Artikelen bij COM(2020)738 - Tenuitvoerlegging van Beschikking 1608/2003/EG betreffende een statistiek inzake wetenschap en technologie

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.

EUROPESE COMMISSIE

Brussel, 18.11.2020

COM(2020) 738 final

VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

over de tenuitvoerlegging van Beschikking nr. 1608/2003/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende een statistiek inzake wetenschap en technologie


1. INLEIDING

De officiële statistiek inzake wetenschap, technologie en innovatie in de Europese Unie is gebaseerd op Beschikking nr. 1608/2003/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juli 2003 betreffende de productie en de ontwikkeling van een communautaire statistiek inzake wetenschap en technologie 1 .

In artikel 5 van Beschikking nr. 1608/2003/EG (“de beschikking”) wordt bepaald dat de Commissie om de drie jaar bij het Europees Parlement een verslag moet indienen waarin de tenuitvoerlegging van de beschikking wordt geëvalueerd. Dit is het vijfde uitvoeringsverslag 2 dat de Commissie uit hoofde van artikel 5 indient bij het Europees Parlement en de Raad. Het verslag evalueert de uitvoering van de afzonderlijke statistische acties waarin artikel 2 van de beschikking voorziet. Deze acties beogen het opzetten van een statistisch informatiesysteem over wetenschap, technologie en innovatie om het EU‑beleid te ondersteunen en te monitoren. Dit verslag heeft met name betrekking op de ontwikkelingen sinds het vorige verslag uit 2018.

De Commissie legt de beschikking ten uitvoer aan de hand van voorschriften en vrijwillige gegevensverzamelingen in de EU‑lidstaten, en met de eigen statistiekproductie van Eurostat.

In 2012 heeft de Commissie Uitvoeringsverordening (EU) nr. 995/2012 vastgesteld 3 . In de uitvoeringsverordening worden de regels voor de uitvoering van de beschikking neergelegd, waarbij de nadruk ligt op statistieken over:

·onderzoek en ontwikkeling (O&O);

·toewijzingen uit de overheidsbegroting aan onderzoek en ontwikkeling (GBARD);

·innovatie, en

·andere relevante aspecten, te weten de personele middelen in wetenschap en technologie; octrooien; technologisch hoogwaardige bedrijfstakken, en op kennis gebaseerde dienstverlening.

Door de vereiste statistische eenheden en de uniforme verslagleggingsnormen te specificeren zorgt de uitvoeringsverordening ook voor een verdere harmonisering van de O&O- en innovatiestatistiek in de EU en versterkt deze de koppeling tussen de deze statistieken en Europese zakelijke statistieken. De statistieken zijn veelgebruikte referentiegegevens geworden voor het monitoren van het EU‑beleid.

De beschikking en de uitvoeringsverordening hebben gezorgd voor betere O&O- en innovatiestatistieken die nuttig zullen zijn bij de uitvoering van de volgende EU‑acties:

·In juni 2010 heeft de Europese Raad de Europa 2020-strategie voor banen en slimme, duurzame en inclusieve groei aangenomen 4 . Een van de vijf belangrijkste EU‑doelstellingen van deze strategie is het verbeteren van de voorwaarden voor innovatie en O&O, met als doel het gecombineerde publieke en private investeringsniveau in O&O te doen stijgen tot 3 % van het bbp tegen 2020.

·De Commissie heeft in haar mededeling van 6 oktober 2010 5 betreffende het kerninitiatief Innovatie-Unie voorgesteld om aanvullende indicatoren vast te stellen voor het meten van de O&O-intensiteit en voor snelgroeiende innovatieve ondernemingen. Ook stelde zij voor een jaarlijks scorebord voor de Innovatie-Unie 6 in te voeren om de algemene vooruitgang in innovatieprestaties te monitoren. In 2017 en 2019 is het Europees innovatiescorebord verbeterd met gebruikmaking van meer inzichten uit de communautaire innovatie-enquête 7 (CIS) van de EU. Het Europees innovatiescorebord 2020 is op 23 juni 2020 gepubliceerd. De gegevens over O&O en innovatie vormen de basis voor de rapportage van de Commissie over duurzame ontwikkeling en over de Europese Onderzoeksruimte. Voor de nationale boekhouding worden gegevens over O&O-uitgaven gebruikt.

·Gegevens over O&O en innovatie vormen de basis voor de analyse van de Commissie van de prestaties van de EU op het gebied van wetenschap, onderzoek en innovatie, die is gepubliceerd in het verslag van de Commissie “Science, Research and Innovation Performance of the EU”.

In dit verslag wordt geïnventariseerd hoe het statistische informatiesysteem over wetenschap, technologie en innovatie (WTI) is geïmplementeerd. Hoofdstuk 2 van het verslag gaat in op de belangrijkste ontwikkelingen bij de uitvoering van de maatregelen. Hoofdstuk 3 heeft betrekking op gegevenskwaliteit; hoofdstuk 4 betreft de kosten en de statistische belasting. In hoofdstuk 5 wordt alvast gekeken naar toekomstige ontwikkelingen.

2. BELANGRIJKSTE ONTWIKKELINGEN SINDS NOVEMBER 2018

Hieronder worden de belangrijkste ontwikkelingen opgesomd die zich sinds november 2018 hebben voorgedaan bij de uitvoering van maatregelen uit hoofde van artikel 2 van de beschikking.

·Op 27 november 2019 hebben het Europees Parlement en de Raad Verordening (EU) 2019/2152 betreffende de Europese bedrijfsstatistieken 8 aangenomen, die onder meer betrekking heeft op Europese statistieken inzake O&O en innovatie. Met deze verordening wordt het besluit ingetrokken met ingang van 2021. Een belangrijk effect van Verordening (EU) 2019/2152 is een betere integratie van verschillende takken van bedrijfsstatistieken en verschillende statistische productiesystemen. Dit zal de kwaliteit van de gegevens verbeteren en tot een efficiëntere productie van gegevens leiden. De CIS en de O&O-ondernemingenenquête zijn herzien om ervoor te zorgen dat hun definities volledig in overeenstemming zijn met de algemene definities in Verordening (EU) 2019/2152 en die worden gebruikt in de Europese bedrijfsstatistieken (bijvoorbeeld in het statistisch ondernemingenregister en de enquête voor de structurele bedrijfsstatistieken). Hierdoor neemt de consistentie van de resultaten toe en worden de respondenten minder belast doordat informatie die reeds bekend is, in andere bronnen kan worden hergebruikt. Bovendien maakt de afstemming op andere relevante normen voor gegevensverzamelingen en nationale rekeningen het gemakkelijker om O&O- en innovatiegegevens te gebruiken in transversale verslagen.

·De Europese statistieken inzake O&O en GBARD zijn in overeenstemming met de richtsnoeren van het Frascati-handboek van de OESO over de verzameling van gegevens en verslaglegging met betrekking tot onderzoek en experimentele ontwikkeling. Dit maakt een internationale vergelijking buiten de EU mogelijk. In 2015 heeft de OESO een nieuwe versie van het Frascati-handboek (FM2015) gepubliceerd. Daarop heeft Eurostat in nauwe samenwerking met de EU‑lidstaten zijn gegevensverzamelingen inzake O&O- en GBARD-statistieken aangepast om deze verder af te stemmen op de FM2015-richtsnoeren. Eurostat heeft methodologische richtsnoeren opgesteld voor situaties waarin de FM2015 de keuze biedt tussen meerdere opties of ruimte laat voor interpretatie. Door deze methodologische richtsnoeren zal het veel gemakkelijker zijn om O&O- en GBARD-statistieken tussen de EU‑lidstaten te vergelijken.

·De Europese innovatiestatistiek wordt afgestemd op het Oslo-handboek met richtsnoeren voor de verzameling en interpretatie van innovatiegegevens. Het Oslo-handboek is een gezamenlijke uitgave van de OESO en Eurostat. De vierde editie van het Oslo-handboek is eind 2018 gepubliceerd. Het verduidelijkt de begrippen die worden gebruikt in de innovatiestatistiek en bestrijkt nieuwe onderwerpen die verband houden met bedrijfsinnovatie. Om deze nieuwe editie van het Oslo-handboek optimaal te benutten, heeft Eurostat de CIS in nauwe samenwerking met de EU-lidstaten ingrijpend gewijzigd. De CIS levert nu betere informatie op over innovatie-activiteiten en -capaciteiten, kennisstromen, externe factoren en factoren die de ontwikkeling mogelijk maken, en de output van innovatie, onder meer op het gebied van innovaties met milieuvoordelen (eco-innovaties). Daarnaast heeft Eurostat de opzet van de CIS aangepast om meer informatie te verkrijgen over alle ondernemingen, dus zowel over innovatieve als over niet-innovatieve ondernemingen. Zo krijgen beleidsmakers beter inzicht in het onderscheid tussen sterke innovatoren en zwakke of niet-innovatoren en worden zij geholpen om passend beleid te ontwikkelen. Door deze wijzigingen zullen de kwaliteit en de relevantie van de resultaten voor het beleid toenemen.

·Eurostat heeft de verzending van gegevens over O&O en GBARD en gegevens uit het GOS technisch verbeterd. Voorheen werden gegevens verzonden via uitgebreide Excel-werkbladen, maar dat gebeurt nu in het SDMX-formaat voor de uitwisseling van statistische en metagegevens. Dit heeft geleid tot aanzienlijke verbeteringen in de gegevensoverdracht, waardoor Eurostat minder tijd nodig zal hebben om de gegevens te valideren. Voorts heeft dit het potentieel om de tijdige vrijgave van gegevens in de toekomst te verbeteren.

·Eurostat heeft het proces voor de productie van Europese statistieken inzake “wetenschaps- en technologiepersoneel”, en “genderspecifieke statistieken op wetenschaps- en technologiegebied” geëvalueerd om het volledig in overeenstemming te brengen met de gegevens van de EU-arbeidskrachtenenquête.

·Naast de bovenstaande gebieden wordt in de beschikking bepaald dat nieuwe statistische variabelen moeten worden ontwikkeld met betrekking tot “octrooistatistieken” en “statistieken op het gebied van geavanceerde technologie”. De ontwikkeling van methoden en de productie van gegevens voor “hoogtechnologische statistieken” worden voortgezet. Voor “octrooien en intellectuele-eigendomsrechten” heeft Eurostat zijn activiteiten stopgezet omdat het Europees Octrooibureau nu zelf de desbetreffende gegevens bekendmaakt.


3. KWALITEIT VAN GEGEVENS

Statistieken moeten betrouwbaar en geschikt voor het beoogde doel zijn. De verzamelingen van gegevens over O&O- en innovatie worden aan een systematische kwaliteitsbeoordeling onderworpen, wat inhoudt dat kwaliteitsverslagen worden verzameld en dat de naleving regelmatig wordt gecontroleerd.

De Praktijkcode voor Europese statistieken 9 geeft de norm aan voor de ontwikkeling, productie en verspreiding van Europese statistieken. Deze code bevat 16 beginselen, waarvan verschillende betrekking hebben op het algemene institutionele kader (professionele onafhankelijkheid of toereikendheid van de middelen) dat wordt verlangd van de autoriteiten van de EU‑lidstaten en organisaties die zich bezighouden met statistiek. Deze beginselen dragen bij aan de algehele kwaliteit van de Europese statistiek. De praktijkcode omvat verschillende kwaliteitsbeginselen (onder meer accuraatheid, samenhang en vergelijkbaarheid) die rechtstreeks verband houden met de WTI‑enquêtes en die worden gecontroleerd door middel van periodieke kwaliteitsverslagen.

De EU‑lidstaten hebben over het algemeen op zeer bevredigende wijze navolging gegeven aan de vereisten voor gegevensverstrekking. Sommige nalevingsproblemen, die vooral verband hielden met laattijdige verstrekking van gegevens, blijven in geïsoleerde gevallen echter bestaan. Eurostat heeft sinds 2007 jaarlijks nationale kwaliteitsverslagen over O&O- en GBARD-statistieken verzameld. Het heeft sinds 2004 ook nationale kwaliteitsverslagen voor elke ronde van het CIS ontvangen (het CIS wordt om de twee jaar vrijgegeven) en legt een synthese van de kwaliteitsverslagen van het CIS over. Op grond van Verordening (EU) nr. 995/2012 is kwaliteitsverslaglegging vanaf 2013 een onderdeel van de verplichte gegevensverstrekking. Bij een raadpleging van gegevensproducenten en gebruikers in 2017 werd bevestigd dat die verordening de gegevens dekt die het meest relevant zijn voor de nationale en Europese beleidsvorming. In 2018 en 2019 heeft Eurostat een grondige raadpleging gehouden over het proces voor de verzameling van O&O- en GBARD-gegevens en over de kwaliteit van deze gegevens, en overlegd met de lidstaten van de EU over mogelijke manieren om dit te verbeteren in de werkgroep “Wetenschap, technologie en innovatie” in november 2019.

Gegevens voor facultatieve variabelen of categorieën 10 worden niet altijd verstrekt. De EU-lidstaten noemen de kosten, hoge lasten voor de respondenten en bepaalde eigenschappen van hun nationale gegevensproductiesystemen als redenen om deze gegevens niet te verstrekken. Eurostat blijft de EU‑lidstaten aanmoedigen om gegevens te verstrekken over facultatieve variabelen en categorieën, teneinde gegevens te ontvangen die consistent voor alle EU‑lidstaten en in de tijd zijn. Sinds het begin van de jaren 2000 zijn deze gegevens langzaam maar gestaag vollediger geworden. Aangezien het streven naar volledigheid met betrekking tot de optionele variabelen en categorieën een kwestie van lange adem is, zal de Commissie richtsnoeren en ondersteuning blijven verstrekken om de volledigheid te verbeteren.

Eurostat en de lidstaten blijven zich ervoor inspannen dat er O&O-statistieken worden verzameld over alle organisaties die bij O&O betrokken zijn, ongeacht hun omvang of economische sector. Bovendien beoordeelt Eurostat regelmatig de kwaliteit van schattingen wanneer die door de lidstaten worden verstrekt.


4. KOSTEN EN LASTEN

Eurostat heeft in het verleden regelmatig getracht gegevens te verzamelen over de kosten en lasten van WTI‑gegevensverzamelingen. Eurostat heeft gevraagd om exacte cijfers op te nemen in de kwaliteitsrapportage, maar het is moeilijk gebleken om consistente gegevens te verkrijgen die een vergelijking of een evaluatie van de totale kosten mogelijk maken. Veel lidstaten hebben erop gewezen dat het niet mogelijk zal zijn de kosten voor het opstellen van Europese statistieken over O&O en innovatie te scheiden van de kosten voor andere Europese zakelijke statistieken of van de kosten voor soortgelijke, voornamelijk op nationale informatiebehoeften gerichte activiteiten. Voor zover er gegevens beschikbaar zijn, verschillen ook de verslagleggingsmethoden tussen de lidstaten en tussen instellingen binnen lidstaten. Hierdoor is een zinvolle vergelijking of bekendmaking van afzonderlijke kostenramingen niet mogelijk.

De nationale statistische autoriteiten hebben de afgelopen jaren verschillende malen een gebrek aan middelen gerapporteerd en ernstige bezorgdheid geuit over de vraag of zij aan bestaande of nieuwe Europese gegevensvereisten kunnen voldoen. Het stellen van prioriteiten is daarom crucialer dan ooit en betreft evenzeer bestaande als geplande statistische operaties.

Om de kosten van de productie van statistieken te beperken, worden de algemene vereisten van Verordening (EU) 2019/2152 inzake Europese bedrijfsstatistieken op het huidige niveau gehandhaafd. Eurostat heeft ook maatregelen genomen om de kostenefficiëntie en de relevantie te vergroten. Hieronder vindt u voorbeelden van wat Eurostat heeft gedaan.

·Tussen 2016 en 2020 heeft Eurostat de verzameling van gegevens uit het CIS beter in bedrijfsstatistieken geïntegreerd, waardoor het mogelijk wordt informatie die reeds uit andere statistieken beschikbaar is, te hergebruiken.

·Eurostat heeft de begrippen uit de O&O-bedrijfsenquête en met name de CIS herzien om rekening te houden met de boekhoudkundige afspraken en de gangbare praktijken in het bedrijfsleven. Dit maakt verslaglegging door bedrijven gemakkelijker en verhoogt de kwaliteit van de gegevens.

·Eurostat heeft de efficiëntie op verschillende manieren bevorderd. Zo heeft Eurostat technische overdrachtsnormen vastgesteld. Ook heeft Eurostat gemeenschappelijke regels en procedures voor de validering van gegevens vastgesteld. Hierdoor is de productie van statistieken zowel voor de lidstaten als voor Eurostat efficiënter geworden.


5. TOEKOMSTIGE ONTWIKKELINGEN

Een belangrijke doelstelling voor de toekomstige ontwikkeling van de EU-statistiek inzake wetenschap en technologie is een sterkere koppeling tussen deze statistieken en andere zakelijke statistieken. Om dit te bereiken zijn O&O, GBARD- en innovatiestatistieken opgenomen in Verordening (EU) 2019/2152 betreffende Europese bedrijfsstatistieken. Op die manier worden de gegevens consistenter en beter vergelijkbaar en wordt bijgedragen aan een vermindering van de kosten en lasten.

Tijdens de bijeenkomst van de werkgroep “Wetenschap, technologie en innovatie” in november 2019, zijn Eurostat en de EU-lidstaten overeengekomen dat het CIS 2020 gegevens bevat over innovaties met milieuvoordelen en gegevens over het belang van de klimaatverandering voor bedrijven. Deze gegevens zijn zeer relevant voor de Europese “Green Deal”.

Andere uitdagingen voor de opstelling van de WTI‑statistiek nu en in de toekomst zijn de verdere internationalisering van O&O, en andere zakelijke activiteiten. Deze uitdagingen betreffen de verkrijging van nieuwe statistische gegevens over internationalisering en de organisatie van enquêtes in een meer geglobaliseerde (en zodoende complexere) wereld.

Eurostat en de lidstaten zullen nauw samenwerken om de CIS‑gegevens in de toekomst beter te benutten. Dit werk zal de last voor deelnemers aan de enquête niet verhogen. Eurostat en de lidstaten werken aan projecten met als doel om:

·verslag uit te brengen over de verschillende innovatieprofielen van ondernemingen (bv. “strategische innovator”, “volger”, “zwakke of niet-innovator”). Zo wordt het mogelijk om te laten zien welke van deze innovatieprofielen het meest voorkomen in de verschillende landen. Hierbij kan bijvoorbeeld worden getoond welk percentage van de ondernemingen in een land uit “strategische innovatoren” bestaat, en wat het percentage “volgers” is. Bovendien wordt het zo mogelijk de kenmerken van de verschillende profielen te identificeren. Het doel is om beleidsmakers een gedifferentieerder inzicht te bieden in de factoren die innovatie stimuleren en belemmeren;

·de uitkomsten van innovatie beter te monitoren door CIS-gegevens te koppelen aan de vertraagde gegevens van het statistisch ondernemingenregister en de enquête voor de structurele bedrijfsstatistieken. Met deze activiteit kan de statistische informatie over startende en doorgroeiende ondernemingen 11 worden verbeterd;

·de productie van regionale DIS-gegevens ondersteunen.

De twee projecten zullen worden gecombineerd om optimale synergieën tot stand te brengen.

In de toekomst zullen de lidstaten, zoals voor de O&O- en GBARD-gegevens al het geval is, ook de CIS‑gegevens overdragen door middel van SDMX. De gegevensoverdracht wordt hierdoor efficiënter, flexibeler en tijdiger.

Eurostat en de EU‑lidstaten zullen de verstrekking van metadata en kwaliteitsverslagen voor O&O- en GBARD-statistieken verbeteren.

Eurostat en de EU‑lidstaten zullen nadenken over verdere maatregelen om de ramingen voor kernindicatoren uit de CIS tijdiger te verstrekken.

Bij deze ontwikkelingen wordt rekening gehouden met de steeds belangrijker wordende rol van onderzoek en innovatie bij het aangaan van de uitdagingen die voor ons liggen, zoals uiteengezet in de volgende voorbeelden:

·In het kader van de Europese Green Deal heeft de Commissie-Von der Leyen de ambitie geformuleerd om de economie van de EU te hervormen en op een nieuw pad van duurzame groei te zetten. Hiertoe heeft de Europese Commissie een reeks bijzonder transformatieve beleidsmaatregelen ontworpen om ervoor te zorgen dat duurzaamheid een onderdeel is van alle beleidsmaatregelen van de EU 12 . De Commissie heeft verschillende instrumenten voorgesteld, zoals het nieuwe programma Horizon Europa, de in het investeringsplan voor een duurzaam Europa genoemde voorstellen, en het InvestEU-programma 13 . Een belangrijk aspect van het waarborgen van duurzaamheid is het mobiliseren van onderzoek en het bevorderen van innovatie 14 . Voor het opstellen en uitvoeren van gerelateerd beleid zijn hoogwaardige gegevens over O&O en innovatie vereist, met inbegrip van gegevens over innovatie met milieuvoordelen.

·De Commissie-Von der Leyen heeft haar ambitie uitgesproken om de digitale toekomst van Europa vorm te geven. De Commissie werkt aan een digitale transformatie op basis van drie pijlers: technologie die werkt voor de mensen; een eerlijke en concurrerende digitale economie; een open, democratische en duurzame samenleving. Onderzoek en innovatie op het gebied van digitale technologieën en de toepassing daarvan zijn een belangrijk aspect van de digitale transformatie, en gegevens over O&O en innovatie op het gebied van innovatie zijn nodig ter ondersteuning van de beleidsvorming op dit gebied.

·In maart en april 2019 hebben het Europees Parlement en de Raad een voorlopig akkoord bereikt over Horizon Europa. De Europese Commissie trekt een budget van ongeveer 100 miljard EUR uit om de wetenschappelijke en technologische basis van de EU en de Europese onderzoeksruimte (EOR) te verstreken; om de innovatiecapaciteit, het concurrentievermogen en de werkgelegenheid van de EU te vergroten, en om de prioriteiten van de burgers te verwezenlijken en ons sociaal-economische model en onze waarden in stand te houden.

·Het voorstel van de Commissie voor het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021‑2027, dat op 28 mei 2020 15 is aangenomen, onderstreept dat onderzoek en innovatie in de komende jaren een prioriteit blijven voor de EU‑beleidsvorming.


6. CONCLUSIE

Dit verslag evalueert de tenuitvoerlegging van de acties als bedoeld in artikel 2 van Beschikking nr. 1608/2003/EG, waarmee het opzetten van een statistisch informatiesysteem over wetenschap, technologie en innovatie wordt beoogd. De belangrijkste ontwikkelingen sinds 2018 zijn: i) Een betere integratie van de O&O- en innovatiestatistieken in de Europese bedrijfsstatistieken om de kwaliteit van de gegevens te verbeteren en de gegevens efficiënter te produceren; ii) de aanpassing van de gegevensverzameling over O&O bij de editie 2015 van het Frascati-handboek; iiii) de evaluatie van de CIS om de kwaliteit en het beleidsbelang van de resultaten van de enquête te vergroten en het in overeenstemming te brengen met de meest recente editie van het Oslo-handboek, en iv) een technisch verbeterde overdracht van de gegevens (SDMX-formaat). Uit de voortdurende monitoring van de naleving en kwaliteit van de O&O- en CIS‑statistieken die uit hoofde van de EU‑wetgeving moeten worden verstrekt, blijkt dat de geproduceerde gegevens van goede kwaliteit zijn. Eurostat neemt echter in samenwerking met de lidstaten verschillende maatregelen om de kostenefficiëntie te vergroten en de administratieve belasting van de productie van deze statistieken te verminderen en de statistieken vollediger te maken.


(1) Beschikking nr. 1608/2003/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juli 2003 betreffende de productie en de ontwikkeling van een communautaire statistiek inzake wetenschap en technologie (PB L 230 van 16.9.2003, blz. 1).
(2) De vorige verslagen waren COM(2007) 801 van 14.12.2007; COM(2011) 184 van 11.4.2011; COM(2014) 211 van 7.4.2014; COM(2018) 769 van 28.11.2018.
(3) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 995/2012 van de Commissie van 26 oktober 2012 tot vaststelling van uitvoeringsvoorschriften van Beschikking nr. 1608/2003/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de productie en de ontwikkeling van een communautaire statistiek inzake wetenschap en technologie (PB L 299 van 27.10.2012, blz. 18).
(4) Conclusies van de Europese Raad van 17 juni 2010.
(5) Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s, Europa 2020-kerninitiatief Innovatie-Unie, COM(2010) 546 definitief.
(6) In 2016 omgedoopt tot “Europees innovatiescorebord”.
(7) Een enquête die elke twee jaar naar bedrijven in Europa wordt gezonden om hun innovatieve karakter te beoordelen en inzicht te krijgen in welke zakelijke omgevingen bevorderlijk zijn voor innovatie.
(8) Verordening (EU) 2019/2152 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019 betreffende de Europese bedrijfsstatistieken (PB L 327 van 17.12.2019, blz. 1).
(9)

    http://ec.europa.eu/eurostat/documents/4031688/8971242/KS-02-18-142-EN-N.pdf . De Praktijkcode Europese statistieken werd op 24 februari 2005 aangenomen door het Comité Statistisch Programma. De code is door het Comité voor het Europees statistisch systeem (ESS-comité) herzien op 28 september 2011, en opnieuw op 16 november 2017.

(10) Variabelen, of bepaalde categorieën binnen variabelen, die onderdeel zijn van de Europese O&O- en CIS‑gegevensverzamelingen, maar die niet vallen onder Uitvoeringsverordening (EU) nr. 995/2012 van de Commissie.
(11) Doorgroeiende ondernemingen zijn sterk groeiende ondernemingen die al te lang bestaan om als “startend” te worden aangemerkt.
(12) COM(2019) 640 final.
(13) Punt 2.2.1 van COM(2019) 640 final.
(14) Punt 2.2.3 van COM(2019) 640 final.
(15) COM(2020) 443 final.