Artikelen bij COM(2021)721 - Wijziging van de Richtlijnen 2011/61/EU en 2009/65/EG wat betreft delegatieregelingen, liquiditeitsrisicobeheer, toezichtrapportage, verlening van bewaar- en bewaarnemingsdiensten en leninginitiëring door alternatieve beleggingsfondsen

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.



Artikel 1

Wijzigingen van Richtlijn 2011/61/EU

Richtlijn 2011/61/EU wordt als volgt gewijzigd:

(1) Aan artikel 4, lid 1, wordt het volgende punt ap) toegevoegd:

“ap) centrale effectenbewaarinstelling”: een centrale effectenbewaarinstelling zoals bedoeld in artikel 2, lid 1, punt 1, van Verordening (EU) nr. 909/2014 van het Europees Parlement en de Raad*.

* Verordening (EU) nr. 909/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende de verbetering van de effectenafwikkeling in de Europese Unie, betreffende centrale effectenbewaarinstellingen en tot wijziging van Richtlijnen 98/26/EG en 2014/65/EU en Verordening (EU) nr. 236/2012 (PB L 257 van 28.8.2014, blz. 1).”.

(2) Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:

(a)aan lid 4 worden de volgende punten c) en d) toegevoegd:

“c) benchmarkbeheer overeenkomstig Verordening (EU) 2016/1011;

d) kredietservicing overeenkomstig Richtlijn 2021/… van het Europees Parlement en de Raad.”;

(b)lid 6 wordt vervangen door:

“6. Artikel 2, lid 2, artikel 15, artikel 16 met uitzondering van lid 5, eerste alinea, en de artikelen 23, 24 en 25 van Richtlijn 2014/65/EU zijn van toepassing wanneer de in lid 4, punten a) en b), bedoelde diensten door abi-beheerders worden verleend.”.

(3) Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:

(a)lid 2 wordt vervangen door:

“2. De lidstaten verlangen dat een abi-beheerder die een vergunning aanvraagt, de bevoegde autoriteiten van zijn lidstaat van herkomst de volgende informatie over de abi-beheerder verstrekt:

(a)informatie over de personen die de werkzaamheden van de abi-beheerder feitelijk uitoefenen, met name met betrekking tot de in bijlage I bedoelde taken, waaronder:

i) een gedetailleerde beschrijving van hun rol, titel en rang;

ii) een beschrijving van hun rapportagelijnen en verantwoordelijkheden binnen en buiten de abi-beheerder;

iii) een overzicht van de tijd die zij aan elke verantwoordelijkheid besteden;

iv) een beschrijving van de technische en personele middelen die hun activiteiten ondersteunen;

(b)informatie over de identiteit van de rechtstreekse of middellijke aandeelhouders of leden van de abi-beheerder, natuurlijke of rechtspersonen, die daarin een gekwalificeerde deelneming bezitten, alsmede over het bedrag van die deelneming;

(c)een activiteitenprogramma waarin de organisatiestructuur van de abi-beheerder wordt uiteengezet, inclusief informatie over de wijze waarop de abi-beheerder zijn verplichtingen uit hoofde van de hoofdstukken II, III, IV en, in voorkomend geval, de hoofdstukken V, VI, VII en VIII wil nakomen, en een gedetailleerde beschrijving van de passende personele en technische middelen die de abi-beheerder daarvoor zal inzetten;

(d)informatie over het beloningsbeleid en de beloningspraktijken zoals bedoeld in artikel 13;

(e)informatie over de getroffen regelingen inzake de delegatie en subdelegatie van taken aan derden, als bedoeld in artikel 20, en een gedetailleerde beschrijving van de personele en technische middelen die door de abi-beheerder worden ingezet voor het toezicht op en de controle van de gedelegeerde.”;

(b)lid 5 wordt vervangen door:

“5. De bevoegde autoriteiten informeren de ESMA viermaal per jaar over de verleende of ingetrokken vergunningen zoals bedoeld in dit hoofdstuk.

De ESMA houdt een centraal openbaar register bij, met de identificatie van elke abi-beheerder die een vergunning uit hoofde van deze richtlijn heeft, een lijst van de abi’s die abi-beheerders in de Unie beheren en/of verhandelen, en de bevoegde autoriteit voor elke abi-beheerder. Het register wordt in elektronische vorm beschikbaar gemaakt.

Wanneer een abi-beheerder meer portefeuillebeheer- of risicobeheertaken aan in derde landen gevestigde entiteiten delegeert dan hij aanhoudt, stellen de bevoegde autoriteiten de ESMA jaarlijks in kennis van al deze delegaties (“delegatiekennisgevingen”).

De delegatiekennisgevingen omvatten het volgende:

(a)informatie over de abi-beheerder en abi in kwestie;

(b)informatie over de gedelegeerde, met vermelding van de vestigingsplaats van de gedelegeerde en of het een gereglementeerde entiteit is of niet;

(c)een beschrijving van de gedelegeerde taken op het gebied van portefeuillebeheer en risicobeheer;

(d)een beschrijving van de aangehouden taken op het gebied van portefeuillebeheer en risicobeheer;

(e)elke andere informatie die nodig is om de delegatieregelingen te analyseren;

(f)een beschrijving van de toezichtactiviteiten van de bevoegde autoriteiten, inclusief documentenonderzoeken en inspecties ter plaatse, en de resultaten van die activiteiten;

(g)nadere gegevens over de samenwerking tussen de bevoegde autoriteit van de abi-beheerder en de toezichthoudende autoriteit van de gedelegeerde.”;

(c)de volgende leden 8 en 9 worden toegevoegd:

“8. De ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op ter bepaling van de inhoud van de delegatiekennisgevingen en de standaardformulieren, templates en procedures voor de toezending van de delegatiekennisgevingen in een taal die in de financiële wereld gebruikelijk is. De standaardformulieren en templates bevatten informatievelden voor alle in lid 5, vierde alinea, bedoelde informatie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

9. De ESMA dient bij het Europees Parlement, de Raad en de Commissie regelmatig, ten minste om de twee jaar, een verslag in met een analyse van de marktpraktijken met betrekking tot delegatie aan in derde landen gevestigde entiteiten en de naleving van de artikelen 7 en 20.”.

(4) In artikel 8, lid 1, wordt punt c) vervangen door:

“c) de personen die de werkzaamheden van de abi-beheerder feitelijk uitoefenen, als voldoende betrouwbaar bekend staan en over voldoende ervaring beschikken, ook met betrekking tot de beleggingsstrategieën die worden gevolgd door de abi die door de abi-beheerder wordt beheerd, waarbij de namen van deze personen en van elke persoon die hen opvolgt onmiddellijk worden meegedeeld aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst van de abi-beheerder en over de uitoefening van de werkzaamheden van de abi-beheerder wordt beslist door ten minste twee natuurlijke personen die aan deze voorwaarden voldoen en die ofwel voltijds in dienst zijn bij die abi-beheerder, ofwel zich voltijds inzetten voor de uitoefening van de werkzaamheden van de abi-beheerder en in de Unie woonachtig zijn;”.

(5) Artikel 15 wordt als volgt gewijzigd:

(a)aan lid 3 wordt het volgende punt d) toegevoegd:

“d) hij voor leningverstrekkingsactiviteiten doeltreffende gedragslijnen, procedures en processen toepast bij de verlening van krediet, de beoordeling van het kredietrisico en het beheer en de monitoring van zijn kredietportefeuille, dat hij die gedragslijnen, procedures en processen actueel en doeltreffend houdt en ze regelmatig, ten minste eenmaal per jaar, evalueert.”;

(b)tussen de leden 4 en 5 worden de volgende leden 4 bis tot en met 4 sexies ingevoegd:

“4 bis. Een abi-beheerder zorgt ervoor dat een lening die door de abi die hij beheert voor één kredietnemer wordt geïnitieerd, niet meer dan 20 % van het kapitaal van de abi bedraagt wanneer de kredietnemer een van de volgende is:

(a)een financiële onderneming in de zin van artikel 13, punt 25, van Richtlijn 2009/138/EG;

(b)een instelling voor collectieve belegging in de zin van artikel 4, lid 1, punt a), van deze richtlijn of in de zin van artikel 1, lid 2, van Richtlijn 2009/65/EG.

De in de eerste alinea vastgestelde beperking laat de in de Verordeningen (EU) 2015/760 50 , (EU) nr. 345/2013 51 en (EU) nr. 346/2013 52 vastgestelde drempels, beperkingen en voorwaarden onverlet.

4 ter. De in lid 4 bis vastgestelde beleggingslimiet van 20 % zal:

(a)van toepassing zijn op de datum die in het reglement of de statuten van de abi is bepaald;

(b)niet meer van toepassing zijn zodra de abi activa begint te verkopen om de rechten van deelneming of aandelen van beleggers terug te betalen na het einde van de levensduur van de abi;

(c)tijdelijk worden opgeschort voor maximaal 12 maanden wanneer de abi extra kapitaal aantrekt of haar bestaande kapitaal vermindert.

4 quater De in lid 4 ter, punt a), bedoelde toepassingsdatum houdt rekening met de bijzondere kenmerken en eigenschappen van de activa waarin door de abi wordt belegd, en is niet later dan de helft van de in de oprichtingsdocumenten van de abi vermelde levensduur van de abi. In uitzonderlijke omstandigheden mag de bevoegde autoriteit van de abi-beheerder, nadat een naar behoren gerechtvaardigd beleggingsplan is ingediend, een verlenging van deze termijn met niet meer dan één jaar goedkeuren.

4 quinquies. De abi verstrekt geen leningen aan de volgende entiteiten:

(a)haar abi-beheerder of het personeel van haar abi-beheerder;

(b)haar bewaarder;

(c)de entiteit waaraan haar abi-beheerder overeenkomstig artikel 20 taken heeft gedelegeerd.

4 sexies. Een abi-beheerder zorgt ervoor dat de door hem beheerde abi permanent 5 % van de notionele waarde behoudt van de leningen die zij heeft geïnitieerd en vervolgens op de secundaire markt heeft verkocht.

Het in de eerste alinea vastgestelde vereiste is niet van toepassing op de leningen die de abi op de secundaire markt heeft gekocht.”.

(6) In artikel 16 worden de volgende leden 2 bis tot en met 2 nonies ingevoegd:

“2 bis. Een abi-beheerder zorgt ervoor dat de door hem beheerde abi van het closed-end-type is indien de notionele waarde van haar geïnitieerde leningen meer dan 60 % van haar intrinsieke waarde bedraagt.

Het in de eerste alinea vastgestelde vereiste laat de in de Verordeningen (EU) 345/2013, (EU) nr. 346/2013 en (EU) nr. 2015/760 vastgestelde drempels, beperkingen en voorwaarden onverlet.

2 ter. Nadat hij de geschiktheid ten aanzien van de nagestreefde beleggingsstrategie, het liquiditeitsprofiel en het terugbetalingsbeleid heeft beoordeeld, kiest een abi-beheerder die een open-end-abi beheert, uit de lijst in bijlage V, punten 2 tot en met 4, ten minste één geschikt instrument voor liquiditeitsbeheer dat in het belang van de beleggers in de abi kan worden gebruikt. De abi-beheerder voert gedetailleerde gedragslijnen en procedures in voor de activering en deactivering van een gekozen instrument voor liquiditeitsbeheer, alsook operationele en administratieve regelingen voor het gebruik van dat instrument.

2 quater. Een abi-beheerder die een open-end-abi beheert, kan, in het belang van de beleggers in de abi, de inkoop of terugbetaling van de rechten van deelneming in de abi tijdelijk opschorten of andere instrumenten voor liquiditeitsbeheer activeren die zijn gekozen uit de lijst in bijlage V, punten 2 tot en met 4, en die zijn opgenomen in het fondsreglement of de statuten van de abi-beheerder.

De in de eerste alinea bedoelde tijdelijke opschorting is slechts mogelijk in uitzonderlijke gevallen, wanneer de omstandigheden zulks vergen en wanneer opschorting gelet op de belangen van de beleggers in de abi verantwoord is.

2 quinquies. Een abi-beheerder stelt de bevoegde autoriteiten van zijn lidstaat van herkomst onverwijld in kennis wanneer hij een in lid 2 ter vermeld instrument voor liquiditeitsbeheer activeert of deactiveert.

De bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst van de abi-beheerder stellen de bevoegde autoriteiten van een lidstaat van ontvangst van de abi-beheerder, de ESMA en het ESRB onverwijld in kennis van kennisgevingen die zij overeenkomstig dit lid hebben ontvangen.

2 sexies. De lidstaten zorgen ervoor dat ten minste de in bijlage V beschreven instrumenten voor liquiditeitsbeheer beschikbaar zijn voor abi-beheerders die open-end-abi’s beheren.

2 septies. De ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op tot nadere bepaling van de kenmerken van de in bijlage V beschreven instrumenten voor liquiditeitsbeheer.

2 octies. De ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op inzake criteria voor de keuze en het gebruik van geschikte instrumenten voor liquiditeitsbeheer door abi-beheerders ten behoeve van liquiditeitsrisicobeheer, inclusief passende informatieverstrekking aan beleggers, rekening houdend met het vermogen van dergelijke instrumenten om onterechte voordelen voor beleggers die hun beleggingen als eerste laten terugbetalen, te verminderen, en om risico’s voor de financiële stabiliteit te beperken.

2 nonies. Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de leden 2 septies en 2 octies van dit artikel bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.”.

(7) Artikel 20 wordt als volgt gewijzigd:

(a)lid 1 wordt als volgt gewijzigd:

(a)de inleidende zin wordt vervangen door:

“1. Abi-beheerders die derden willen machtigen om een of meer van de in bijlage I vermelde taken of de in artikel 6, lid 4, bedoelde diensten namens hen uit te voeren, stellen de bevoegde autoriteiten van hun lidstaat van herkomst hiervan in kennis voordat de delegatieregelingen van kracht worden. Aan de volgende voorwaarden dient te worden voldaan:”;

(b)punt f) wordt vervangen door:

“f) de abi-beheerder moet kunnen aantonen dat de gedelegeerde gekwalificeerd is en in staat is om de taken en diensten in kwestie te vervullen respectievelijk te verlenen, dat de gedelegeerde met de grootste zorg is gekozen en dat de abi-beheerder in staat is om de gedelegeerde taken voortdurend daadwerkelijk in het oog te houden, de gedelegeerde te allen tijde verdere instructies te geven en de delegatie met onmiddellijke ingang te herroepen wanneer dat in het belang van de beleggers is.”;

(b)lid 3 wordt vervangen door:

“3. Ook wanneer de abi-beheerder taken aan een derde heeft gedelegeerd, en zelfs wanneer een verdere subdelegatie plaatsvindt, blijft de abi-beheerder volledig aansprakelijk jegens zijn cliënten, de abi en de beleggers in de abi; de abi-beheerder delegeert geen taken in die mate dat hij in wezen niet meer als de beheerder van de abi of de verlener van de diensten kan worden beschouwd en een brievenbusmaatschappij wordt.”;

(c)in lid 4 wordt de inleidende zin vervangen door:

“4. De derde mag elke van de aan hem gedelegeerde taken en diensten subdelegeren mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:”;

(8) Artikel 21 wordt als volgt gewijzigd:

(a)in lid 6 worden de punten c) en d) vervangen door:

“c) het derde land waar de bewaarder is gevestigd, is niet geïdentificeerd als derde land met een hoog risico overeenkomstig artikel 9, lid 2, van Richtlijn (EU) 2015/849;

d) de lidstaten waar de rechten van deelneming of aandelen in de niet-EU-abi bestemd zijn te worden verhandeld, en, indien de lidstaat van herkomst van de abi-beheerder niet tot deze lidstaten behoort, de lidstaat van herkomst van de abi-beheerder hebben een overeenkomst gesloten met het derde land waar de bewaarder gevestigd is die volledig voldoet aan de normen van artikel 26 van het OESO-Modelverdrag inzake dubbele belasting naar het inkomen en naar het vermogen en die een doeltreffende informatie-uitwisseling betreffende fiscale aangelegenheden, inclusief eventuele belastingovereenkomsten, waarborgt, en het derde land wordt niet genoemd in bijlage I bij de conclusies van de Raad van 2020 over de herziene EU-lijst van jurisdicties die niet-coöperatief zijn op belastinggebied 53 ;”;

(b)lid 11 wordt als volgt gewijzigd:

i) in de tweede alinea wordt punt c) vervangen door:

“c) de bewaarder is met de nodige bekwaamheid, zorg en zorgvuldigheid te werk gegaan bij de selectie en de aanstelling van om het even welke derde aan wie hij een deel van zijn taken wil delegeren, behalve wanneer die derde een centrale effectenbewaarinstelling is die optreedt in de hoedanigheid van een emittent-CSD in de zin van artikel 1, punt e), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/392 van de Commissie, en blijft met de nodige bekwaamheid, zorg en zorgvuldigheid te werk gaan bij de periodieke evaluatie en de doorlopende controle van om het even welke derde aan wie hij een deel van zijn taken heeft gedelegeerd en van de regelingen die de derde treft in verband met de aan hem gedelegeerde taken;

* Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/392 van de Commissie van 11 november 2016 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 909/2014 van het Europees Parlement en de Raad met technische reguleringsnormen inzake de vergunnings-, toezichts- en operationele vereisten voor centrale effectenbewaarinstellingen (PB L 65 van 10.3.2017, blz. 48).”;

ii) de vijfde alinea wordt vervangen door:

“Voor de toepassing van dit lid wordt het verrichten van diensten door een centrale effectenbewaarinstelling die optreedt in de hoedanigheid van een emittent-CSD in de zin van artikel 1, punt e), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/392 van de Commissie niet beschouwd als delegatie van de bewaarnemingstaken van de bewaarder.”;

(c)lid 16 wordt vervangen door:

“16. De bewaarder stelt zijn bevoegde autoriteiten, de bevoegde autoriteiten van de abi die hem als bewaarder heeft aangesteld en de bevoegde autoriteiten van de abi-beheerder die die abi beheert, op verzoek alle informatie ter beschikking die hij bij de uitvoering van zijn taken heeft verkregen en die de bevoegde autoriteiten van de abi of de abi-beheerder nodig kunnen hebben. Als de bevoegde autoriteiten van de abi of de abi-beheerder niet dezelfde zijn als de voor de bewaarder bevoegde autoriteiten, delen de voor de bewaarder bevoegde autoriteiten de ontvangen informatie onverwijld mee aan de bevoegde autoriteiten van de abi en de abi-beheerder.”.

(9) Artikel 23 wordt als volgt gewijzigd:

(a)lid 1 wordt als volgt gewijzigd:

i) punt h) wordt vervangen door:

“h) een beschrijving van het beheer van het liquiditeitsrisico van de abi, inclusief de terugbetalingsrechten onder zowel normale als uitzonderlijke omstandigheden, met vermelding van de mogelijkheid en de voorwaarden voor het gebruik van overeenkomstig artikel 16, lid 2 ter, gekozen instrumenten voor liquiditeitsbeheer, en de bestaande terugbetalingsregelingen met beleggers;”;

ii) punt i bis) wordt ingevoegd:

“i bis) een lijst van vergoedingen en kosten die in verband met de werking van de abi zullen worden toegepast en die door de abi-beheerder of met hem verbonden ondernemingen zullen worden gedragen;”;

(b)aan lid 4 worden de volgende punten d), e) en f) toegevoegd:

“d) de portefeuille van geïnitieerde leningen;

e) alle directe en indirecte vergoedingen en kosten die direct of indirect in rekening zijn gebracht of toegewezen aan de abi of aan een van haar beleggingen, en wel eens per kwartaal;

f) elke moederonderneming, dochteronderneming of special purpose entity die in verband met de beleggingen van de abi is opgericht door de abi-beheerder, het personeel van de abi-beheerder of de direct of indirect met de abi-beheerder verbonden ondernemingen, en wel eens per kwartaal.”.

(10) Artikel 24 wordt als volgt gewijzigd:

(a)lid 1 wordt vervangen door:

“1. Abi-beheerders brengen aan de bevoegde autoriteiten van hun lidstaat van herkomst regelmatig verslag uit over de markten en financiële instrumenten waarin zij voor de door hen beheerde abi’s handelen.

Zij verstrekken informatie over de financiële instrumenten waarin ze handelen, de markten waarvan ze lid zijn of waarop ze actief handelen, en de posities van elke door hen beheerde abi.”;

(b)in lid 2 wordt punt d) geschrapt;

(c)lid 6 wordt vervangen door:

“6. De ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op tot nadere bepaling van de overeenkomstig de leden 1 en 2 te rapporteren gegevens. De ESMA houdt rekening met andere rapportagevereisten waaraan de abi-beheerders zijn onderworpen en met het overeenkomstig artikel 69 ter, lid 2, uitgebrachte verslag.

De ESMA dient die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op [datum invoegen: 36 maanden na de inwerkingtreding van deze richtlijn] bij de Commissie in.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.”;

(d)het volgende lid 7 wordt toegevoegd:

“7. De ESMA stelt ontwerpen van technische uitvoeringsnormen op tot nadere bepaling van:

(a)het formaat en de gegevensnormen voor de in de leden 1 en 2 bedoelde verslagen;

(b)de frequentie en het tijdschema van de rapportage.

De ESMA dient die ontwerpen van technische uitvoeringsnormen uiterlijk op [datum invoegen: 36 maanden na de inwerkingtreding van deze richtlijn] bij de Commissie in.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid overgedragen om de in de eerste alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.".

(11) In artikel 35, lid 2, worden de punten b) en c) vervangen door:

“b) het derde land waar de niet-EU-abi is gevestigd, is niet geïdentificeerd als derde land met een hoog risico overeenkomstig artikel 9, lid 2, van Richtlijn (EU) 2015/849;

c) het derde land waar de niet-EU-abi gevestigd is, heeft met de lidstaat van herkomst van de abi-beheerder die over een vergunning beschikt en met elke andere lidstaat waar de rechten van deelneming of aandelen in de niet-EU-abi naar voornemen zullen worden verhandeld, een overeenkomst gesloten die volledig aan de normen van artikel 26 van het OESO-Modelverdrag inzake dubbele belasting naar het inkomen en naar het vermogen voldoet en een doeltreffende informatie-uitwisseling in fiscale aangelegenheden waarborgt, inclusief eventuele multilaterale belastingovereenkomsten, en het derde land wordt niet genoemd in bijlage I bij de conclusies van de Raad van 2020 over de herziene EU-lijst van jurisdicties die niet-coöperatief zijn op belastinggebied 54 .”.

(12) Artikel 36, lid 1, wordt als volgt gewijzigd:

(a)punt c) wordt vervangen door:

“c) het derde land waar de niet-EU-abi is gevestigd, niet is geïdentificeerd als derde land met een hoog risico overeenkomstig artikel 9, lid 2, van Richtlijn (EU) 2015/849;”;

(b)het volgende punt d) wordt toegevoegd:

“d) het derde land waar de niet-EU-abi gevestigd is, met de lidstaat van herkomst van de abi-beheerder die over een vergunning beschikt en met elke andere lidstaat waar de rechten van deelneming of aandelen in de niet-EU-abi naar voornemen zullen worden verhandeld, een overeenkomst heeft gesloten die volledig aan de normen van artikel 26 van het OESO-Modelverdrag inzake dubbele belasting naar het inkomen en naar het vermogen voldoet en een doeltreffende informatie-uitwisseling in fiscale aangelegenheden waarborgt, inclusief eventuele multilaterale belastingovereenkomsten, en dat derde land wordt niet genoemd in bijlage I bij de conclusies van de Raad van 2020 over de herziene EU-lijst van jurisdicties die niet-coöperatief zijn op belastinggebied.”.

(13) In artikel 37, lid 7, worden de punten e) en f) vervangen door:

“e) het derde land waar de niet-EU-abi-beheerder is gevestigd, is niet geïdentificeerd als derde land met een hoog risico overeenkomstig artikel 9, lid 2, van Richtlijn (EU) 2015/849;

f) het derde land waar de niet-EU-abi-beheerder is gevestigd, heeft met de referentielidstaat een overeenkomst gesloten die volledig voldoet aan de normen van artikel 26 van het OESO-Modelverdrag inzake dubbele belasting naar het inkomen en naar het vermogen en een doeltreffende informatie-uitwisseling in fiscale aangelegenheden waarborgt, inclusief eventuele multilaterale belastingovereenkomsten, en het derde land wordt niet genoemd in bijlage I bij de conclusies van de Raad van 2020 over de herziene EU-lijst van jurisdicties die niet-coöperatief zijn op belastinggebied;”.

(14) Het volgende artikel 38 bis wordt ingevoegd:

“Artikel 38 bis

Collegiale toetsing van de toepassing van de delegatieregeling

1. De ESMA verricht regelmatig, en ten minste om de twee jaar, een analyse van collegiale toetsingen inzake de toezichtactiviteiten van de bevoegde autoriteiten in verband met de toepassing van artikel 20. Die analyse van collegiale toetsingen richt zich op de maatregelen die zijn genomen om te voorkomen dat abi-beheerders die de uitvoering van portefeuillebeheer of risicobeheer aan in derde landen gevestigde derden delegeren, brievenbusmaatschappijen worden.

2. Bij de analyse van de collegiale toetsingen gebruikt de ESMA transparante methoden om een objectieve beoordeling en vergelijking tussen de beoordeelde bevoegde autoriteiten te waarborgen.”.

(15) In artikel 40, lid 2, worden de punten b) en c) vervangen door:

“b) het derde land waar de niet-EU-abi is gevestigd, is niet geïdentificeerd als derde land met een hoog risico overeenkomstig artikel 9, lid 2, van Richtlijn (EU) 2015/849;

c) het derde land waar de niet-EU-abi gevestigd is, heeft met de referentielidstaat en met elke andere lidstaat waar de rechten van deelneming of aandelen in de niet-EU-abi naar voornemen zullen worden verhandeld, een overeenkomst gesloten die volledig aan de normen van artikel 26 van het OESO-Modelverdrag inzake dubbele belasting naar het inkomen en naar het vermogen voldoet en een doeltreffende informatie-uitwisseling in fiscale aangelegenheden waarborgt, inclusief multilaterale belastingovereenkomsten, en het derde land wordt niet genoemd in bijlage I bij de conclusies van de Raad van 2020 over de herziene EU-lijst van jurisdicties die niet-coöperatief zijn op belastinggebied.”.

(16) Artikel 42, lid 1, wordt als volgt gewijzigd:

(a)punt c) wordt vervangen door:

“c) het derde land waar de niet-EU-abi-beheerder of de niet-EU-abi is gevestigd, is niet geïdentificeerd als derde land met een hoog risico overeenkomstig artikel 9, lid 2, van Richtlijn (EU) 2015/849;”;

(b)het volgende punt d) wordt toegevoegd:

“d) het derde land waar de niet-EU-abi of niet-EU-abi-beheerder gevestigd is, heeft met de lidstaat waar de rechten van deelneming of aandelen in de niet-EU-abi naar voornemen zullen worden verhandeld, een overeenkomst gesloten die volledig aan de normen van artikel 26 van het OESO-Modelverdrag inzake dubbele belasting naar het inkomen en naar het vermogen voldoet en een doeltreffende informatie-uitwisseling in fiscale aangelegenheden waarborgt, inclusief multilaterale belastingovereenkomsten, en dat derde land wordt niet genoemd in bijlage I bij de conclusies van de Raad van 2020 over de herziene EU-lijst van jurisdicties die niet-coöperatief zijn op belastinggebied.”.

(17) In artikel 46, lid 2, wordt punt j) vervangen door:

“j) in het belang van beleggers of in het algemeen belang te verlangen dat abi-beheerders een in punt 1 of punt 2 van bijlage V bedoeld of overeenkomstig artikel 16, lid 2 ter, door de abi-beheerder gekozen instrument voor liquiditeitsbeheer activeren of deactiveren, wat het meest passend is gezien het soort open-end-abi of groep van open-end-abi’s in kwestie en de risico’s voor de beleggersbescherming of de financiële stabiliteit die dit vereiste noodzakelijk maken;”.

(18) Artikel 47 wordt als volgt gewijzigd:

(a)lid 3 wordt vervangen door:

“3. Alle informatie die uit hoofde van deze richtlijn tussen de ESMA, de bevoegde autoriteiten, de EBA, de Europese Toezichthoudende Autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen), opgericht bij Verordening (EU) nr. 1094/2010 van het Europees Parlement en de Raad*, en het ESRB wordt uitgewisseld, wordt als vertrouwelijk beschouwd, tenzij:

(a)de ESMA of de bevoegde autoriteit of andere betrokken autoriteit of instantie op het tijdstip waarop de mededeling plaatsvindt, verklaart dat deze informatie openbaar mag worden gemaakt;

(b)de openbaarmaking in het kader van gerechtelijke procedures noodzakelijk is;

(c)de openbaar gemaakte informatie wordt gebruikt in een samenvatting of in een geaggregeerde vorm waarin individuele financiëlemarktdeelnemers niet kunnen worden geïdentificeerd.

* Verordening (EU) nr. 1094/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/79/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 48).”;

(b)aan lid 4 wordt het volgende punt d) toegevoegd:

“d) oplegging van het vereiste dat niet-EU-abi-beheerders die in de Unie door hen beheerde abi’s verhandelen of EU-abi-beheerders die niet-EU-abi’s beheren, een in punt 1 of 2 van bijlage V bedoeld of door de abi-beheerder gekozen instrument voor liquiditeitsbeheer activeren of deactiveren, wat het meest passend is gezien het soort open-end-abi in kwestie en de risico’s voor de beleggersbescherming of de financiële stabiliteit die dit vereiste noodzakelijk maken.”.

(19) Artikel 50 wordt als volgt gewijzigd:

(a)lid 5 wordt vervangen door:

“5.   Als de bevoegde autoriteiten van een lidstaat gegronde redenen hebben om te vermoeden dat handelingen die strijdig zijn met deze richtlijn, worden of zijn uitgevoerd door een abi-beheerder die niet aan het toezicht van deze bevoegde autoriteiten is onderworpen, stellen zij de ESMA en de bevoegde autoriteiten van de lidstaten van herkomst en ontvangst in kwestie hiervan op zo specifiek mogelijke wijze in kennis. De autoriteiten die in kennis worden gesteld, ondernemen adequate actie en informeren de ESMA en de kennisgevende bevoegde autoriteiten over het resultaat hiervan en, voor zover mogelijk, over belangrijke tussentijdse ontwikkelingen. Dit lid laat de bevoegdheden van de kennisgevende bevoegde autoriteit onverlet.”;

(b)de volgende leden 5 bis tot en met 5 octies worden ingevoegd:

“5 bis. Voordat de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst van een abi-beheerder hun bevoegdheden uit hoofde van artikel 46, lid 2, punt j), of artikel 47, lid 4, punt d), uitoefenen, stellen zij de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van ontvangst van de abi-beheerder, de ESMA en het ESRB daarvan in kennis.

5 ter De bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst van een abi-beheerder kan de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst van de abi-beheerder verzoeken de bevoegdheden uit hoofde van artikel 46, lid 2, punt j), of artikel 47, lid 4, punt d), uit te oefenen, waarbij zij de redenen voor het verzoek vermeldt en de ESMA en het ESRB daarvan in kennis stelt.

5 quater Wanneer de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst van de abi-beheerder het niet eens is met het in lid 5 ter bedoelde verzoek, stelt zij de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst van de abi-beheerder, de ESMA en het ESRB daarvan in kennis, met vermelding van haar redenen.

5 quinquies Op basis van de overeenkomstig de leden 5 ter en 5 quater ontvangen informatie brengt de ESMA een advies uit aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst van de abi-beheerder over de uitoefening van de in artikel 46, lid 2, punt j), of artikel 47, lid 4, punt d), bedoelde bevoegdheden.

5 sexies Wanneer de bevoegde autoriteit niet handelt in overeenstemming met of niet voornemens is gevolg te geven aan het in lid 5 quinquies bedoelde advies van de ESMA, stelt zij de ESMA daarvan in kennis, met vermelding van haar redenen voor de niet-opvolging of het voornemen daartoe. Het feit dat een bevoegde autoriteit haar advies niet opvolgt of voornemens is het niet op te volgen, kan door de ESMA bekendgemaakt worden. De ESMA kan eveneens per geval besluiten de redenen bekend te maken die de bevoegde autoriteit in dit verband aanvoert. De ESMA stelt de bevoegde autoriteiten van tevoren in kennis van deze bekendmaking.

5 septies De bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst van een abi-beheerder kan de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst van de abi-beheerder verzoeken onverwijld de in artikel 46, lid 2, bedoelde bevoegdheden uit te oefenen, waarbij de redenen voor haar verzoek worden vermeld en de ESMA en, indien er potentiële risico’s voor de stabiliteit en de integriteit van het financiële stelsel zijn, het ESRB in kennis worden gesteld.

De bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst van de abi-beheerder stelt de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst van de abi-beheerder, de ESMA en, indien er potentiële risico’s voor de stabiliteit en de integriteit van het financiële stelsel zijn, het ESRB onverwijld in kennis van de uitgeoefende bevoegdheden en haar bevindingen.

5 octies De ESMA kan de bevoegde autoriteit verzoeken aan de ESMA uitleg te verstrekken over specifieke gevallen die grensoverschrijdende gevolgen hebben, betrekking hebben op kwesties in verband met de bescherming van beleggers of risico’s voor de financiële stabiliteit inhouden.”;

(c)het volgende lid 7 wordt toegevoegd:

“7. De ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op waarin wordt aangegeven in welke situaties de bevoegde autoriteiten de in artikel 46, lid 2, punt j), bedoelde bevoegdheden mogen uitoefenen en in welke situaties zij de in de leden 5 ter en 5 septies bedoelde verzoeken mogen doen. Bij de opstelling van die normen houdt de ESMA rekening met de mogelijke gevolgen van een dergelijk optreden van de toezichthouder voor de beleggersbescherming en de financiële stabiliteit in een andere lidstaat of in de Unie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.”.

(20) In artikel 61 wordt lid 5 vervangen door:

“5.  De bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst van een abi of, ingeval de abi niet gereglementeerd is, de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst van een abi-beheerder, kunnen toestaan dat in een andere lidstaat gevestigde instellingen als bedoeld in artikel 21, lid 3, punt a), als bewaarder worden aangesteld. Deze bepaling laat de volledige toepassing van artikel 21 onverlet, met uitzondering van lid 5, punt a), van dat artikel over de plaats van vestiging van de bewaarder.”.

(21) Het volgende artikel 69 ter wordt ingevoegd:

“Artikel 69 ter

Evaluatie

1. Uiterlijk op [datum invoegen: 60 maanden na de inwerkingtreding van deze richtlijn] en na de in artikel 38 bis bedoelde collegiale toetsingen door de ESMA en de overeenkomstig artikel 7, lid 9, door de ESMA opgestelde verslagen initieert de Commissie een evaluatie van de werking van de in deze richtlijn vastgestelde regels en van de ervaring die met de toepassing ervan is opgedaan. Die evaluatie omvat een beoordeling van de volgende aspecten:

(a)de gevolgen voor de financiële stabiliteit van de beschikbaarheid en activering van instrumenten voor liquiditeitsbeheer door abi-beheerders;

(b)de doeltreffendheid van de vergunningsvereisten voor abi-beheerders in de artikelen 7 en 8 en de delegatieregeling in artikel 20 van deze richtlijn wat betreft het voorkomen van het ontstaan van brievenbusmaatschappijen in de Unie;

(c)de vraag of de in artikel 15 opgenomen vereisten voor abi-beheerders die leninginitiërende abi’s beheren, voldoen;

(d)de vraag of het passend is deze richtlijn aan te vullen met een bewaarderspaspoort;

2. Uiterlijk op [datum invoegen: 24 maanden na de inwerkingtreding van deze richtlijn] dient de ESMA bij de Commissie een verslag in over de ontwikkeling van een geïntegreerde verzameling toezichtgegevens, dat gericht zal zijn op:

(a)de vermindering van overlappingen en inconsistenties tussen de rapportagekaders in de sector vermogensbeheer en andere financiële sectoren;

(b)gegevensnormalisatie en efficiënte uitwisseling en gebruik van gegevens die binnen een rapportagekader van de Unie al zijn gerapporteerd door een relevante bevoegde autoriteit, op Unieniveau of op nationaal niveau.

3. Bij de opstelling van het in lid 2 bedoelde verslag werkt de ESMA nauw samen met de Europese Centrale Bank (ECB), de andere Europese toezichthoudende autoriteiten en, in voorkomend geval, de nationale bevoegde autoriteiten.

4. Na de in lid 1 bedoelde evaluatie en na raadpleging van de ESMA dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in met de conclusies van die evaluatie.”.

(22) Bijlage I wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage I bij deze richtlijn.

(23) De tekst in bijlage II bij deze richtlijn wordt toegevoegd als bijlage V.

Artikel 2

Wijzigingen van Richtlijn 2009/65/EG

Richtlijn 2009/65/EG wordt als volgt gewijzigd:

(1) Aan artikel 2, lid 1, wordt het volgende punt u) toegevoegd:

“u) “centrale effectenbewaarinstelling”: een centrale effectenbewaarinstelling zoals bedoeld in artikel 2, lid 1, punt 1, van Verordening (EU) nr. 909/2014 van het Europees Parlement en de Raad*.

* Verordening (EU) nr. 909/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende de verbetering van de effectenafwikkeling in de Europese Unie, betreffende centrale effectenbewaarinstellingen en tot wijziging van Richtlijnen 98/26/EG en 2014/65/EU en Verordening (EU) nr. 236/2012 (PB L 257 van 28.8.2014, blz. 1).”.

(2) Artikel 7, lid 1, wordt als volgt gewijzigd:

(a) de punten b) en c) worden vervangen door:

“b) de personen die de werkzaamheden van de beheermaatschappij feitelijk uitoefenen, staan als voldoende betrouwbaar bekend en beschikken over voldoende ervaring, ook met betrekking tot het type icbe dat door de beheermaatschappij wordt beheerd, waarbij de namen van deze personen en van elke persoon die hen opvolgt onmiddellijk worden meegedeeld aan de bevoegde autoriteiten en over de uitoefening van de werkzaamheden van de beheermaatschappij wordt beslist door ten minste twee natuurlijke personen die aan deze voorwaarden voldoen en die ofwel voltijds in dienst zijn bij die beheermaatschappij, ofwel zich voltijds inzetten voor de uitoefening van de werkzaamheden van de beheermaatschappij en in de Unie woonachtig zijn;

c) de vergunningsaanvraag gaat vergezeld van een programma van werkzaamheden waarin ten minste de organisatiestructuur van de beheermaatschappij wordt vermeld, alsook de technische en personele middelen die zullen worden ingezet om de werkzaamheden van de beheermaatschappij uit te oefenen, en informatie over de personen die het bedrijf van die beheermaatschappij daadwerkelijk leiden, waaronder:

i) een gedetailleerde beschrijving van hun rol, titel en rang;

ii) een beschrijving van hun rapportagelijnen en verantwoordelijkheden binnen en buiten de beheermaatschappij;

iii) een overzicht van de tijd die zij aan elke verantwoordelijkheid besteden;”;

(b)het volgende punt e) wordt toegevoegd:

“e) door de beheermaatschappij wordt informatie verstrekt over de getroffen regelingen inzake de delegatie van taken aan derden overeenkomstig artikel 13, alsook een gedetailleerde beschrijving van de personele en technische middelen die door de beheermaatschappij worden ingezet voor het toezicht op en de controle van de gedelegeerde.”.

(3) Artikel 13 wordt als volgt gewijzigd:

(a)lid 1 wordt als volgt gewijzigd:

i) de inleidende zin wordt vervangen door:

“1. Beheermaatschappijen die derden willen machtigen om een of meer van de in bijlage II vermelde taken of de in artikel 6, lid 3, bedoelde diensten voor hen uit te voeren, stellen de bevoegde autoriteiten van hun lidstaat van herkomst hiervan in kennis voordat de delegatieregelingen van kracht worden. Aan de volgende voorwaarden dient te worden voldaan:”;

ii) punt b) wordt vervangen door:

“b) de lastgeving mag een doeltreffend toezicht op de beheermaatschappij niet belemmeren, en mag met name niet verhinderen dat de beheermaatschappij handelt, of dat de icbe’s worden beheerd, in het beste belang van haar beleggers en cliënten;”;

iii) de punten g), h) en i) worden vervangen door:

“g) de lastgeving mag de met de uitoefening van de werkzaamheden van de beheermaatschappij belaste personen niet verhinderen te allen tijde verdere instructies te geven aan de instelling aan welke taken of diensten zijn gedelegeerd, of de lastgeving te herroepen met onmiddellijke ingang indien dit in het belang van de beleggers en cliënten is;

h) gelet op de aard van de te delegeren taken en diensten moet de instelling aan welke taken of diensten worden gedelegeerd, gekwalificeerd zijn en in staat zijn om de desbetreffende taken of diensten te vervullen; en

i) in de prospectussen van de icbe’s moet worden vermeld voor het delegeren van welke diensten en taken de beheermaatschappij overeenkomstig dit artikel toestemming heeft gekregen;”;

iv) het volgende punt j) wordt toegevoegd:

“j) de beheermaatschappij moet zijn hele delegatiestructuur met objectieve argumenten kunnen verklaren.”;

(b)lid 2 wordt vervangen door:

“2. De delegatie door de beheermaatschappij van taken of diensten aan derden laat de aansprakelijkheid van de beheermaatschappij of de bewaarder onverlet. De beheermaatschappij delegeert geen taken of diensten in die mate dat zij in wezen niet meer als de beheerder van de icbe kan worden beschouwd en een brievenbusmaatschappij wordt.”;

(c)de volgende leden 3 tot en met 6 worden toegevoegd:

“3. Wanneer een beheermaatschappij meer portefeuillebeheer- of risicobeheertaken aan in derde landen gevestigde entiteiten delegeert dan zij aanhoudt, stellen de bevoegde autoriteiten de ESMA jaarlijks in kennis van al deze delegaties (“delegatiekennisgevingen”).

De delegatiekennisgevingen omvatten het volgende:

(a)informatie over de icbe en haar beheermaatschappij in kwestie;

(b)informatie over de gedelegeerde, met vermelding van de vestigingsplaats van de gedelegeerde en of het een gereglementeerde entiteit is of niet;

(c)een beschrijving van de gedelegeerde taken op het gebied van portefeuillebeheer en risicobeheer;

(d)een beschrijving van de aangehouden taken op het gebied van portefeuillebeheer en risicobeheer;

(e) elke andere informatie die nodig is om de delegatieregelingen te analyseren;

(f)een beschrijving van de toezichtactiviteiten van de bevoegde autoriteiten, inclusief documentenonderzoeken en inspecties ter plaatse, en de resultaten van die activiteiten;

(g)nadere gegevens over de samenwerking tussen de bevoegde autoriteit en de toezichthoudende autoriteit van de gedelegeerde.

4. De ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op ter bepaling van de inhoud van de delegatiekennisgevingen en de standaardformulieren, templates en procedures voor de toezending van de delegatiekennisgevingen in een taal die in de financiële wereld gebruikelijk is. De standaardformulieren en templates bevatten informatievelden voor alle in lid 3 bedoelde informatie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

5. De ESMA dient bij het Europees Parlement, de Raad en de Commissie regelmatig, ten minste om de twee jaar, een verslag in met een analyse van de marktpraktijken met betrekking tot delegatie aan in derde landen gevestigde entiteiten en de naleving van de artikelen 7 en 13.

6. De Commissie stelt middels gedelegeerde handelingen overeenkomstig artikel 112 bis maatregelen vast ter specificering van:

(a)de criteria om te bepalen of aan de vereisten van lid 1 is voldaan;

(b)de criteria om te bepalen of de icbe-beheermaatschappij haar taken in die mate heeft gedelegeerd dat zij een brievenbusmaatschappij wordt en niet langer als de beheerder van de icbe kan worden beschouwd, overeenkomstig lid 2.”.

(4) Het volgende artikel 18 bis wordt ingevoegd:

“Artikel 18 bis

1. De lidstaten zorgen ervoor dat ten minste de in bijlage II bis beschreven instrumenten voor liquiditeitsbeheer beschikbaar zijn voor icbe’s.

2. Nadat zij de geschiktheid ten aanzien van de nagestreefde beleggingsstrategie, het liquiditeitsprofiel en het terugbetalingsbeleid heeft beoordeeld, kiest een beheermaatschappij uit de lijst in bijlage II bis, punten 2 tot en met 4, ten minste één geschikt instrument voor liquiditeitsbeheer dat in het belang van de beleggers in de icbe kan worden gebruikt, en neemt dit in het fondsreglement of de statuten van de beleggingsmaatschappij op. De beheermaatschappij voert gedetailleerde gedragslijnen en procedures in voor de activering en deactivering van een gekozen instrument voor liquiditeitsbeheer, alsook operationele en administratieve regelingen voor het gebruik van dat instrument.

3. De ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op tot nadere bepaling van de kenmerken van de in bijlage II bis beschreven instrumenten voor liquiditeitsbeheer.

4. De ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op inzake criteria voor de keuze en het gebruik van geschikte instrumenten voor liquiditeitsbeheer door de beheermaatschappijen ten behoeve van liquiditeitsrisicobeheer, inclusief passende informatieverstrekking aan beleggers, rekening houdend met het vermogen van dergelijke instrumenten om onterechte voordelen voor beleggers die hun beleggingen als eerste laten terugbetalen, te verminderen, en om risico’s voor de financiële stabiliteit te beperken.

5. Aan de Commissie wordt de bevoegdheid overgedragen de in de leden 3 en 4 bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen volgens de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.”.

(5) De volgende artikelen 20 bis en 20 ter worden ingevoegd:

“Artikel 20 bis

1. Een beheermaatschappij brengt aan de bevoegde autoriteiten van haar lidstaat van herkomst regelmatig verslag uit over de markten en financiële instrumenten waarin zij voor de door haar beheerde icbe’s handelt.

2. De ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op tot nadere bepaling van de overeenkomstig lid 1 te rapporteren gegevens. De ESMA houdt rekening met andere rapportagevereisten waaraan de beheermaatschappijen zijn onderworpen en met het overeenkomstig artikel 20 ter uitgebrachte verslag.

De ESMA dient die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op [datum invoegen: 36 maanden na de inwerkingtreding van deze richtlijn] bij de Commissie in.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

3. De ESMA stelt ontwerpen van technische uitvoeringsnormen op tot nadere bepaling van:

(a)het formaat en de gegevensnormen voor de in lid 1 bedoelde verslagen;

b) de frequentie en het tijdschema van de rapportage.

De ESMA dient die ontwerpen van technische uitvoeringsnormen uiterlijk op [datum invoegen: 36 maanden na de inwerkingtreding van deze richtlijn] bij de Commissie in.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid overgedragen om de in de eerste alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

Artikel 20ter

1. Uiterlijk op [datum invoegen: 24 maanden na de inwerkingtreding van deze richtlijn] dient de ESMA bij de Commissie een verslag in over de ontwikkeling van een geïntegreerde verzameling van toezichtgegevens, dat is gericht op:

(b)vermindering van overlappingen en inconsistenties tussen de rapportagekaders in de sector vermogensbeheer en andere financiële sectoren en

(c)verbetering van gegevensnormalisatie en efficiënte uitwisseling en gebruik van gegevens die binnen een rapportagekader van de Unie al zijn gerapporteerd door een relevante bevoegde autoriteit, op Unieniveau of op nationaal niveau.

2. Bij de opstelling van het in lid 1 bedoelde verslag werkt de ESMA nauw samen met de Europese Centrale Bank (ECB), de andere Europese toezichthoudende autoriteiten en, in voorkomend geval, de nationale bevoegde autoriteiten.”.

(6) Artikel 22 bis wordt als volgt gewijzigd:

(a)in lid 2 wordt punt c) vervangen door:

“c) de bewaarder met de nodige bekwaamheid, zorg en zorgvuldigheid te werk is gegaan bij de selectie en de aanstelling van een derde aan wie hij voornemens is een deel van zijn taken te delegeren, behalve wanneer die derde een centrale effectenbewaarinstelling is die optreedt in de hoedanigheid van een emittent-CSD in de zin van artikel 1, punt e), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/392 van de Commissie*, en met de nodige bekwaamheid, zorg en zorgvuldigheid te werk blijft gaan bij de periodieke evaluatie en de doorlopende controle van een derde aan wie hij een deel van zijn taken heeft gedelegeerd en van de regelingen die de derde treft in verband met de aan hem gedelegeerde taken.            

* Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/392 van de Commissie van 11 november 2016 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 909/2014 van het Europees Parlement en de Raad met technische reguleringsnormen inzake de vergunnings-, toezichts- en operationele vereisten voor centrale effectenbewaarinstellingen (PB L 65 van 10.3.2017, blz. 48).”;

(b)lid 4 wordt vervangen door:

“4. Voor de toepassing van dit lid wordt het verrichten van diensten door een centrale effectenbewaarinstelling die optreedt in de hoedanigheid van een emittent-CSD in de zin van artikel 1, punt e), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/392 van de Commissie niet beschouwd als delegatie van de bewaarnemingstaken van de bewaarder.”.

(7) In artikel 29, lid 1, wordt punt b) vervangen door:

“b) de bestuurders van de beleggingsmaatschappij staan als voldoende betrouwbaar bekend en beschikken over voldoende ervaring, ook met betrekking tot het type werkzaamheden dat door de beleggingsmaatschappij wordt verricht, en te dien einde: moeten de identiteit van de bestuurders van de beleggingsmaatschappij, alsmede iedere vervanging van deze bestuurders onmiddellijk aan de bevoegde autoriteiten worden gemeld; moet over de uitoefening van de werkzaamheden van een beleggingsmaatschappij worden beslist door ten minste twee voltijdse werknemers of twee natuurlijke personen die zich voltijds inzetten voor de uitoefening van de werkzaamheden van die beleggingsmaatschappij en in de Unie woonachtig zijn, die aan deze voorwaarden voldoen; en wordt onder bestuurders degenen verstaan die krachtens de wet of statuten de beleggingsmaatschapppij vertegenwoordigen of feitelijk het beleid van de beleggingsmaatschappij bepalen;”.

(8) In artikel 84 worden leden 2 en 3 vervangen door:

“2. In afwijking van lid 1:

(a)kan een icbe, in het belang van haar deelnemers, de inkoop of terugbetaling van haar rechten van deelneming tijdelijk opschorten of een ander overeenkomstig artikel 18 bis, lid 2, gekozen instrument voor liquiditeitsbeheer activeren;

(b)kunnen de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst van een icbe in het belang van de deelnemers of in het algemeen belang verlangen dat een icbe een in punt 1 of punt 2 van bijlage II bis bedoeld of overeenkomstig artikel 18 bis, lid 2, door de icbe gekozen en gemeld instrument voor liquiditeitsbeheer activeert, wat het meest passend is gezien het type icbe en de risico’s die tot het nemen van deze maatregel nopen.

De in de eerste alinea, punt a), bedoelde tijdelijke opschorting is slechts mogelijk in uitzonderlijke gevallen, wanneer de omstandigheden zulks vergen en wanneer opschorting gelet op de belangen van de deelnemers verantwoord is.

3. De icbe stelt de bevoegde autoriteiten van haar lidstaat van herkomst en de bevoegde autoriteiten van alle lidstaten waar zij haar rechten van deelneming verhandelt, onverwijld in kennis wanneer zij een in lid 2, punt a), bedoeld instrument voor liquiditeitsbeheer activeert of deactiveert.

De bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst van de icbe stellen de ESMA en het ESRB onverwijld in kennis van kennisgevingen die zij overeenkomstig dit lid hebben ontvangen.

3 bis. De bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst van de icbe stellen de bevoegde autoriteiten van alle lidstaten waar de icbe haar rechten van deelneming verhandelt, de ESMA en het ESRB in kennis voordat zij bevoegdheden uit hoofde van lid 2, punt b), uitoefenen.

3 ter. De bevoegde autoriteiten van de lidstaten waar de icbe haar rechten van deelneming verhandelt, kunnen de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst van de icbe verzoeken de in lid 2, punt b), bedoelde bevoegdheden uit te oefenen, waarbij de redenen voor het verzoek worden vermeld en de ESMA en het ESRB in kennis worden gesteld.

3 quater. Wanneer de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst van de icbe het niet eens is met het in lid 3 ter bedoelde verzoek, stelt zij de verzoekende bevoegde autoriteit, de ESMA en het ESRB daarvan in kennis, met vermelding van de redenen.

3 quinquies. Op basis van de overeenkomstig de leden 3 ter en 3 quater ontvangen informatie brengt de ESMA een advies uit aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst van de icbe over de uitoefening van de in lid 2, punt b), bedoelde bevoegdheden.

3 sexies. Wanneer de bevoegde autoriteit niet handelt in overeenstemming met of niet voornemens is gevolg te geven aan het in lid 3 quinquies bedoelde advies van de ESMA, stelt zij de ESMA daarvan in kennis, met vermelding van de redenen voor de niet-opvolging of het voornemen daartoe. Het feit dat een bevoegde autoriteit haar advies naast zich neerlegt of voornemens is het naast zich neer te leggen, kan door de ESMA bekendgemaakt worden. De ESMA kan eveneens per geval besluiten de redenen bekend te maken die de bevoegde autoriteit in dit verband aanvoert. De ESMA stelt de bevoegde autoriteiten van tevoren in kennis van deze bekendmaking.

3 septies. De ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op waarin wordt aangegeven in welke situaties de bevoegde autoriteiten de in lid 2, punt b), bedoelde bevoegdheden mogen uitoefenen. Bij de opstelling van die normen houdt de ESMA rekening met de mogelijke gevolgen van een dergelijk optreden van de toezichthouder voor de beleggersbescherming en de financiële stabiliteit in een andere lidstaat of in de Unie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.”.

(9) Aan artikel 98 worden de volgende leden 3 en 4 toegevoegd:

“3. De bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst van de icbe kan de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst van de icbe verzoeken onverwijld de in lid 2 bedoelde bevoegdheden uit te oefenen, waarbij de redenen voor haar verzoek worden vermeld en de ESMA en, indien er potentiële risico’s voor de stabiliteit en de integriteit van het financiële stelsel zijn, het ESRB in kennis worden gesteld.

De bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst van de icbe stelt de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst van de icbe, de ESMA en, indien er potentiële risico’s voor de stabiliteit en de integriteit van het financiële stelsel zijn, het ESRB onverwijld in kennis van de uitgeoefende bevoegdheden en haar bevindingen.

4. De ESMA kan de bevoegde autoriteit verzoeken aan de ESMA uitleg te verstrekken over specifieke gevallen die grensoverschrijdende gevolgen hebben, betrekking hebben op kwesties in verband met de bescherming van beleggers of risico’s voor de financiële stabiliteit inhouden.”.

(10) Het volgende artikel 101 bis wordt ingevoegd:

“Artikel 101 bis

1. De ESMA verricht regelmatig, en ten minste om de twee jaar, een analyse van collegiale toetsingen inzake de toezichtactiviteiten van de bevoegde autoriteiten in verband met de toepassing van artikel 13. Die analyse vancollegiale toetsingen richt zich op de maatregelen die zijn genomen om te voorkomen dat beheermaatschappijen die de uitvoering van portefeuillebeheer of risicobeheer aan in derde landen gevestigde derden delegeren, brievenbusmaatschappijen worden.

2. Bij het uitvoeren van de collegiale toetsing gebruikt de ESMA transparante methoden om een objectieve beoordeling en vergelijking tussen de beoordeelde bevoegde autoriteiten te waarborgen.”.

(11) Het volgende artikel 110 bis wordt ingevoegd:

“Artikel 110 bis

Uiterlijk op [datum invoegen: 30 maanden na de inwerkingtreding van deze richtlijn] en na de in artikel 101 bis bedoelde collegiale toetsingen en analyse en het overeenkomstig artikel 13, lid 4, door de ESMA opgestelde verslag verricht de Commissie een evaluatie van de in artikel 13 vastgestelde delegatieregeling met het oog op de voorkoming van het ontstaan van brievenbusmaatschappijen in de Unie.”.

(12) Artikel 112 bis wordt als volgt gewijzigd:

(a) in lid 1 wordt de volgende alinea toegevoegd:

“De in artikel 13 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vier jaar met ingang van [de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn invoegen].”;

(b)in lid 3 wordt de eerste zin vervangen door:

“Het Europees Parlement of de Raad kan de in de artikelen 12, 13, 14, 18 bis, 20 bis, 26 ter, 43, 50 bis, 51, 60, 61, 62, 64, 75, 78, 81, 95 en 111 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het besluit wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.”;

(c)in lid 5 wordt de eerste zin vervangen door:

“Een overeenkomstig de artikelen 12, 13, 14, 18 bis, 20 bis, 26 ter, 43, 50 bis, 51, 60, 61, 62, 64, 75, 78, 81, 95 en 111 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van drie maanden na de kennisgeving van die handeling aan het Europees Parlement en de Raad daartegen bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met drie maanden verlengd.”.

(13) Bijlage I wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage III bij deze richtlijn.

(14) De tekst in bijlage IV bij deze richtlijn wordt toegevoegd als bijlage II bis.

Artikel 3

Omzetting

1. De lidstaten stellen uiterlijk op [datum invoegen: 24 maanden na de inwerkingtreding van deze richtlijn] de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast om aan deze richtlijn te voldoen, en maken deze bekend. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onmiddellijk mee.

2. Zij passen die bepalingen toe vanaf […].

3. Wanneer de lidstaten die bepalingen vaststellen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking ervan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor die verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

4. De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mee die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 4

Inwerkingtreding

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 5

Adressaten

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.