Artikelen bij COM(1994)275 - Statistiek van het zeevervoer van goederen en personen

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.

dossier COM(1994)275 - Statistiek van het zeevervoer van goederen en personen.
document COM(1994)275 NLEN
datum 8 december 1995


Artikel 1 - Algemene bepaling

De Lid-Staten stellen een communautaire statistiek op van het vervoer van goederen en personen door schepen die havens aandoen die zich op het grondgebied van de Lid-Staten bevinden.

Artikel 2 - Definities

In deze richtlijn zijn de onderstaande termen als volgt gedefinieerd:

1. zeevervoer van goederen en personen: beweging van goederen en personen door middel van schepen op reizen die geheel of gedeeltelijk op zee worden gemaakt.

Het toepassingsgebied omvat goederen die:

a) naar offshore-installaties worden vervoerd;

b) in zee worden gestort;

c) uit de zeebodem worden gewonnen en in havens worden gelost.

De ruimten en bevoorradingsmagazijnen die ter beschikking van de schepen worden gesteld, zijn uitgesloten;

2. schip: boot die zich daadwerkelijk op zee verplaatst, met andere woorden buiten de werkingssfeer van de technische veiligheidsvoorschriften voor de binnenwateren en binnen de werkingssfeer van de maritieme voorschriften.

Vissersvaartuigen en fabrieksschepen voor visverwerking, oorlogsschepen en door overheidsdiensten gebruikte schepen vallen niet binnen het toepassingsgebied van de richtlijn;

3. haven: plaats waar zich installaties bevinden die het handelsschepen mogelijk maken aan te meren en goederen te lossen of te laden of passagiers te ontschepen of in te schepen.

Artikel 3 - Kenmerken van de verzamelde gegevens

1. De Lid-Staten verzamelen de kenmerken die betrekking hebben op de volgende gebieden:

a) informatie over goederen en personen;

b) informatie over het schip.

Schepen met minder dan 100 brutoton kunnen worden uitgezonderd.

2. De kenmerken, de statistische variabelen van elk gebied, de nomenclaturen voor de classificatie ervan, alsmede de waarnemingsfrequentie, staan in de bijlagen bij deze richtlijn vermeld.

3. De gegevensverzameling is in de mate van het mogelijke gebaseerd op beschikbare bronnen, zodat de belasting voor de respondenten wordt beperkt.

Artikel 4 - Havens

1. Een lijst van havens, per land en per kustgebied gecodeerd en geregistreerd, wordt door de Commissie overeenkomstig de in artikel 13 beschreven procedure opgesteld.

2. Elke Lid-Staat kiest op deze lijst de havens op zijn grondgebied waarvan gebruik moet worden gemaakt voor het dekken van ten minste 90 % van de jaarlijkse brutotonnage van alle zeevervoer en van 90 % van alle jaarlijkse bewegingen van passagiers die van zijn havens gebruik maken. De havens die jaarlijks meer dan een miljoen ton goederen verwerken of meer dan 200 000 passagiersbewegingen registreren, worden systematisch gekozen. Voor elke gekozen haven worden gedetailleerde gegevens verstrekt, overeenkomstig bijlage IX, voor de gebieden (goederen, passagiers) waarvoor zij aan een selectiecriterium voldoen en, in voorkomend geval, beknopte gegevens voor het andere gebied.

3. Voor de havens die op de lijst staan en die niet zijn gekozen, worden beknopte gegevens verstrekt overeenkomstig bijlage IX, 'gegevens-verzameling A3'.

Artikel 5 - Nauwkeurigheid van de statistiek

Bij het ontwikkelen van de gegevensverzamelingsmethoden moet ervoor worden gezorgd dat de communautaire statistische gegevens over het zeevervoer voldoende nauwkeurig zijn voor alle in bijlage IX beschreven statistische gegevensverzamelingen. De normen inzake nauwkeurigheid worden door de Commissie overeenkomstig de in artikel 13 beschreven procedure vastgesteld.

Artikel 6 - Verwerking van de resultaten

De Lid-Staten verwerken de overeenkomstig artikel 3 verzamelde statistische gegevens zodanig dat vergelijkbare statistieken met de in artikel 5 verlangde nauwkeurigheid worden verkregen.

Artikel 7 - Overbrenging van de resultaten

1. De Lid-Staten brengen de in artikel 3 vermelde resultaten over, met inbegrip van de gegevens die door de Lid-Staten vertrouwelijk zijn verklaard krachtens de nationale wetgeving of nationale praktijken met betrekking tot de statistische geheimhouding, overeenkomstig de bepalingen van Verordening (Euratom, EEG) nr. 1588/90 van de Raad van 11 juli 1990 betreffende de toezending van onder de statistische geheimhoudingsplicht vallende gegevens aan het Bureau voor de Statistiek van de Europese Gemeenschappen (3).

2. De resultaten worden overgebracht in de vorm van een bestand aan de hand waarvan de in bijlage IX bepaalde gegevensverzamelingen kunnen worden opgesteld. De bestanden en de voor de overbrenging ervan te gebruiken dragers worden door de Commissie overeenkomstig de in artikel 13 beschreven procedure vastgesteld.

3. De overbrenging gebeurt binnen een termijn van vijf maanden vanaf het einde van de waarnemingsperiode voor de gegevens met een kwartaalfrequentie en van acht maanden voor de gegevens met een jaarfrequentie. De eerste overbrenging heeft betrekking op het eerste kwartaal van het jaar 1995.

Artikel 8 - Verslagen

1. De Lid-Staten verstrekken alle informatie over de methoden die voor het opstellen van de gegevens worden gebruikt. De Lid-Staten delen, in voorkomend geval, aan de Commissie eveneens wezenlijke veranderingen in de gehanteerde gegevensverzamelingsmethoden mee.

2. Nadat drie jaar gegevens zijn verzameld, dient de Commissie bij de Raad een verslag in over de ervaring die met de overeenkomstig deze richtlijn uitgevoerde werkzaamheden is opgedaan.

Artikel 9 - Verspreiding van de gegevens

De Commissie verspreidt de passende statistische resultaten met een periodiciteit die overeenkomt met die van de overbrenging van resultaten.

Artikel 10 - Overgangsperiode

1. De statistische gegevens over goederen (zoals bepaald in de bijlagen III en IX, 'gegevensverzameling B1') worden verzameld na een overgangsperiode die afloopt wanneer de technische vooruitgang dit mogelijk maakt.

Het einde van de overgangsperiode wordt vastgesteld door de Commissie, overeenkomstig de in artikel 13 beschreven procedure.

2. Gedurende de overgangsperiode kan de Commissie, overeenkomstig de in artikel 13 beschreven procedure, afwijkingen van de bepalingen van deze richtlijn toestaan, voor zover de nationale statistische stelsels aanpassingen met betrekking tot de codificering van de goederen voor het zeevervoer noodzakelijk maken.

Artikel 11 - Financiële bijdrage

1. De Lid-Staten ontvangen tijdens de eerste drie jaar dat de statistiek overeenkomstig deze richtlijn wordt opgesteld, een financiële bijdrage van de Gemeenschap ten belope van de kosten van de uitvoering van de daarmee gepaard gaande werkzaamheden.

2. Het bedrag van de jaarlijks voor deze maatregel uitgetrokken middelen wordt in het kader van de jaarlijkse begrotingsprocedure vastgesteld.

3. De begrotingsautoriteit stelt de voor elk jaar beschikbare middelen vast.

Artikel 12 - Comité

De bepalingen voor de tenuitvoerlegging van deze richtlijn, met inbegrip van de maatregelen voor de aanpassing ervan aan de economische en technische ontwikkelingen, met name:

- de aanpassing van de kenmerken van de gegevensverzameling (artikel 3) en van de inhoud van de bijlagen bij deze richtlijn,

- de lijst van havens, gecodeerd, regelmatig door de Commissie bijgewerkt en per land en per kustgebied ingedeeld (artikel 4),

- de eisen inzake nauwkeurigheid (artikel 5),

- de beschrijving van het bestandsrecord met gegevens en codes voor overbrenging van de resultaten naar de Commissie (artikel 7),

- het einde van de overgangsperiode (artikel 10),

worden door de Commissie vastgesteld, in overleg met het Comité statistisch programma dat is opgericht bij Besluit 89/382/EEG, Euratom, overeenkomstig de in artikel 13 beschreven procedure.

Artikel 13 - Procedure

De vertegenwoordiger van de Commissie dient bij het Comité een ontwerp van de te nemen maatregelen in. Het Comité brengt over dit ontwerp advies uit binnen een termijn die de voorzitter afhankelijk van de urgentie van het behandelde vraagstuk, eventueel na stemming, kan vaststellen.

Het advies van het Comité wordt in de notulen opgenomen. Bovendien heeft elke Lid-Staat het recht te eisen dat zijn standpunt in deze notulen wordt weergegeven.

De Commissie houdt in de mate van het mogelijke rekening met het door het Comité uitgebrachte advies. Zij brengt het Comité op de hoogte van het gevolg dat zij aan dit advies heeft gegeven.

Artikel 14 - Tenuitvoerlegging

1. De Lid-Staten keuren de nodige wettelijke, regelgevende en bestuursrechtelijke bepalingen goed om tegen uiterlijk 1 januari 1995 aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie hiervan onverwijld in kennis.

2. Wanneer de Lid-Staten deze bepalingen goedkeuren, bevatten deze een verwijzing naar deze richtlijn of gaan zij bij de officiële publikatie van een dergelijke verwijzing vergezeld. De wijze waarop deze verwijzing wordt vermeld, wordt door de Lid-Staten vastgesteld.

Artikel 15

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Artikel 16

Deze richtlijn is gericht tot de Lid-Staten.


(1) PB nr. L 219 van 28. 8. 1993, blz. 1.

(2) PB nr. L 181 van 28. 6. 1989, blz. 47.

(3) PB nr. L 151 van 15. 6. 1990, blz. 1.


BIJLAGE I


VARIABELEN EN DEFINITIES

STATISTISCHE VARIABELEN

a) Inlichtingen over goederen en passagiers

- brutogewicht in ton;

- vrachttype, overeenkomstig de nomenclatuur in bijlage II;

- beschrijving van de goederen, overeenkomstig de nomenclatuur in bijlage III;

- haven van aangifte;

- richting van de beweging, inkomend of uitgaand;

- voor inkomende goederen: de laadhaven (met andere woorden de haven waar de lading op het schip waarmee zij in de haven van aangifte is aangekomen, werd geladen) onder gebruikmaking van de havens van de Europese Economische Ruimte die zijn genoemd in de lijst van havens en, buiten de Europese Economische Ruimte, van de havens in de in bijlage IV beschreven kustgebieden;

- voor uitgaande goederen: de loshaven (met andere woorden de haven waar de lading van het schip waarmee zij de haven van aangifte heeft verlaten, moet worden gelost) onder gebruikmaking van de havens van de Europese Economische Ruimte die zijn genoemd in de lijst van havens en, buiten de Europese Economische Ruimte, van de havens in de in bijlage IV beschreven kustgebieden;

- nationaliteit van de vervoerondernemer, overeenkomstig de nomenclatuur in bijlage V;

- aantal passagiers dat een overtocht begint of beëindigt.

Voor per container of met roro-eenheden vervoerde goederen moeten de volgende aanvullende kenmerken worden opgegeven:

- aantal beladen containers;

- aantal lege containers;

- aantal beladen roro-eenheden;

- aantal lege roro-eenheden.

b) Inlichtingen over de schepen

- aantal schepen;

- ton draagvermogen van de schepen (deadweight);

- land of grondgebied waar de schepen zijn geregistreerd, overeenkomstig de nomenclatuur in bijlage VI;

- scheepstype, overeenkomstig de nomenclatuur in bijlage VII;

- grootteklasse van de schepen, overeenkomstig de nomenclatuur in bijlage VIII.

DEFINITIES

a) Transportcontainer: onderdeel van het vervoerapparaat

1. van duurzame aard en bijgevolg stevig genoeg voor meervoudig gebruik,

2. ontworpen om het vervoer van goederen door middel van een of meer wijzen van vervoer zonder tussentijdse overslag te vergemakkelijken,

3. voorzien van toebehoren voor een eenvoudige goederenomslag en meer bepaald van één wijze van vervoer naar een andere,

4. ontworpen om te worden beladen en gelost,

5. met een lengte van ten minste 20 voet.

b) Roro-eenheid: element op een verrijdbare voorziening voor het laden van goederen, zoals een vrachtwagen of aanhangwagen, die op een boot kan worden gereden of gesleept. De aanhangwagens die onderdeel uitmaken van de havens of de schepen zijn in deze bepaling begrepen. De nomenclaturen moeten EEG-aanbeveling nr. 19 'Codes voor wijzen van vervoer' volgen.

c) Containervracht: volle of lege containers die geladen worden op of gelost worden van het schip dat ze over zee vervoert.

d) Rorovracht: roro-eenheden en goederen (al dan niet in een container) in roro-eenheden die op of van het schip rijden dat ze over zee vervoert.

e) Brutotonnage van de goederen: tonnage van de vervoerde goederen inclusief de verpakkingen maar exclusief het leeg gewicht van de containers en de roro-eenheden.

f) Vervoerondernemer: persoon die verantwoordelijk is voor het vrachtvervoer per schip of voor het personenvervoer per schip. Hij wordt vergoed door middel van de vervoerkosten die worden betaald voor het vervoeren van lading of van personen over zee wanneer hij als derde dienstenleverancier optreedt. Wanneer het schip wordt gebruikt door een persoon voor het vervoer van goederen voor eigen rekening, is deze persoon de vervoerondernemer, ongeacht of het schip hem toebehoort dan wel of hij het heeft bevracht.

g) Nationaliteit van de vervoerondernemer: land waar het reële centrum van de handelsactiviteit van de vervoerondernemer is gevestigd.


BIJLAGE II


CLASSIFICATIE VAN HET VRACHTTYPE

>RUIMTE VOOR DE TABEL>


BIJLAGE III


GOEDERENNOMENCLATUUR

>RUIMTE VOOR DE TABEL>


BIJLAGE IV


KUSTGEBIEDEN

De te gebruiken nomenclatuur is de geonomenclatuur, voor 1993 goedgekeurd bij Verordening (EEG) nr. 208/93 van de Commissie van 1 februari 1993 betreffende de landennomenclatuur voor de statistieken van de buitenlandse handel van de Gemeenschap en de handel tussen de Lid-Staten (1), met het volgende voorbehoud: codes 017 en 018 worden respectievelijk gebruikt voor België en Luxemburg wanneer zij afzonderlijk moeten worden behandeld.

De code omvat vier cijfers: de drie cijfers van de code in de bovengenoemde nomenclatuur, gevolgd door het cijfer nul (bij voorbeeld code 0030 voor Nederland), behalve voor de landen die in verscheidene kustgebieden zijn verdeeld en die worden gekenmerkt door een vierde cijfer dat geen nul is (van 1 tot 7), zoals hieronder vermeld:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

(1) PB nr. L 25 van 2. 2. 1993, blz. 11.


BIJLAGE V


NATIONALITEIT VAN DE VERVOERONDERNEMER

De te gebruiken nomenclatuur is de geonomenclatuur, voor 1993 goedgekeurd bij Verordening (EEG) nr. 208/93 van de Commissie van 1 februari 1993 betreffende de landennomenclatuur voor de statistieken van de buitenlandse handel van de Gemeenschap en de handel tussen de Lid-Staten (1), met het volgende voorbehoud: codes 017 en 018 worden respectievelijk gebruikt voor België en Luxemburg wanneer zij afzonderlijk moeten worden behandeld.

(1) PB nr. L 25 van 2. 2. 1993, blz. 11.


BIJLAGE VI


NATIONALITEIT VAN DE SCHEEPSREGISTRATIE

De te gebruiken nomenclatuur is de geonomenclatuur, voor 1993 goedgekeurd bij Verordening (EEG) nr. 208/93 van de Commissie van 1 februari 1993 betreffende de landennomenclatuur voor de statistieken van de buitenlandse handel van de Gemeenschap en de handel tussen de Lid-Staten (1), met het volgende voorbehoud: codes 017 en 018 worden respectievelijk gebruikt voor België en Luxemburg wanneer zij afzonderlijk moeten worden behandeld.

De code bestaat uit vier cijfers: de drie cijfers van de code in de bovengenoemde nomenclatuur, gevolgd door het cijfer nul (bij voorbeeld code 0010 voor Frankrijk), behalve voor de landen die verscheidene registers hebben.

In de gevallen waarin verscheidene registers voor één land bestaan, is de code:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

(1) PB nr. L 25 van 2. 2. 1993, blz. 11.


BIJLAGE VII


NOMENCLATUUR VAN SCHEEPSTYPES (ICST-COM)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>


BIJLAGE VIII


SCHEEPSGROOTTEKLASSEN IN TON DRAAGVERMOGEN (DEADWEIGHT) (IN DWT)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>


BIJLAGE IX


STRUCTUUR VAN DE STATISTISCHE GEGEVENSVERZAMELINGEN

Bij de in deze bijlage gespecificeerde gegevensverzamelingen wordt de frequentie van de door de Gemeenschap gevraagde statistieken van het zeevervoer bepaald. Elke gegevensverzameling bepaalt een gekruiste onderverdeling met een beperkt aantal variabelen op verschillende nomenclatuurniveaus, met aggregatie van alle overige variabelen. Hiervoor zijn statistieken van goede kwaliteit noodzakelijk.

De goederenstatistieken, gegevensverzameling B1, worden overgebracht na een overgangsperiode, waarna de technische vooruitgang de codificering van het type goederen mogelijk zal maken (zie artikel 10).

Beknopte en gedetailleerde statistieken

- De volgende gegevensverzamelingen moeten worden verstrekt voor de havens die zijn gekozen voor goederen en passagiers: A1, A2, B1, C1, D1, E1 en F1.

- De volgende gegevensverzamelingen moeten worden verstrekt voor de havens die zijn gekozen voor goederen maar niet voor passagiers: A1, A2, A3, B1, C1, E1 en F1.

- De volgende gegevensverzamelingen moeten worden verstrekt voor de havens die zijn gekozen voor passagiers maar niet voor goederen: A3, D1 en F1.

- De volgende gegevensverzameling moet worden verstrekt voor havens die niet zijn gekozen (noch voor goederen, noch voor passagiers): A3.

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

>RUIMTE VOOR DE TABEL>