Wet van 22 juni 2022 tot wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en enige andere wetten in verband met de implementatie van Richtlijn (EU) 2019/1152 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden in de Europese Unie (PbEU 2019, L 186) (Wet implementatie EU-richtlijn transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden)

1.

Kerngegevens

Document­datum 06-07-2022
Publicatie­datum 06-07-2022
Kenmerk Stb. 2022, 277
Externe link origineel bericht
Originele document in PDF

2.

Tekst

Wet van 22 juni 2022 tot wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en enige andere wetten in verband met de implementatie van Richtlijn (EU) 2019/1152 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden in de Europese Unie (PbEU 2019, L 186) (Wet implementatie EU-richtlijn transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Wet flexibel werken, de Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie en de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek aan te passen in verband met de implementatie van Richtlijn (EU) 2019/1152 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden in de Europese Unie (PbEU 2019, L 186);

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I WIJZIGING VAN BOEK 7 VAN HET BURGERLIJK WETBOEK

Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 611a wordt als volgt gewijzigd:

  • 1. 
    Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.
  • 2. 
    Er worden vier leden toegevoegd, luidende:
    • 2. 
      Wanneer de werkgever op grond van toepasselijk Unierecht, toepasselijk nationale recht, een collectieve arbeidsovereenkomst, of een regeling door of namens een daartoe bevoegd bestuursorgaan verplicht is zijn werknemers scholing te verstrekken om het werk waarvoor zij zijn aangenomen uit te voeren, wordt de in lid 1 bedoelde scholing kosteloos aangeboden aan de werknemers, beschouwd als arbeidstijd en, indien mogelijk, vindt deze plaats tijdens de tijdstippen waarop arbeid verricht moet worden.
    • 3. 
      Lid 2 is niet van toepassing op de werknemer die doorgaans op minder dan vier dagen per week uitsluitend of nagenoeg uitsluitend diensten verricht ten behoeve van het huishouden van een natuurlijk persoon tot wie hij in dienstbetrekking staat. Onder het verrichten van diensten ten behoeve van een huishouden wordt mede verstaan het verlenen van zorg aan de leden van dat huishouden.
    • 4. 
      Een beding waarbij de kosten van scholing als bedoeld in lid 2 worden verhaald op of verrekend met geldelijke inkomsten uit hoofde van de dienstbetrekking van de werknemer, is nietig.
    • 5. 
      De werkgever mag de werknemer niet benadelen wegens de omstandigheid dat de werknemer in of buiten rechte de in de leden 2 of 4 aan hem toegekende rechten geldend maakt, ter zake bijstand heeft verleend of een klacht hierover heeft ingediend.

B

Na artikel 628a wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 628b

    • 1. 
      Dit artikel is van toepassing op arbeidsovereenkomsten waarvoor geldt dat de tijdstippen waarop de arbeid moet worden verricht geheel of grotendeels onvoorspelbaar zijn.
    • 2. 
      De werknemer kan slechts verplicht worden arbeid te verrichten op de dagen en uren, bedoeld in artikel 655, lid 1, onder i, onder 2°.
    • 3. 
      Artikel 628a, leden 2 tot en met 4 en lid 11, zijn van overeenkomstige toepassing op een arbeidsovereenkomst als bedoeld in lid 1.
    • 4. 
      De werkgever mag de werknemer niet benadelen wegens de omstandigheid dat de werknemer in of buiten rechte de in dit artikel aan hem toegekende rechten geldend maakt, ter zake bijstand heeft verleend of een klacht hierover heeft ingediend.

C

Na artikel 653 wordt in afdeling 5 een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 653a

    • 1. 
      Een beding waarbij de werkgever verbiedt of beperkt dat de werknemer voor anderen arbeid verricht buiten de tijdstippen waarop de arbeid moet worden verricht bij die werkgever, is nietig, tenzij dit beding kan worden gerechtvaardigd op grond van een objectieve reden.
    • 2. 
      De werkgever mag de werknemer niet benadelen wegens de omstandigheid dat de werknemer in of buiten rechte de in dit artikel aan hem toegekende rechten geldend maakt, ter zake bijstand heeft verleend of een klacht hierover heeft ingediend.

D

Artikel 655 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1. 
    In het eerste lid, onderdeel b, wordt na «verricht» ingevoegd «en indien de arbeid niet op een vaste plaats of niet hoofdzakelijk op een vaste plaats wordt verricht, de vermelding dat de werknemer zijn arbeid op verschillende plaatsen verricht of vrij is zijn werkplek te bepalen».
  • 2. 
    In het eerste lid, onderdeel e, wordt na «is gesloten,» ingevoegd «de einddatum of».
  • 3. 
    Het eerste lid, onderdeel f, komt te luiden:
    • f. 
      de aanspraak op vakantie of ander betaald verlof waarop de werknemer recht heeft of de wijze van berekening van die aanspraken;.
  • 4. 
    Het eerste lid, onderdeel g, komt te luiden:
    • g. 
      de procedure, met inbegrip van de vereisten en de opzegtermijnen, die de werkgever en de werknemer in acht moeten nemen indien de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd, of, indien de duur van de opzegtermijnen op het moment waarop de informatie wordt verstrekt niet kan worden aangegeven, de wijze waarop die opzegtermijnen worden vastgesteld;.
  • 5. 
    In het eerste lid, onderdeel h, wordt «en de termijn van uitbetaling alsmede,» vervangen door «, met inbegrip van het aanvangsbedrag, de afzonderlijke bestanddelen ervan, de wijze en frequentie van uitbetaling en».
  • 6. 
    Het eerste lid, onderdeel i, komt te luiden:
    • i. 
      indien de tijdstippen waarop de arbeid door de werknemer moet worden verricht:
    • 1°. geheel of grotendeels voorspelbaar zijn, de duur van de normale dagelijkse of wekelijkse arbeidstijd en regelingen in verband met arbeid buiten de normale dagelijkse of wekelijkse arbeidstijd en het loon daarvoor en, in voorkomend geval, alle regelingen over het wisselen van diensten; of
    • 2°. geheel of grotendeels onvoorspelbaar zijn:
        • i. 
          het beginsel dat de tijdstippen waarop de arbeid moet worden verricht variabel zijn, het aantal gewaarborgde betaalde uren en het loon voor arbeid verricht boven op die gewaarborgde uren;
        • ii. 
          de dagen en uren waarop de werknemer kan worden verplicht om arbeid te verrichten; en
        • iii. 
          de termijnen die op grond van artikel 628b, lid 3, van toepassing zijn;.
  • 7. 
    In het eerste lid, onderdeel k, wordt «dan een maand» vervangen door «dan vier aaneengesloten weken» en het woord «mede» vervangen door «het land of de landen waar de arbeid moet worden verricht en».
  • 8. 
    Onder vervanging van de punt aan het slot van het eerste lid, onderdeel o, door een puntkomma, worden de volgende onderdelen ingevoegd:
    • p. 
      in het geval van een uitzendovereenkomst, de identiteit van de inlenende onderneming, indien en zodra deze bekend is;
    • q. 
      indien van toepassing, de duur en voorwaarden van de proeftijd;
    • r. 
      indien van toepassing, het door de werkgever geboden recht op scholing;
    • s. 
      voor zover de werkgever hiervoor verantwoordelijk is, de identiteit van de socialezekerheidsinstellingen die de sociale bijdragen in het kader van de arbeidsrelatie ontvangen en bescherming op het gebied van sociale zekerheid aangeboden door de werkgever.
  • 9. 
    Het tweede lid komt te luiden:
    • 2. 
      Voor zover de gegevens, bedoeld in lid 1, onderdelen a tot en met j, n, o en p, zijn vermeld in een schriftelijk aangegane arbeidsovereenkomst, kan vermelding achterwege blijven. Voor zover de gegevens, bedoeld in lid 1, onderdelen f tot en met i, k en q tot en met s, zijn vermeld in een toepasselijke collectieve arbeidsovereenkomst of regeling door of namens een daartoe bevoegd bestuursorgaan, kan worden volstaan met een verwijzing naar deze overeenkomst of regeling.
  • 10. 
    De eerste zin van het derde lid komt te luiden: De werkgever verstrekt de gegevens, bedoeld in lid 1, onderdelen a tot en met e, h, i en q, uiterlijk een week na aanvang van de werkzaamheden en de overige in lid 1 bedoelde gegevens binnen een maand na aanvang of zoveel eerder als de overeenkomst eindigt.
  • 11. 
    De vijfde zin van het derde lid komt te luiden: Wijziging in de gegevens wordt zo snel mogelijk, doch uiterlijk op de dag waarop de wijziging van kracht wordt, aan de werknemer verstrekt in de vorm van een schriftelijke of elektronische opgave, tenzij de wijziging voortvloeit uit wijziging van een wettelijk voorschrift, collectieve arbeidsovereenkomst of regeling door of namens een daartoe bevoegd bestuursorgaan, waarnaar is verwezen op grond van lid 2.
  • 12. 
    Het vierde lid vervalt onder vernummering van het vijfde tot en met tiende lid tot vierde tot en met negende lid.
  • 13. 
    In het vijfde lid (nieuw) wordt «De leden 1 tot en met 5» vervangen door «De leden 1 tot en met 4».
  • 14. 
    In het zesde lid (nieuw) wordt «Indien lid 6 van toepassing is» vervangen door «Indien lid 5 van toepassing is».
  • 15. 
    In het zevende lid (nieuw) wordt na «kan worden opgeslagen» ingevoegd «en afgedrukt» en wordt een zin toegevoegd, luidende: De werkgever bewaart een bewijs van overdracht of ontvangst.
  • 16. 
    Er worden twee leden toegevoegd, luidende:
    • 10. 
      In afwijking van lid 3 worden de gegevens, bedoeld in lid 1, die betrekking hebben op een arbeidsovereenkomst die op het moment van inwerkingtreding van de Wet implementatie EU-richtlijn transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden geldt, door de werkgever verstrekt of aangevuld binnen een maand na een daartoe strekkend verzoek van de werknemer.
    • 11. 
      De werkgever mag de werknemer niet benadelen wegens de omstandigheid dat de werknemer in of buiten rechte de in dit artikel aan hem toegekende rechten geldend maakt, ter zake bijstand heeft verleend of een klacht hierover heeft ingediend.

E

Aan het negende lid van artikel 670 wordt een zin toegevoegd, luidende: De werkgever kan de arbeidsovereenkomst niet opzeggen wegens de omstandigheid dat de werknemer de in de artikelen 611a, leden 2 of 4, 628b, 653a, lid 1, 655, 2b van de Wet flexibel werken, of 3, leden 2 en 3, van de Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie genoemde rechten geldend maakt.

F

Aan artikel 696 wordt een lid toegevoegd, luidende:

    • 4. 
      Op de zee-arbeidsovereenkomst zijn de bepalingen van de artikelen 628b, 653a en 655, lid 1, aanhef en onderdelen i, aanhef en onder 2°, k en s, niet van toepassing.

G

Aan artikel 740 wordt een lid toegevoegd, luidende:

    • 4. 
      Op de arbeidsovereenkomst in de zeevisserij zijn de bepalingen van artikelen 628b, 653a en 655, lid 1, aanhef en onderdelen i, aanhef en onder 2°, k en s, niet van toepassing.

ARTIKEL II WIJZIGING VAN DE WET FLEXIBEL WERKEN

In de Wet flexibel werken wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 2b. Overgang naar een andere vorm van arbeid met meer voorspelbare en zekere arbeidsvoorwaarden

    • 1. 
      De werknemer kan de werkgever verzoeken om een vorm van arbeid met meer voorspelbare en zekere arbeidsvoorwaarden, indien de werknemer ten minste 26 weken voorafgaand aan het beoogde tijdstip van ingang van die aanpassing in dienst is bij die werkgever. Het verzoek wordt door de werknemer schriftelijk bij de werkgever ingediend. De tweede en derde zin van het eerste lid van artikel 2 zijn van overeenkomstige toepassing.
    • 2. 
      De werkgever beslist, indien hij tien of meer werknemers heeft, binnen een maand schriftelijk en gemotiveerd op het verzoek van de werknemer. Indien de werkgever minder dan tien werknemers heeft beslist hij schriftelijk en gemotiveerd binnen drie maanden na het verzoek.
    • 3. 
      Indien de werkgever niet binnen een in het tweede lid bedoelde termijn beslist, wordt de vorm van arbeid aangepast overeenkomstig het verzoek van de werknemer.
    • 4. 
      De werknemer kan, behoudens onvoorziene omstandigheden, een jaar nadat de werkgever een verzoek als bedoeld in het eerste lid heeft ingewilligd of afgewezen, opnieuw een verzoek indienen. Voor een werkgever met minder dan tien werknemers geldt dat de beslissing op een soortgelijk verzoek mondeling kan worden gedaan als de motivering voor het antwoord met betrekking tot de werknemer ongewijzigd is gebleven. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing.
    • 5. 
      Dit artikel is niet van toepassing op de werknemer:
      • a. 
        die doorgaans op minder dan vier dagen per week uitsluitend of nagenoeg uitsluitend diensten verricht ten behoeve van het huishouden van de natuurlijke persoon tot wie hij in dienstbetrekking staat. Onder het verrichten van diensten ten behoeve van een huishouden wordt mede verstaan het verlenen van zorg aan de leden van dat huishouden;
      • b. 
        die werkzaam is op basis van een zee-arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 694 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek of een arbeidsovereenkomst in de zeevisserij als bedoeld in artikel 739 van genoemd wetboek.
    • 6. 
      De werkgever mag de werknemer niet benadelen wegens de omstandigheid dat de werknemer in of buiten rechte de in dit artikel aan hem toegekende rechten geldend maakt, ter zake bijstand heeft verleend of een klacht hierover heeft ingediend.

ARTIKEL III WIJZIGING VAN DE WET ARBEIDSVOORWAARDEN GEDETACHEERDE WERKNEMERS IN DE EUROPESE UNIE

Artikel 3 van de Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie wordt als volgt gewijzigd:

  • 1. 
    Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.
  • 2. 
    Er worden vier leden toegevoegd, luidende:
    • 2. 
      Indien sprake is van een werknemer op wie de detacheringsrichtlijn van toepassing is, stelt de werkgever de werknemer, voor zijn vertrek naar de andere lidstaat, in kennis van:
      • a. 
        het loon waarop de werknemer recht heeft volgens het geldende recht van de ontvangende lidstaat;
      • b. 
        in voorkomend geval, alle toeslagen in verband met de detachering en alle regelingen voor de vergoeding van reis-, verblijf- en maaltijdkosten; en
      • c. 
        de link naar de door de ontvangende lidstaat uit hoofde van artikel 5, tweede lid, van de handhavingsrichtlijn ontwikkelde unieke officiële nationale website(s).
    • 3. 
      Artikel 655, tweede lid, tweede zin, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek is van overeenkomstige toepassing op het tweede lid, onderdeel a.
    • 4. 
      Het tweede lid is niet van toepassing op een zeevarende werkzaam op basis van een arbeidsovereenkomst in de zeevisserij als bedoeld in artikel 739 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek.
    • 5. 
      De werkgever mag de werknemer niet benadelen wegens de omstandigheid dat de werknemer in of buiten rechte de in dit artikel aan hem toegekende rechten geldend maakt, ter zake bijstand heeft verleend of een klacht hierover heeft ingediend.

ARTIKEL IV WIJZIGING VAN DE OVERGANGSWET NIEUW BURGERLIJK WETBOEK

Na artikel 226 Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 227

De Wet implementatie EU-richtlijn transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden is, met uitzondering van artikel 655, lid 10, van Boek 7 van toepassing vanaf het moment van inwerkingtreding van deze wet.

ARTIKEL V INWERKINGTREDING

Deze wet treedt in werking met ingang van 1 augustus 2022.

ARTIKEL VI CITEERTITEL

Deze wet wordt aangehaald als: Wet implementatie EU-richtlijn transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.histnoot

Gegeven te ’s-Gravenhage, 22 juni 2022

Willem-Alexander

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, C.E.G. van Gennip

De Minister voor Rechtsbescherming, F.M. Weerwind

Uitgegeven de zesde juli 2022

De Minister van Justitie en Veiligheid, D. Yeşilgöz-Zegerius

XHistnoot histnoot

Kamerstuk 35 962


 
 
 

3.

Meer informatie

 

4.

Parlementaire Monitor

Met de Parlementaire Monitor volgt u alle parlementaire dossiers die voor u van belang zijn en bent u op de hoogte van alles wat er speelt in die dossiers. Helaas kunnen wij geen nieuwe gebruikers aansluiten, deze dienst zal over enige tijd de werkzaamheden staken.