Brief regering; Beleidsreactie op het rapport "Wapenbezit door sportschutters" door de Onderzoeksraad voor de Veiligheid - Wapen en munitiebezit

Deze brief is onder nr. 2 toegevoegd aan dossier 33033 - Onderzoek naar beheersing wapen- en munitiebezit.

1.

Kerngegevens

Officiële titel Wapen en munitiebezit; Brief regering; Beleidsreactie op het rapport "Wapenbezit door sportschutters" door de Onderzoeksraad voor de Veiligheid
Document­datum 01-11-2011
Publicatie­datum 01-11-2011
Nummer KST330332
Kenmerk 33033, nr. 2
Externe link origineel bericht
Originele document in PDF

2.

Tekst

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Vergaderjaar 2011–2012

33 033

Wapen en munitiebezit

Nr. 2

BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 27 oktober 2011

Ik heb uw Kamer op 12 april1 bericht dat de Onderzoeksraad voor de Veiligheid (hierna de Onderzoeksraad) op mijn verzoek een onderzoek in zou stellen naar het Nederlandse systeem ter beheersing van het legaal wapenbezit en vast te stellen of het systeem voldoende functioneert en heeft gefunctioneerd in relatie tot de dramatische gebeurtenissen in Alphen aan den Rijn op zaterdag 9 april 2011. Op 29 september 20112 heb ik uw Kamer het rapport van de Onderzoeksraad gezonden en aangegeven dat de voor u liggende beleidsreactie zou volgen. Deze bied ik u mede namens mijn ambtgenote van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) aan.

Het ernstige schietincident in Alphen aan den Rijn, gepleegd met legale wapens, heeft heel Nederland geschokt. De dramatische gevolgen zijn voor direct getroffenen, familie, vrienden en hulpverleners dagelijks voelbaar. Herhaling moet worden voorkomen. In deze beleidsreactie geef ik aan welke maatregelen ik hiertoe zal nemen.

De conclusies van de Onderzoeksraad

1  Tweede Kamer, vergaderjaar 2010–2011,

32 739, nr. 1.

2  Tweede Kamer, vergaderjaar 2010–2011,

33 033, nr. 1.

De Onderzoeksraad benadrukt dat de schutter in Alphen aan den Rijn op 9 april 2011 misbruik maakte van vuurwapens waarvoor hij een vergunning had verkregen om de schietsport te kunnen beoefenen. De Onderzoeksraad stelt daarom de vraag centraal: «Waarom wordt vrees voor misbruik in het stelsel ter beheersing van legaal wapenbezit in sommige gevallen niet onderkend?» De conclusie van de Onderzoeksraad luidt als volgt: «Het Nederlandse stelsel van legaal wapenbezit is in opzet geschikt om ervoor te zorgen dat legale wapens alleen in handen komen van degenen die met een dergelijke verantwoordelijkheid om kunnen gaan. Het stelsel, met inbegrip van de uitvoering, kent echter een aantal zwakke plekken.» (p. 6). «De inrichting van het stelsel waarborgt niet dat instanties die moeten bepalen of er vrees is voor misbruik, daadwerkelijk kunnen beschikken over de informatie die daartoe nodig is.» (p. 79).

Kortheidshalve verwijs ik voor de overige conclusies naar het rapport van de Onderzoeksraad.

De versterking van het stelsel ter beheersing van het legaal wapenbezit

Mijn ambtgenote van VWS en ik onderschrijven de lezing van de Onderzoeksraad. Niet de vraag of maar hoe de aanbevelingen en aandachtspunten uit het rapport in samenhang moeten worden uitgevoerd is voor ons leidend. Hierbij geef ik u aan welke maatregelen ik nu zal nemen om het stelsel te versterken. Voor de uitvoering van deze maatregelen heb ik binnen mijn ministerie een projectorganisatie opgericht.

Doel van de versterking van het stelsel is er beter dan voorheen voor te zorgen dat legale wapens alleen in het bezit komen van degenen die aan kunnen tonen met een dergelijke verantwoordelijkheid om te kunnen gaan. Hierbij vind ik drie zaken van groot belang. Ten eerste zal de aanvrager van een wapenverlof zelf aan dienen te tonen dat zij of hij in staat is om de verantwoordelijkheid die met dit bezit gepaard gaat, te kunnen dragen. Ten tweede zal de politie zijn taak als verlofverlener, handhaver en toezichthouder actiever vorm moeten geven. Daarbij is het nodig dat de politie kan beschikken over de informatie die nodig is om het risico op misbruik te kunnen wegen ten opzichte van het redelijk belang voor het bezitten van een wapen ter serieuze beoefening van de schietsport. Voor het maken van deze weging en voor het inzetten van de beschikbare capaciteit, is het van belang om te werken met risicoinschattingen. Ten derde zal ik ervoor zorgen dat ik als minister van Veiligheid en Justitie nadrukkelijker en directer dan voorheen toe kan zien op de goede werking van een versterkt stelsel. Deze drie hoofdpunten zijn hieronder nader uitgewerkt.

  • 1. 
    Grotere verantwoordelijkheid aanvrager

De Onderzoeksraad stelt voor om de verantwoordelijkheid van de aanvrager groter te maken door te komen tot een «omkering van de bewijslast». Opzet is om de belanghebbende te verplichten meer inzicht te verschaffen in zaken over zijn persoonlijke situatie die relevant zijn voor de beoordeling of er sprake is van vrees voor misbruik. «Niet de politie moet aantonen dat hij ongeschikt is, maar de aanvrager moet aantonen dat hij wel geschikt is. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een verklaring van een arts, een psychologische test of een verklaring van huisgenoten.» (p. 85).

Vuurwapens zijn in Nederland verboden. Slechts om een beperkt aantal redenen staan wij het bezit van deze wapens toe. Het gevaar dat met ieder vuurwapen gepaard gaat, stelt hoge eisen aan degenen die voor het bezit van een vuurwapen in aanmerking willen komen. Een van de hoofdpunten van de stelselversterking die ik daarom uit zal voeren is de bedoelde «omkering van de bewijslast». Dit betekent dat er een uitgebreide en actieve informatieplicht komt te liggen bij de aanvrager van een verlof tot het bezitten van een vuurwapen. Ik onderzoek met mijn collega van VWS welke (medische) informatie op welke wijze bij de aanvraag door de aanvrager moet worden overlegd en hoe beoordeeld kan worden dat die informatie correct en relevant is voor de beoordeling van die aanvraag.

Naast de aanvrager zelf, is er een aantal partijen binnen het stelsel dat een grote rol heeft of kan krijgen bij het leveren van informatie ten behoeve van het beoordelen door de politie of een persoon de verantwoordelijkheid kan dragen om over een wapen te beschikken. Schietverenigingen en de Koninklijk Nederlandse Schutters Associatie (KNSA) hebben nu al een belangrijke rol. Behandelaren binnen de geestelijke gezondheidszorg zijn betrokken waar ze bepaalde situaties bij de politie melden. Hieronder heb ik aangegeven hoe ik de rol van deze partijen zie waar het gaat om het aanleveren van informatie ter beoordeling van vrees voor misbruik.

Schietverenigingen en de Koninklijk Nederlandse Schutters Associatie (KNSA)

De KNSA heeft aangegeven maatregelen te zullen nemen. Ten eerste is er op 26 september 2011 een meldpunt ingericht waar personen of instanties aan de KNSA hun zorgen over een verlofhouder en/of lid van een schietvereniging kunnen melden. Ten tweede zal de KNSA zijn kennis op het gebied van veiligheid, training, besturen en het balloteren van leden beter delen met schietverenigingen door middel van een opleiding voor verenigingsbestuurders. Ten derde zal de KNSA, samen met haar leden, een systeem ontwikkelen en een logistieke organisatie opzetten die het toezicht op de naleving van de KNSA richtlijnen verbetert.

Ik zal in overleg treden met de KNSA over het versterken van hun rol bij nadere certificering van schietverenigingen. Hiermee wil ik bereiken dat Nederland alleenkwalitatief hoogwaardige schietverenigingen kent die aantoonbaar de persoonlijke situatie van de verlofhouder kennen en waar nodig handelend optreden. De eis die zal worden gesteld aan wapenver-lofhouders is dat zij lid zijn van een dergelijke vereniging. Ik zal toezien op de implementatie van de bovengenoemde punten en uw Kamer medio 2012 over de voortgang berichten.

De geestelijke gezondheidszorg en VWS

De gebeurtenissen in Alphen aan de Rijn en het handelen van de geestelijke gezondheidszorg hierbij, raken aan het vraagstuk van het beroepsgeheim. Het beroepsgeheim is vastgelegd in de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG) en diverse andere wetten. Het biedt bescherming van de gegevens van patiënten in het belang van de behandelrelatie. Daarnaast dient het om de toegankelijkheid van de zorg te waarborgen. Het beroepsgeheim kan alleen in uitzonderlijke gevallen doorbroken worden. In dat geval moet de beroepsbeoefenaar een afweging van belangen maken. Voor het maken van de belangenafweging heeft de KNMG een richtlijn opgesteld «Beroepsgeheim arts jegens politie en justitie». Hierin wordt aangegeven wanneer doorbreking van het beroepsgeheim aan de orde zou kunnen zijn. Binnen GGZ Nederland is het initiatief genomen voor de ontwikkeling van een meldcode met inachtneming van de bestaande KNMG richtlijn en het bestaande wettelijk kader. Deze meldcode is bedoeld voor alle professionals in de GGZ sector om te verhelderen welke aanleidingen en welke mogelijkheden er zijn te melden bij politie/justitie bij (dreigend) gevaarlijke situaties. De verwachting is dat de meldcode in het voorjaar van 2012 wordt opgeleverd. Mijn ambtgenote van VWS zal de ontwikkelingen hieromtrent nauwlettend volgen.

Daarnaast zal door VWS in het kader van de evaluatie van de Wet BIG het medisch beroepsgeheim in brede zin onderzocht worden. Dit naar aanleiding van fraudezaken in de zorg en tevens de gebeurtenissen in Alphen aan de Rijn. Het onderzoek zal onder andere een inventarisatie inhouden onder welke omstandigheden het momenteel mogelijk is om het beroepsgeheim te doorbreken en of en zo ja, in hoeverre sprake is van knelpunten of onduidelijkheden. Gelet op de fundamentele betekenis van het beroepsgeheim voor de gezondheidszorg kan pas een standpunt hierover ingenomen worden door VWS na een integrale afweging. Een dergelijk standpunt zal mijn ambtgenote van VWS begin 2012 aan uw Kamer sturen.

  • 2. 
    Actievere rol politie en gerichte capaciteitsinzet door risico inschatting

De Onderzoeksraad geeft aan dat de bureaus bijzondere wetten zich bij het beoordelen van een aanvraag voornamelijk baseren op informatie uit de voor hen toegankelijke systemen. «De verlofverlening is verworden tot een mechanische, administratieve handeling.» (p. 81). Dat is te kwetsbaar. De afweging dient gemaakt te worden op een actieve, breed geïnformeerde en betrokken wijze. Om die reden hebben de korpsen direct na 9 april de hieronder uiteengezette acties ondernomen ter verdere professionalisering van de uitvoering van de taken in het kader van de WWM.

Ingezette acties

Er zijn na 9 april maatregelen genomen om de uitvoering bij de bureaus bijzondere wetten te intensiveren. Sinds een aantal maanden wordt binnen de korpsen een instructie toegepast waardoor er een verscherpte check in de systemen en extra huiscontroles worden uitgevoerd zodra er signalen zijn vanuit de omgeving van een verlofaanvrager c.q. -houder die vrees voor misbruik kunnen opleveren. De medewerkers van alle bureaus bijzondere wetten worden geïnstrueerd hoe ze dergelijke signalen dienen te vertalen in een motivering van vrees voor misbruik die past binnen de juridische kaders van de WWM en de Algemene wet bestuursrecht.

Ik heb u in mijn brief van 12 april toegezegd dat binnen alle korpsen een extra screening van wapenverloven zal plaatsvinden. Op basis van risico-indicatoren zijn alle gevallen waarin de beschikbare informatie aanleiding zou kunnen geven tot vrees voor misbruik tegen het licht gehouden. Dat heeft tot dusverre in vijftien gevallen geleid tot intrekking van een wapenverlof en inbeslagname van het vuurwapen. Een aantal dossiers wordt momenteel opnieuw beoordeeld. U wordt medio november 2011 over de uitkomsten geïnformeerd.

Aanvullende maatregelen

Hierbij zal het niet blijven. Ik ben van mening dat een verdere professionalisering noodzakelijk is als het gaat om de uitoefening van de taken in het kader van de WWM.

De kwaliteit van de verlofverlening, het toezicht en de handhaving zullen mede op basis van risicoanalysemodellen worden verbeterd. Dat betekent dat de risico-indicatoren een belangrijke rol gaan spelen bij de screening van verlofhouders en bij thuiscontroles. De kennisontwikkeling over misbruik indicatoren waar het gaat om de bestrijding van lone wolfs binnen het project aanpak solistische dreigers (NCTV) zal hierin worden meegenomen. De eerste literatuurstudies bieden inzichten in bijvoorbeeld motieven, belevingswereld en zogenaamde triggers. U bent hierover door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties geïnformeerd1. VWS neemt deel aan dit project. Kern van deze gezamenlijke en integrale aanpak is het vroegtijdig signaleren van solistische dreigers.

Met de Onderzoeksraad ben ik van mening dat met een risico gestuurde controle en een efficiënte inzet van capaciteit, een doeltreffende werkwijze kan worden bereikt. Eerder genoemd risicoanalysemodel zal de politieambtenaren die met de controles zijn belast faciliteren in het gerichter

1 Tweede Kamer, vergaderjaar 2010–2011,

29 754 nr. 206                                                uitvoeren van die thuiscontroles. Dit betekent dat er controles plaats zullen vinden op basis van een risico inschatting waarbij verlofhouders met een hoger risico vaker wordt gecontroleerd dan een verlofhouder met een lager risico. Ik ben mij ervan bewust dat ik met dit standpunt afwijk van de regeling die is opgenomen in het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet wapens en munitie1, dat onlangs is aanvaard door de Eerste Kamer, waarin een jaarlijkse controle op het verstrekte verlof verplicht wordt gesteld. De inwerkingtredingsbepaling van dit wetsvoorstel maakt het mogelijk om dit onderdeel voorlopig niet in werking te laten treden. Ik ben voornemens om hiervan gebruik te maken teneinde de aanbevelingen van de Onderzoeksraad op te kunnen volgen

De korpsleiding zal nadrukkelijker zijn verantwoordelijkheid dienen te nemen bij de uitvoering van de verlofverlening. De informatiebehoefte voor deze verbeterde sturing op korpsniveau wordt geïnventariseerd. Vervolgens zal worden besloten over verbeteringen in het bestaande systeem zodat dit landelijk kan worden gebruikt.

Leges

De politie levert aan de groep bezitters van legale wapens een bijzondere dienst als verlofverlener, toezichthouder en handhaver. Ik ben van mening dat de kosten die gepaard gaan met deze extra dienst, daar dienen te liggen waar de gunst genoten wordt. De hoogte van de leges dient compensatie te bieden voor de geleverde extra diensten door de politie aan deze specifieke groep. De leges zullen daar op worden aangepast.

  • 3. 
    Maatregelen door de minister van Veiligheid en Justitie

De Onderzoeksraad heeft aangegeven dat er problemen in het stelsel niet zijn opgelost omdat de minister ven Veiligheid en Justitie op te grote afstand staat van de uitvoering door de politie en de KNSA. Door middel van een aantal maatregelen zal ik de afstand, die ik ook zelf voel, verkleinen tot de uitvoering van het stelsel. Daarbij zal ik maatregelen nemen om inzicht te krijgen en houden in de werking van het stelsel. Ook zal ik een aantal maatregelen nemen die naar mijn mening het stelsel zullen versterken.

Korpscheftaken in het kader van de WWM bij de nationale politie

Een van de belangrijkste maatregelen zal bestaan uit het zeer zorgvuldig uitwerken van de korpscheftaken in het kader van de WWM binnen het kader van de nationale politie. Ik zal de kwartiermaker hiertoe nader opdracht geven. In ieder geval zullen kwaliteit, eenduidigheid en efficiëntie van werkprocessen, systematische kennisontwikkeling en informatiehuishouding binnen de toekomstige regionale eenheden dienen te worden geborgd.

Strengere controle aan de poort

Iedereen die over een wapen wil beschikken, dient lid te zijn van een schietvereniging. Het is mijn doel om hogere eisen te stellen aan personen die lid willen worden van een schietvereniging. Ik maak hiermee de toegang tot de schietsport strenger. Ik zal de VOG die momenteel voorgeschreven is, nader bezien. Mijn ambtgenote van VWS en ik bezien verder de mogelijkheid om een medische verklaring te laten overleggen bij zowel de VOG als latere vergunningverlening.

32 206, Artikel I, onderdeel J, vierde lid

Aanscherping vergunningverlening en toelating wapentypes

Ik zal in samenwerking met de KNSA, de politie en het ministerie van VWS de vergunningverlening aanscherpen waar het gaat om de weging van aan de ene kant het redelijk belang voor het bezitten van een wapen voor de serieuze beoefening van de schietsport en aan de andere kant het gevaar dat ieder wapen potentieel oplevert voor de samenleving. Ik wil hiermee bijvoorbeeld voorkomen dat relatief jonge of onervaren mensen zware legaal verkrijgbare handvuurwapens en aanvalsgeweren in bezit kunnen hebben.

Dat betekent allereerst dat glashelder en aantoonbaar dient te zijn wanneer er sprake is van serieuze beoefening van de schietsport, zodat dit door de politie streng kan worden getoetst. Alleen bij het serieus beoefenen van de sport (bijvoorbeeld aan te tonen door wedstrijd-deelname) kan een redelijk belang bestaan om daarvoor benodigde wapens te hebben.

Het type geweer waarmee Van der V. geschoten heeft in winkelcentrum De Ridderhof wordt gebruikt voor de dynamische schietsport. Ik ben met de KNSA in overleg om de dynamische disciplines zodanig te reglementeren dat wapens kunnen worden geweerd met een onnodig agressieve uitstraling, zoals het type geweer dat Van der V. gebruikte. Over de uitkomsten van dit overleg zal ik uw Kamer in februari 2012 informeren.

Tenslotte zal ik de verlofverlening aanscherpen door wapens gefaseerd toe te staan aan beginners en/of jongeren in de schietsport. Er zal dan een opbouw zijn in wapentypes die in het bezit mogen zijn van sportschutters waarbij noodzaak, ervaring en leeftijd belangrijke criteria zijn.

Inzicht in de werking van het stelsel

Ik zal borgen dat het gehele stelsel ter beheersing van het legaal wapenbezit regelmatig wordt geëvalueerd op basis van systematische informatie. Hiermee zal ik erop toezien dat het stelsel toekomstbestendig en zo veilig mogelijk is. Over de werking van het stelsel zal ik mij op de hoogte laten houden door in ieder geval de IOOV tweejaarlijks aan mij te laten rapporteren over de taakuitoefening van de politie in het kader van de WWM. Daarnaast zal ik een vierjaarlijkse evaluatie van het brede stelsel laten uitvoeren, tenzij er tussentijds aanleiding toe is. Ik plan de eerste evaluatie eind 2013. Uw Kamer zal over de uitkomsten hiervan worden geïnformeerd.

Commercie en schietsport

Ik deel de visie van de Onderzoeksraad dat er belangentegenstelling kan ontstaan tussen commercieel belang en andere belangen, waaronder de veiligheid van de schietsport. Ik geef graag gehoor aan de oproep van de Onderzoeksraad om deze relatie nader te onderzoeken. Ik zal dit samen met mijn ambtgenote van VWS oppakken.

Opslag en vervoer

Er is in de nasleep van het schietincident in Alphen aan den Rijn veel discussie geweest hoe wapens en munitie op te slaan. Bij nadere bestudering blijkt er niet een eenvoudige oplossing voor handen. Daarom zal ik in samenwerking met de KNSA en de politie een onafhankelijk onderzoek uit laten voeren over de voor en nadelen van het huidige systeem van het opslaan van wapens in legaal bezit. De uitkomsten verwacht ik in de loop van 2012 aan uw Kamer aan te kunnen bieden.

Wettelijke grondslag

Voor een aantal van de voorgestelde maatregelen zoals de actieve informatieplicht van de aanvrager, is een wettelijke grondslag vereist. Ik start een wetgevingstraject tot wijziging van de Wet wapens en munitie. Het wetsvoorstel zal verder, zoals de Onderzoeksraad adviseert, worden voorzien van een evaluatiebepaling.

Medio 2012 wordt uw Kamer geïnformeerd over de voortgang van de in de deze brief voorgestelde maatregelen die onder aansturing van de door mij ingestelde projectorganisatie zullen worden uitgevoerd.

De minister van Veiligheid en Justitie, I. W. Opstelten


 
 
 

3.

Meer informatie

 

4.

Parlementaire Monitor

Met de Parlementaire Monitor volgt u alle parlementaire dossiers die voor u van belang zijn en bent u op de hoogte van alles wat er speelt in die dossiers. Helaas kunnen wij geen nieuwe gebruikers aansluiten, deze dienst zal over enige tijd de werkzaamheden staken.