nr. 305/2011 gespecificeerde fundamentele eis voor bouwwerken.

2. Indien de lidstaten op basis van de beoordeling overeenkomstig lid 1, onder a), van mening zijn dat er een risico bestaat voor de volksgezondheid dat voortvloeit uit het huishoudelijk leidingnet of uit de daarmee samenhangende producten en materialen, of indien uit de controle overeenkomstig lid 1, onder b), blijkt dat niet aan de parameterwaarden van bijlage I, deel C, wordt voldaan:

a) nemen zij passende maatregelen om het risico op de niet-naleving van de parameterwaarden van bijlage I, deel C weg te nemen of te verkleinen;

b) nemen zij alle noodzakelijke maatregelen om ervoor te zorgen dat de migratie van stoffen of chemicaliën uit bouwproducten die worden gebruikt bij de bereiding of distributie van voor menselijke consumptie bestemd water, geen direct of indirect gevaar voor de menselijke gezondheid oplevert;

c) nemen zij, in samenwerking met de waterleveranciers, andere maatregelen, zoals de toepassing van adequate conditioneringstechnieken, om de aard of de eigenschappen van het water voor de levering zodanig te veranderen dat het risico op niet-naleving van de parameterwaarden na de levering, wordt weggenomen of verkleind;

d) informeren en adviseren zij de consumenten naar behoren over de voorwaarden voor consumptie en gebruik van het water en over mogelijke maatregelen om te voorkomen dat het risico zich opnieuw voordoet;

e) organiseren zij scholing voor loodgieters en andere beroepsgroepen die zich bezighouden met huishoudelijke leidingnetten en de installatie van bouwproducten;

f) zorgen zij er wat betreft Legionella voor dat er doeltreffende controle- en beheersmaatregelen beschikbaar zijn om mogelijke ziekte-uitbraken te voorkomen en aan te pakken.


🡻 1998/83 (aangepast)

Artikel 117 -   Controle

1. Om na te gaan of het voor de verbruikers beschikbare water aan de vereisten van deze richtlijn en in het bijzonder aan de overeenkomstig artikel 5 vastgestelde parameterwaarden voldoet, treffen de lidstaten alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water regelmatig wordt gecontroleerd. Er moeten ⌦ worden ⌫ monsters worden genomen die representatief zijn voor de kwaliteit van het gedurende het jaar verbruikte water. Ingeval voor menselijke consumptie bestemd water bij de bereiding of distributie gedesinfecteerd wordt, treffen de lidstaten voorts alle maatregelen om ervoor te zorgen dat de doelmatigheid van de toegepaste desinfectiebehandeling wordt gecontroleerd.


🡻 1998/83

⇨ nieuw

2. Om te voldoen aan de bij lid 1 opgelegde verplichtingen ⇨ worden overeenkomstig bijlage II, deel A, ⇦ stellen de bevoegde autoriteiten passende controleprogramma’s ⇨ opgesteld ⇦ op voor al het voor menselijke consumptie bestemde water. Deze controleprogramma’s voldoen aan de minimumvereisten van bijlage II. ⇨ bestaan uit de volgende elementen: ⇦


⇩ nieuw

a) controle, overeenkomstig bijlage II, van de in de lijsten in bijlage I, delen A en B, opgenomen parameters, alsmede van de overeenkomstig artikel 5, lid 2, en, indien een leveringsrisicobeoordeling wordt uitgevoerd, overeenkomstig artikel 9 vastgestelde parameters;

b) controle van de in de lijst in bijlage I, deel C, opgenomen parameters, voor de risicobeoordeling van het huishoudelijk leidingnet zoals bedoeld in artikel 10, lid 1, onder b);

c) controle voor de gevarenbeoordeling, zoals bedoeld in artikel 8, lid 1, onder d).


🡻 1998/83


3. De plaatsen van monsterneming worden bepaald door de bevoegde autoriteiten en voldoen aan de desbetreffende vereisten van bijlage II, deel D.


🡻 596/2009 art. 1 en bijlage, punt 2.2

4. Voor de in het onderhavige artikel bedoelde controles kunnen communautaire richtsnoeren worden opgesteld volgens de in artikel 12, lid 2, vastgelegde beheersprocedure.


🡻 1998/83 (aangepast)

45. a) De lidstaten houden zich aan de specificaties voor de analyses van parameters als omschreven in bijlage III⌦ , overeenkomstig de volgende beginselen: ⌫

a)b)aAndere dan in bijlage III, deel A1, vermelde ⌦ analysemethoden ⌫ methoden mogen worden gebruikt, mits kan worden aangetoond dat de verkregen resultaten minstens even betrouwbaar zijn als die van de gespecificeerde methoden ⌦ door aan ⌫ . De lidstaten die een alternatieve methode hanteren, verstrekken de Commissie alle relevante inlichtingen over deze methode en de gelijkwaardigheid ervan ⌦ te verstrekken⌫.

b)c)vVoor de in bijlage III, delen 2 en 3 deel B, genoemde parameters mag elke analysemethode worden gebruikt, mits deze aan de aldaar gestelde eisen voldoet.

56. Voor stoffen of micro-organismen waarvoor geen parameterwaarden zijn vastgesteld overeenkomstig artikel 5, zorgen de lidstaten per geval voor aanvullende controle indien er reden is om aan te nemen dat deze stoffen of organismen aanwezig zijn in hoeveelheden of aantallen die gevaar voor de volksgezondheid kunnen opleveren.


🡻 1998/83

Artikel 128 - Herstelmaatregelen en beperkingen van het gebruik

1. De lidstaten zorgen ervoor dat elk geval waarin niet aan de overeenkomstig artikel 5 vastgestelde parameterwaarden wordt voldaan, onmiddellijk wordt onderzocht om de oorzaak vast te stellen.

2. Wanneer voor menselijke consumptie bestemd water, ondanks de met het oog op naleving van de verplichtingen van artikel 4, lid 1, genomen maatregelen, niet aan de overeenkomstig artikel 5 vastgestelde parameterwaarden voldoet, en onverminderd artikel 6, lid 2, zorgen de betrokken lidstaten ervoor dat zo spoedig mogelijk de nodige herstelmaatregelen worden getroffen om de kwaliteit weer op peil te brengen, waarbij onder meer wordt gelet op de mate waarin de parameterwaarde in kwestie is overschreden en op het mogelijke gevaar voor de volksgezondheid.


⇩ nieuw

In geval van niet-naleving van de parameterwaarden in bijlage I, deel C, omvatten de herstelmaatregelen de in artikel 10, lid 2, onder a) tot en met f), bedoelde maatregelen.


🡻 1998/83 (aangepast)

⇨ nieuw

3. Ongeacht of al dan niet aan de parameterwaarden wordt voldaan, zorgen de lidstaten ervoor dat de levering van voor menselijke consumptie bestemd water dat gevaar kan opleveren voor de volksgezondheid, wordt verboden of dat het gebruik ervan wordt ingeperkt ⌦ en ⌫ of dat ⌦ alle ⌫ er andere ⌦ herstelmaatregelen ⌫ maatregelen worden genomen ⌦ die nodig zijn ⌫ om de volksgezondheid te beschermen. In dat geval worden de verbruikers zo spoedig mogelijk over de situatie geïnformeerd en van het nodige advies voorzien.


⇩ nieuw

De lidstaten beschouwen elk geval van niet-naleving van de in bijlage I, delen A en B, vastgestelde minimumvereisten voor de parameterwaarden als een potentieel gevaar voor de volksgezondheid.

4. In de in de leden 2 en 3 beschreven gevallen nemen de lidstaten zo spoedig mogelijk alle volgende maatregelen:

a) alle getroffen verbruikers in kennis stellen van het potentiële gevaar voor de volksgezondheid en de oorzaak daarvan, van de overschrijding van een parameterwaarde en de genomen herstelmaatregelen, met inbegrip van verboden, inperkingen en andere maatregelen;

b) de nodige adviezen aan de verbruikers geven, en die adviezen regelmatig bijwerken, over de voorwaarden voor consumptie en gebruik van het water, waarbij met name rekening wordt gehouden met potentieel kwetsbare groepen;

c) de verbruikers op de hoogte stellen zodra is vastgesteld dat er geen potentieel gevaar voor de volksgezondheid meer is, en hen ervan op de hoogte stellen dat de dienstverlening weer normaal verloopt.


🡻 1998/83 (aangepast)

45. De bevoegde autoriteiten of andere betrokken instanties besluiten welke maatregelen krachtens lid 3 ⌦ worden genomen ⌫ noodzakelijk zijn en houden daarbij tevens rekening met de risico’s die onderbreking van de levering of inperking van het gebruik van voor menselijke consumptie bestemd water zouden opleveren voor de volksgezondheid.

5. De lidstaten kunnen richtsnoeren opstellen om de bevoegde autoriteiten bij de vervulling van hun verplichtingen krachtens lid 4 te ondersteunen.

6. Wanneer niet wordt voldaan aan de parameterwaarden of de specificaties in bijlage I, deel C, gaan de lidstaten na of een en ander risico voor de volksgezondheid oplevert. Zij nemen herstelmaatregelen om de kwaliteit van het water weer op peil te brengen indien de bescherming van de volksgezondheid dit vereist.

7. De lidstaten zorgen ervoor dat indien er herstelmaatregelen worden genomen, de verbruikers op de hoogte worden gebracht, behalve wanneer de bevoegde autoriteiten oordelen dat de overschrijding van de parameterwaarden niet van betekenis is.

Artikel 9

Afwijkingen

1. De lidstaten kunnen tot een door hen vast te stellen maximumwaarde voorzien in afwijkingen van de parameterwaarden van bijlage I, deel B, of die welke zijn vastgesteld overeenkomstig artikel 5, lid 3, indien de afwijking geen gevaar kan opleveren voor de volksgezondheid en de levering van voor menselijke consumptie bestemd water in het betrokken gebied op geen enkele andere redelijke manier kan worden verzekerd.

Afwijkingen moeten worden gebonden aan een zo kort mogelijke termijn die niet langer mag zijn dan drie jaar. Aan het einde van deze termijn wordt een evaluatie gemaakt om na te gaan of de situatie voldoende verbeterd is. Lidstaten die een tweede maal een afwijking willen toestaan, zenden de evaluatie en de redenen waarop hun besluit omtrent die afwijking is gebaseerd, toe aan de Commissie. Deze tweede afwijking geldt voor maximaal drie jaar.

2. In uitzonderlijke gevallen kunnen de lidstaten de Commissie verzoeken om een derde afwijking van maxmaal drie jaar. De Commissie neemt binnen drie maanden een besluit over een dergelijk verzoek.

3. Bij een besluit omtrent een afwijking overeenkomstig de leden 1 en 2 wordt gespecificeerd:

a) de reden van de afwijking;

b) de parameter waarop het besluit omtrent de afwijking betrekking heeft, voorgaande relevante controleresultaten die met deze parameter verband houden en de maximaal toelaatbare waarde ingevolge het besluit omtrent de afwijking;

c) het geografisch gebied, de hoeveelheid geleverd water per dag, de betrokken bevolkingsgroep en of de afwijking al dan niet gevolgen heeft voor enig betrokken levensmiddelenbedrijf;

d) een passend controleschema met, zo nodig, een verhoogde controlefrequentie;

e) een samenvatting van het plan voor de noodzakelijke herstelmaatregelen, met inbegrip van een tijdschema voor het werk, een raming van de kosten en voorzieningen voor de evaluatie;

f) de vereiste duur van de afwijking.

4. Indien de bevoegde autoriteiten van oordeel zijn dat de overschrijding van de parameterwaarde onbeduidend is en indien herstelmaatregelen overeenkomstig artikel 8, lid 2, het probleem binnen maximaal 30 dagen kunnen oplossen, zijn de vereisten van lid 3 niet van toepassing.

In dat geval stellen de bevoegde autoriteiten of andere betrokken instanties alleen de maximaal toelaatbare parameterwaarde vast en de tijd waarin het probleem moet worden opgelost.

5. Lid 4 kan niet langer worden toegepast wanneer dezelfde parameterwaarde voor een bepaalde waterlevering in de voorafgaande twaalf maanden in totaal meer dan 30 dagen is overschreden.

6. De lidstaten die van de in dit artikel bedoelde afwijkingsmogelijkheden gebruik maken, zorgen ervoor dat de betrokken bevolking zo spoedig mogelijk naar behoren over het besluit omtrent de afwijking en de daaraan verbonden voorwaarden wordt geïnformeerd. Bovendien zorgen de lidstaten ervoor dat specifieke bevolkingsgroepen waarvoor de afwijking een speciaal risico kan opleveren zo nodig advies wordt verstrekt.

Behoudens andersluidend besluit van de bevoegde autoriteiten, zijn deze verplichtingen niet van toepassing in de in lid 4 vermelde omstandigheden.

7. Met uitzondering van afwijkingen krachtens lid 3, stellen de lidstaten de Commissie binnen twee maanden in kennis van afwijkingen die betrekking hebben op een waterlevering van gemiddeld meer dan 1 000 m3 per dag of aan meer dan 5000 personen; daarbij verstrekken zij de in lid 3 genoemde gegevens.

8. De bepalingen van dit artikel hebben geen betrekking op voor menselijke consumptie bestemd water dat in flessen of verpakkingen te koop wordt aangeboden.

Artikel 10

Waarborging van de kwaliteit van behandeling, installatie en materialen

De lidstaten treffen alle maatregelen die nodig zijn om ervoor te zorgen dat de stoffen of in nieuwe installaties toegepaste materialen, die gebruikt worden bij de bereiding of distributie van voor menselijke consumptie bestemd water, en de door dergelijke stoffen of materialen veroorzaakte verontreinigingen niet in een hogere concentratie in het water achterblijven dan voor het gebruik van die stoffen of materialen noodzakelijk is en dat zij er direct noch indirect toe leiden dat afbreuk wordt gedaan aan de bescherming van de volksgezondheid waarin deze richtlijn voorziet; de basisdocumenten en technische specificaties overeenkomstig artikel 3 en artikel 4, lid 1 van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad van 21 december 1988 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der lidstaten inzake voor de bouw bestemde producten 106 moeten voldoen aan de eisen van deze richtlijn.


⇩ nieuw

Artikel 13

Toegang tot voor menselijke consumptie bestemd water

1. Onverminderd artikel 9 van Richtlijn 2000/60/EG nemen de lidstaten alle nodige maatregelen ter verbetering van de toegang voor iedereen tot voor menselijke consumptie bestemd water en ter bevordering van het gebruik ervan op hun grondgebied. Deze omvatten alle hieronder genoemde maatregelen:

a) de identificatie van personen die geen toegang hebben tot voor menselijke consumptie bestemd water en de redenen waarom zij geen toegang hebben (zoals het behoren tot een kwetsbare en gemarginaliseerde groep), het beoordelen van de mogelijkheden om de toegang voor deze mensen te verbeteren en de informatieverstrekking aan deze mensen over de mogelijkheden om te worden aangesloten op het distributienet of over alternatieve manieren om toegang tot dat water te krijgen;

b) het opzetten en onderhouden van apparatuur buiten en binnen voor vrije toegang tot voor menselijke consumptie bestemd water in openbare ruimten;

c) het stimuleren van het gebruik van voor menselijke consumptie bestemd water door:

i) campagnes te lanceren om burgers te informeren over de kwaliteit van dat water;

ii) de verstrekking van dat water in openbare en overheidsgebouwen aan te moedigen;

iii) de gratis verstrekking van dat water door restaurants, kantines en cateringdiensten aan te moedigen.

2. Op basis van de uit hoofde van lid 1, onder a), verzamelde informatie nemen de lidstaten alle nodige maatregelen om de toegang tot voor menselijke consumptie bestemd water voor kwetsbare en gemarginaliseerde groepen te waarborgen.

Indien die groepen geen toegang hebben tot voor menselijke consumptie bestemd water, informeren de lidstaten hen onverwijld over de kwaliteit van het water dat zij gebruiken en over alle maatregelen die genomen kunnen worden om schadelijke effecten voor de volksgezondheid ten gevolge van eventuele verontreiniging van dat water te voorkomen.

Artikel 14

Voorlichting van het publiek

1. De lidstaten zorgen ervoor dat passende en actuele informatie over de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water online ter beschikking staat van alle personen aan wie dat water wordt geleverd, overeenkomstig bijlage IV. 

2. De lidstaten zorgen ervoor dat alle personen aan wie dat water wordt geleverd, regelmatig en ten minste eenmaal per jaar en in de meest geschikte vorm (bijvoorbeeld op hun factuur of door middel van slimme applicaties), zonder dat zij daarom hoeven te vragen, de volgende informatie ontvangen:

a) informatie over de kostenstructuur van het berekende tarief per kubieke meter voor menselijke consumptie bestemd water, met inbegrip van vaste en variabele kosten, waarbij ten minste vermelding gemaakt wordt van de kosten in verband met de volgende elementen:

i) de door de waterleveranciers genomen maatregelen met het oog op de gevarenbeoordeling uit hoofde van artikel 8, lid 5;

ii) de behandeling en distributie van voor menselijke consumptie bestemd water;

iii) de verzameling en behandeling van afvalwater;

iv) maatregelen genomen uit hoofde van artikel 13, indien de waterleveranciers dergelijke maatregelen hebben genomen;

b) de prijs per liter en per kubieke meter van het voor menselijke consumptie bestemde water;

c) de door het huishouden verbruikte hoeveelheid, ten minste per jaar of per factureringsperiode, samen met de jaarlijkse tendens in het verbruik;

d) vergelijking van het jaarlijkse waterverbruik van het huishouden met een gemiddeld verbruik voor een huishouden in dezelfde categorie;

e) een link naar de website die de in bijlage IV vermelde informatie bevat.

De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen waarin het formaat voor, en de modaliteiten voor de presentatie van, de uit hoofde van de eerste alinea te verstrekken informatie wordt gespecificeerd. Die uitvoeringsmaatregelen worden volgens de in artikel 20, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

3. De leden 1 en 2 laten de Richtlijnen 2003/4/EG en 2007/2/EG onverlet.

Artikel 15

Informatie over het toezicht op de implementatie

1. Onverminderd Richtlijn 2003/4/EG en Richtlijn 2007/2/EG stellen de lidstaten, met ondersteuning van het Europees Milieuagentschap

a) uiterlijk op ... [6 years after the end-date for transposition of this Directive] een gegevensverzameling samen, die zij vervolgens om de zes jaar bijwerken, en die informatie bevat over de uit hoofde van artikel 13 genomen maatregelen en over het deel van bevolking dat toegang heeft tot voor menselijke consumptie bestemd water;

b) uiterlijk op ... [3 years after the end-date for transposition of this Directive] een gegevensverzameling samen, die zij vervolgens om de drie jaar bijwerken, en die de overeenkomstig artikel 8 respectievelijk artikel 10 uitgevoerde gevarenbeoordelingen en risicobeoordelingen van het huishoudelijk leidingnet bevat, met inbegrip van de volgende elementen:

i) de uit hoofde van artikel 8, lid 1, onder a), geïdentificeerde onttrekkingspunten;

ii) de overeenkomstig artikel 8, lid 1, onder d), en artikel 10, lid 1, onder b), verzamelde controleresultaten; en

iii) beknopte informatie over uit hoofde van artikel 8, lid 5, en artikel 10, lid 2, genomen maatregelen;

c) een gegevensverzameling samen, die zij vervolgens jaarlijks bijwerken, en die overeenkomstig de artikelen 9 en 11 verzamelde controleresultaten bevat voor gevallen waarin de in bijlage I, delen A en B, vastgestelde parameterwaarden worden overschreden, alsmede informatie over de overeenkomstig artikel 12 genomen herstelmaatregelen;

d) een gegevensverzameling samen, die zij vervolgens jaarlijks bijwerken, en die informatie bevat over incidenten met het drinkwater die een potentieel gevaar voor de volksgezondheid hebben veroorzaakt, ongeacht of zich een geval van niet-naleving van de parameterwaarden heeft voorgedaan, die langer dan tien dagen achter elkaar heeft geduurd en ten minste 1 000 mensen heeft getroffen, met inbegrip van de oorzaken van die incidenten en de overeenkomstig artikel 12 genomen maatregelen.

Waar mogelijk worden diensten met betrekking tot ruimtelijke gegevens, zoals omschreven in artikel 3, punt 4, van Richtlijn 2007/2/EG, gebruikt voor de presentatie van die gegevensverzamelingen.

2. De lidstaten zorgen ervoor dat de Commissie, het Europees Milieuagentschap en het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding toegang hebben tot de gegevensverzamelingen als bedoeld in punt 1.

3. Het Europees Milieuagentschap publiceert en actualiseert, met regelmatige tussenpozen of na ontvangst van een verzoek daartoe van de Commissie, een overzicht voor de hele Unie op basis van de door de lidstaten verzamelde gegevens.

Dit overzicht voor de hele Unie omvat in voorkomend geval indicatoren voor de outputs, resultaten en effecten van deze richtlijn, overzichtskaarten voor de hele Unie en overzichtsverslagen over de lidstaten.

4. De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen waarin het formaat voor, en de modaliteiten voor de presentatie van, de overeenkomstig de leden 1 en 3 te verstrekken informatie wordt gespecificeerd, met inbegrip van gedetailleerde voorschriften voor de indicatoren, de overzichtskaarten voor de hele Unie en de overzichtsverslagen over de lidstaten, zoals bedoeld in lid 3.

De in de eerste alinea bedoelde richtsnoeren worden volgens de in artikel 20, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Artikel 16

Toegang tot de rechter

1. De lidstaten zorgen ervan dat natuurlijke of rechtspersonen of hun verenigingen, organisaties of groepen, in overeenstemming met nationale wetgeving of praktijk, in beroep kunnen gaan bij een rechtbank of een ander onafhankelijk en onpartijdig orgaan om de materiële of formele rechtmatigheid van enig besluit, handelen of nalaten met betrekking tot de implementatie van de artikelen 4, 5, 12, 13 en 14 aan te vechten, indien aan een van de volgende voorwaarden wordt voldaan:

a) zij hebben een voldoende belang;

b) zij stellen dat inbreuk is gemaakt op een recht, voor zover het bestuursprocesrecht van een lidstaat dit als voorwaarde stelt.

2. De lidstaten bepalen in welk stadium een besluit, handelen of nalaten kan worden aangevochten.

3. Wat een voldoende belang dan wel een inbreuk op een recht vormt, wordt bepaald door de lidstaten in het licht van de doelstelling om het publiek een ruime toegang tot de rechter te verlenen.

Te dien einde wordt het belang van een niet-gouvernementele organisatie die zich inzet voor milieubescherming en die voldoet aan alle vereisten krachtens de nationale wetgeving, geacht voldoende te zijn in de zin van lid 1, onder a).

Tevens worden die organisaties geacht rechten te hebben waarop inbreuk kan worden gemaakt in de zin van lid 1, onder b).

4. De bepalingen van de leden 1, 2 en 3 sluiten de mogelijkheid van een voorafgaande toetsingsprocedure voor een bestuursorgaan niet uit en laten het vereiste onverlet dat de administratieve toetsingsprocedures doorlopen moeten zijn alvorens beroep bij een rechterlijke instantie kan worden ingesteld, voor zover een dergelijk vereiste geldt naar nationaal recht.

5. Een dergelijke procedure zoals bedoeld in de leden 1 en 4 moet eerlijk, billijk en snel zijn en mag niet buitensporig kostbaar zijn.

6. De lidstaten dragen er zorg voor dat het publiek wordt voorgelicht over toegang tot administratieve en rechterlijke toetsingsprocedures.

Artikel 17

Evaluatie

1. Uiterlijk [12 years after the end-date for transposition of this Directive] voert de Commissie een evaluatie uit van deze richtlijn. De evaluatie wordt onder meer op de volgende elementen gebaseerd:

a) de ervaring die is opgedaan bij de implementatie van deze richtlijn;

b) de overeenkomstig artikel 15, lid 1, samengestelde gegevensverzamelingen van de lidstaten en de overeenkomstig artikel 15, lid 3, door het Europees Milieuagentschap opgestelde overzichten voor de hele Unie;

c) relevante wetenschappelijke, analytische en epidemiologische gegevens;

d) aanbevelingen van de Wereldgezondheidsorganisatie, voor zover beschikbaar.

2. In het kader van de evaluatie besteedt de Commissie bijzondere aandacht aan de werking van deze richtlijn wat betreft de volgende aspecten:

a) de op risico’s gebaseerde benadering zoals in artikel 7 vastgesteld;

b) de bepalingen inzake de toegang tot water van artikel 13;

c) de bepalingen met betrekking tot de aan het publiek te verstrekken informatie van artikel 14 en bijlage IV.


🡻 1998/83 (aangepast)

Artikel 1811 - Herziening ⌦ en wijziging ⌫ van de bijlagen

1. Ten minste om de vijf jaar beziet de Commissie bijlage I opnieuw in het licht van de vooruitgang van wetenschap en techniek en dient zij, zo nodig, volgens de procedure van artikel 189 C van het Verdrag wijzigingsvoorstellen in.


⇩ nieuw

Op basis van de in de overeenkomstig artikel 15 samengestelde gegevensverzamelingen opgenomen gevarenbeoordelingen en risicobeoordelingen van het huishoudelijk leidingnet van de lidstaten herziet de Commissie bijlage II en beoordeelt zij of het nodig is die bijlage aan te passen of voert zij nieuwe controlespecificaties in voor die risicobeoordelingen.


🡻 596/2009 art. 1 en bijlage, punt 2.2

2. Ten minste om de vijf jaar past de Commissie de bijlagen II en III aan de vooruitgang van wetenschap en techniek aan.

Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 12, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.


⇩ nieuw

2. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 19 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de bijlagen I tot en met IV, om ze waar nodig aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang aan te passen of om controlevoorschriften te specificeren voor de gevarenbeoordeling en de risicobeoordeling van het huishoudelijk leidingnet, zoals bedoeld in artikel 8, lid 1, onder d), en artikel 10, lid 1, onder b).


Artikel 19

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1. De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2. De in artikel 18, lid 2, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [date of entry into force of this Directive].

3. Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 18, lid 2, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4. Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven.

5. Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6. Een overeenkomstig artikel 18, lid 2, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.


🡻 1882/2003 art. 2 en bijlage II, punt 29 (aangepast)

⇨ nieuw

Artikel 2012 - ⌦ Comitéprocedure ⌫

1. De Commissie wordt bijgestaan door een comité.⌦ Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011. ⌫

2. Wanneer naar dit artikellid wordt verwezen, ⇨ is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 ⇦ zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG 107 van toepassing, met inachtneming van het bepaalde in artikel 8 van dat besluit.

De in artikel 4, lid 3, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op drie maanden.


🡻 596/2009 art. 1 en bijlage, punt 2.2

3. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.


🡻 1998/83

Artikel 13

Informatie en rapportage

1. De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de verbruikers passende en actuele informatie over de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water ter beschikking staat.

2. Onverminderd Richtlijn 90/313/EEG van de Raad van 7 juni 1990 inzake de vrije toegang tot milieu-informatie 108 publiceert elke lidstaat een driejaarlijks verslag over de kwaliteit van het voor menselijke consumptie bestemde water, teneinde de verbruikers te informeren. Het eerste verslag bestrijkt de periode van 2002 tot en met 2004. Elk verslag omvat minimaal alle voorzieningen van gemiddeld meer dan 1 000 m3 per dag of aan meer dan 5 000 personen en beslaat drie kalenderjaren en wordt vóór het einde van het kalenderjaar volgend op de verslagperiode gepubliceerd.

3. De lidstaten doen hun verslagen binnen twee maanden na publicatie aan de Commissie toekomen.


🡻 596/2009 art. 1 en bijlage, punt 2.2

4. De vorm en de minimuminhoud van de in lid 2 bedoelde verslagen worden, met name gelet op de in artikel 3, lid 2, artikel 5, leden 2 en 3, artikel 7, lid 2, artikel 8, artikel 9, leden 6 en 7, en artikel 15, lid 1, bedoelde maatregelen bepaald en zo nodig gewijzigd volgens de beheersprocedure van artikel 12, lid 2.


🡻 1998/83

5. De Commissie bestudeert de verslagen van de lidstaten en publiceert om de drie jaar een samenvattend verslag inzake de kwaliteit van het voor menselijke consumptie bestemde water in de Gemeenschap. Dit verslag wordt binnen negen maanden na ontvangst van de verslagen van de lidstaten gepubliceerd.


🡻 596/2009 art. 1 en bijlage, punt 2.2

6. Samen met het in lid 2 bedoelde eerste verslag over deze richtlijn, brengen de lidstaten eveneens verslag uit aan de Commissie over de maatregelen die zij hebben getroffen of voornemens zijn te treffen om te voldoen aan hun verplichtingen uit hoofde van artikel 6, lid 3, en van bijlage I, deel B, opmerking 10. In voorkomend geval, wordt een voorstel betreffende de vorm van dit verslag ingediend, overeenkomstig de beheersprocedure van artikel 12, lid 2.


🡻 1998/83

Artikel 14

Tijdschema voor de naleving

De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de kwaliteit van het voor menselijke consumptie bestemde water binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn voldoet aan deze richtlijn, zulks onverminderd de opmerkingen 2, 4 en 10 in bijlage I, deel B.

Artikel 15

Uitzonderlijke gevallen

1. De lidstaten kunnen in uitzonderlijke gevallen en voor geografisch afgebakende gebieden, bij de Commissie een bijzonder verzoek om meer tijd dan vastgesteld in artikel 14 indienen. Deze bijkomende periode mag niet langer zijn dan drie jaar en aan het einde ervan moet een evaluatie worden gemaakt en toegezonden aan de Commissie, die op basis van deze evaluatie een tweede bijkomende periode van maximaal drie jaar kan toekennen. Deze bepaling is niet van toepassing op voor menselijke consumptie bestemd water dat in flessen of verpakkingen te koop wordt aangeboden.

2. In dit met redenen omklede verzoek wordt melding gemaakt van de ondervonden moeilijkheden, en worden ten minste alle in artikel 9, lid 3, genoemde gegevens opgenomen.


🡻 596/2009 art. 1 en bijlage, punt 2.2

3. Dit verzoek wordt bestudeerd volgens de beheersprocedure van artikel 12, lid 2.


🡻 1998/83

4. De lidstaten die dit artikel hanteren, zorgen ervoor dat de bij dit verzoek betrokken bevolking zo spoedig mogelijk op passende wijze wordt geïnformeerd over het resultaat van het verzoek. Bovendien zorgen de lidstaten ervoor dat specifieke bevolkingsgroepen waarvoor het verzoek een bijzonder risico kan opleveren, zo nodig advies wordt verstrekt.


⇩ nieuw

Artikel 21

Sancties

De lidstaten stellen de voorschriften vast ten aanzien van de sancties die van toepassing zijn op overtredingen van nationale bepalingen die zijn vastgesteld op grond van deze richtlijn en nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat deze sancties worden uitgevoerd. De sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn. De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk op [2 years after entry into force of this Directive] van die voorschriften en maatregelen in kennis en delen haar alle latere wijzigingen daarvan mede.


🡻 1998/83 (aangepast)

Artikel 17 -  22 Omzetting in nationaal recht

1. De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om ⌦ uiterlijk … [2 years after entry into force of this Directive] aan de artikelen 2 en 5 tot en met 21 en de bijlagen I tot en met IV te voldoen ⌫ binnen twee jaar na de inwerkingtreding aan deze richtlijn te voldoen. Zij ⌦ delen ⌫ stellen de Commissie ⌦ de tekst van die bepalingen ⌫ daarvan onverwijld ⌦ mede ⌫ in kennis.

Wanneer de lidstaten deze bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen ⌦ zelf of ⌫ naar de onderhavige richtlijn verwezen of wordt hiernaar verwezen bij de officiële bekendmaking ⌦ ervan naar deze richtlijn verwezen ⌫ van die bepalingen. ⌦ In de bepalingen wordt tevens vermeld dat verwijzingen in bestaande wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen naar de bij deze richtlijn ingetrokken richtlijnen, gelden als verwijzingen naar de onderhavige richtlijn. ⌫ De regels voor ⌦ die ⌫ deze verwijzing ⌦ en de formulering van die vermelding ⌫ worden vastgesteld door de lidstaten.

2. De lidstaten ⌦ delen ⌫ doen de Commissie mededeling van de tekst van de ⌦ belangrijkste ⌫ bepalingen van intern recht ⌦ mede ⌫ die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 16 -  23 Intrekking

1. Richtlijn 80/778/EEG ⌦ 98/83/EG, zoals gewijzigd bij de in bijlage V, deel A, genoemde handelingen, wordt met ingang van [day after the date in the first subparagraph of Article 22(1)] ⌫ vijf jaar na de inwerkingtreding van de onderhavige richtlijn ingetrokken., Oonverminderd lid 2 doet deze intrekking geen afbreuk aan de verplichtingen van de lidstaten met betrekking tot de termijnen voor de omzetting in de nationale wetgeving en voor de toepassing, zoals vermeld in bijlage IV, deel B, ⌦ genoemde termijnen voor omzetting in intern recht ⌫.

Een verwijzing ⌦ Verwijzingen ⌫ naar de ingetrokken richtlijn ⌦ gelden ⌫ wordt als een verwijzing ⌦ verwijzingen ⌫ naar de onderhavige richtlijn opgevat en dient te worden gelezen volgens de correlatietabel ⌦ concordantietabel ⌫ in bijlage VI.

Zodra een lidstaat de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking heeft doen treden om aan deze richtlijn te voldoen en de in artikel 14 bedoelde maatregelen heeft genomen, is deze richtlijn en niet Richtlijn 80/778/EEG in die lidstaat van toepassing op de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water.


⇩ nieuw

2. Door de lidstaten overeenkomstig artikel 9 van Richtlijn 98/83/EG toegestane afwijkingen die op [end-date for transposition of this Directive] nog steeds van toepassing zijn, blijven van toepassing tot de afloop van hun termijn. Zij mogen niet verder worden verlengd.


🡻 1998/83 (aangepast)

Artikel 18 -  24 Inwerkingtreding

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag ⌦ na ⌫ volgende op die van ⌦ de ⌫ haar bekendmaking ⌦ ervan ⌫ in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Artikel 2519 - Adressaten

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.