Brief regering; Kabinetsreactie op de mededeling van de Europese Commissie over de toekomst van de handelspolitiek - Buitenlands beleid en handelspolitiek

Deze brief is onder nr. 3 toegevoegd aan dossier 31985 - Buitenlands beleid en handelspolitiek.

1.

Kerngegevens

Officiële titel Buitenlands beleid en handelspolitiek; Brief regering; Kabinetsreactie op de mededeling van de Europese Commissie over de toekomst van de handelspolitiek
Document­datum 14-02-2011
Publicatie­datum 14-02-2011
Nummer KST319853
Kenmerk 31985, nr. 3
Externe link originele PDF
Originele document in PDF

2.

Tekst

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Vergaderjaar 2010–2011

31 985

Buitenlands beleid en handelspolitiek

Nr. 3

BRIEF VAN DE MINISTER EN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 2 februari 2011

Op 9 november jl. verscheen de mededeling van de Europese Commissie over de rol van handelspolitiek in de EU 2020-strategie. De staatssecretaris heeft hierover op 10 november jl. informeel van gedachten gewisseld met mijn Europese collegas tijdens een informeel handelsdiner. In deze brief treft u de reactie van het kabinet op deze mededeling aan.

Begin 2010 heeft de Europese Commissie in haar mededeling «Europa 2020: Een strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei» de EU koers voor de nabije toekomst uitgezet. Economisch herstel en innovatie zijn belangrijke pijlers onder de EU 2020-strategie. Daarnaast is er ook voor internationale handel een grote rol weggelegd in de wijze waarop Europa uit de economische crisis kan komen en de drievoudige doelstelling van slimme, duurzame en inclusieve groei vorm kan geven. De nu verschenen mededeling gaat uitgebreid in op het Europese handelsbeleid voor de komende jaren en de wijze waarop handel aan de doelen uit de EU 2020-strategie kan bijdragen.

Handel als motor voor groei en ontwikkeling

Zeer terecht stelt de Commissie dat internationale handel een drijvende kracht is achter economische groei. Telkens opnieuw laten onderzoeken zien dat open economieën welvarender zijn en dat protectionisme een ernstige rem vormt op economische ontwikkeling op de lange termijn. Maar ook voor consumenten en de arbeidsmarkt betekent verdere marktopening vooral goed nieuws: meer, betere en goedkopere producten en meer en beter betaalde banen. Nederland is bij uitstek een voorbeeld van een land waar we dagelijks om ons heen de voordelen ervaren van een open economie. Met de laagste werkloosheid van Europa, de grootste instroom van buitenlandse investeringen en een disproportioneel groot aandeel in de Europese handel tonen wij aan dat het loont om niet met de rug naar de rest van de wereld te gaan staan. Integendeel zelfs. De

regering is daarom zeer verheugd over de nadrukkelijke keuze voor verdere marktopening die de Commissie in de mededeling centraal stelt.

Onderhandelingen: multilateraal eerst, bilateraal als aanvulling

Een goed functionerend en op regels gebaseerd multilateraal handelssysteem is essentieel voor succesvol internationaal zakendoen. Het WTO-systeem is hiervoor onze belangrijkste houvast. In de afgelopen twee jaar heeft de WTO ondanks de stagnatie in de lopende onderhandelingen over de Doha Development Agenda (DDA) zijn waarde bewezen. In tegenstelling tot wat eerdere economische crises te zien gaven, is er door landen slechts in beperkte mate gegrepen naar protectionisme en handelsbeperkende maatregelen. Hierdoor kunnen we nu weer sneller de weg vooruit inslaan en komt de internationale handel in relatief korte tijd weer terug op het niveau van voor de crisis.

Daarmee zijn we er natuurlijk nog niet. Terecht onderstreept de Commissie het belang van een spoedige afronding van de DDA. Een akkoord over de Doha-agenda brengt economische winst met zich mee, zowel voor Nederland en de EU als ook voor ontwikkelingslanden. Bovendien bevestigt een dergelijk akkoord de centrale rol van de WTO in het internationale handelssysteem en perkt het de ruimte in om handels-beperkende maatregelen te nemen, nu en in de toekomst. De regering zal inzetten op een zo actief mogelijke rol van de Europese Unie in het afronden van de Doha ronde.

Naast de DDA onderhandelt de EU op dit moment met tal van landen over bilaterale vrijhandelsakkoorden. Nederland steunt de inzet van de Commissie in vrijhandelsbesprekingen met belangrijke economische partners als India, Canada, Mercosur en Singapore. Ook de ambitie om de onderhandelingen met de ASEAN-landen, in de eerste plaats Singapore en Maleisië, uit te breiden en af te ronden kan op Nederlandse steun rekenen. Gezien het feit dat een groot deel van de wereldwijde economische groei in de komende decennia uit Azië zal komen, is de nadruk op deze regio belangrijk.

De mededeling ziet bilaterale onderhandelingen als een aanvulling op het multilaterale spoor en zelfs als een stimulans: «liberalisation fuels liberalisation», aldus de Commissie. Dat gaat echter niet vanzelf. Nederland blijft daarom het belang benadrukken van bilaterale akkoorden die nadrukkelijk de mogelijkheid in zich dragen om gaandeweg uitgebreid te worden, of opgenomen te worden in multilaterale akkoorden. In elke onderhandeling moet de EU scherp in de gaten houden dat de gemaakte afspraken geen hinderpaal kunnen vormen voor overeenstemming op multilateraal vlak. Alleen dan vullen beide sporen elkaar aan.

Handelspolitiek als Europese competentie: assertiviteit en keuzes nodig

In haar mededeling geeft de Commissie, voor het eerst sinds de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon, een visie op de toekomst van de Europese handelspolitiek. De regering vindt het belangrijk om in deze reactie aandacht te hebben voor de gevolgen die «Lissabon» heeft voor het handelspolitieke optreden van Nederland in Brussel. Internationale handel is een Europees beleidsterrein en leent zich bij uitstek voor een communautaire benadering. Maar de versterkte rol van de Commissie en de toegenomen invloed van het Europees Parlement vragen ook om een andere en scherpere inzet vanuit Nederland. Nog meer dan in het verleden is het van cruciaal belang dat Nederland in een vroeg stadium inzicht heeft in de eigen belangen en deze pro-actief in Brussel agendeert. Dat vraagt veel van een kleiner wordende overheid; maar het vraagt zeker ook meer van alle andere belanghebbenden: bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties, vakbonden en andere instellingen dienen zich hiervan bewust te zijn.

Niet in de laatste plaats betekent dit ook een veranderende insteek voor uw Kamer. De Nederlandse inzet wordt in samenspraak met de Kamer bepaald. In het complexe Europese handelspolitieke spel post Lissabon, zal Nederland alleen succesvol kunnen opereren wanneer we tijdig kiezen voor een beperkt aantal prioriteiten.

Korte termijn verliezers helpen, maar niet ten koste van de grote voordelen

Het verder vrijmaken van de internationale handel brengt aanpassings-kosten met zich mee: het verdwijnen of veranderen van arbeidsplaatsen en de verschuiving van aandacht naar andere economische sectoren, kan voor werknemers en bedrijven grote consequenties hebben. Nederland is verheugd dat de Commissie in haar mededeling uitgebreid stilstaat bij de noodzaak om burgers en bedrijven te ondersteunen in dit aanpassingsproces. Met behulp van scholing, sociaal en arbeidsmarktbeleid dienen overheden iedereen het perspectief te bieden om van veranderingen te kunnen profiteren. Het Europese globaliseringsfonds is een voorbeeld van de rol die de EU op dit terrein kan spelen. Subsidiariteit dient echter ook op dit terrein centraal te staan: voor Europa is geen grote rol weggelegd, omdat het leeuwendeel van de maatregelen op deze terreinen op nationaal niveau genomen kunnen worden.

Het is toe te juichen dat de Commissie in haar mededeling aangeeft dat de brede winst die met liberalisering gepaard gaat, beduidend groter is dan de korte termijn kosten van verandering. In het publieke debat over internationale handel worden de voordelen nog te vaak overschaduwd door de nadelige gevolgen die individuele werknemers of bedrijven van liberalisering ondervinden. Het staat buiten kijf dat die gevolgen in individuele gevallen zeer ingrijpend zijn, en in die gevallen is de overheid mede verantwoordelijk voor het aanpassingsproces. Maar dergelijke individuele gevallen zijn geen reden om de bredere agenda gericht op handel en groei in twijfel te trekken.

Duurzame groei

Ook het onderwerp duurzaamheid krijgt de nodige aandacht in de mededeling. Terecht. Handel kan en moet een bijdrage leveren aan de economische agenda van de toekomst en daarin hebben duurzaamheid en vergroening een centrale plaats. Aandacht voor maatschappelijke vraagstukken in de context van handel is van belang voor het vergroten van het maatschappelijke draagvlak voor het multilaterale handelsstelsel. Nederland hecht grote waarde aan green growth. Op handelsvlak gaat het dan met name om de initiatieven voor het vrijmaken van de handel in milieugoederen, duurzaamheidsbepalingen in vrijhandelsakkoorden en het bevorderen van duurzaamheid in handelsketens. De Commissie merkt terecht op dat handelsbeperkende maatregelen hiervoor niet het meest aangewezen instrument zijn1. De huidige economische situatie moet als een kans voor vergroening aangegrepen worden en Nederland zal er daarom scherp op toezien dat de groene ambities van Europa op handelsterrein de komende jaren handen en voeten krijgen.

Niet tarifaire belemmeringen

1 Dit sluit aan bij de Nederlande inzet zoals verwoord in de kabinetsvisie «Handel en

Terecht besteedt de Commissie uitgebreid aandacht aan niet-tarifaire non-trade concerns» (26 485, nr. 68).                   belemmeringen. Zeker nu wereldwijde tarieven steeds lager worden als gevolg van unilaterale verlagingen, bilaterale onderhandelingen en in nog belangrijkere mate bij afsluiting van de Doha-ronde neemt het belang van niet-tarifaire belemmeringen steeds verder toe. Standaarden en productspecifieke regels zorgen er nog te vaak voor dat markten die formeel open zijn, toch niet toegankelijk blijken voor Nederlandse exporteurs. Met name in de handel met belangrijke partners als de VS en China dient het wegnemen van dit soort belemmeringen prioriteit te krijgen. De Commissie deelt deze prioriteit en steekt daarbij voorzichtig de hand in eigen boezem: ook op de Europese markt bestaan nog te veel niet-tarifaire belemmeringen. Nederland zet daarom in op een parallelle inzet, waarin het wederzijds opheffen van barrières prioriteit moet krijgen. Het wegnemen van niet-tarifaire belemmeringen zal ook bijdragen aan de toegang van ontwikkelingslanden tot ontwikkelde markten.

Grondstoffen

Grondstoffen vormen meer en meer een thema in het debat over internationale handel, en hebben ook een plaats gekregen in de mededeling. De Commissie onderstreept het strategische belang van de toegang tot grondstoffen voor het concurrentievermogen van de Europese economie. In 2008 heeft de Commissie een grondstoffenstra-tegie opgesteld, die in de komende tijd verder zal worden uitgewerkt. Nederland steunt de inzet van de Commissie. Europa dient zich in te zetten om de toegang tot en de beschikbaarheid van grondstoffen veilig te stellen, op een zodanige manier dat de Europese concurrentiekracht wordt versterkt en de voorzieningszekerheid gewaarborgd is. Het is daarbij van belang dat de EU binnen de internationale handelsspelregels blijft opereren en restricties in de grondstoffenhandel tegengaat. Dialoog met strategische partners, zowel importeurs als exporteurs, is hiervoor de aangewezen weg.

Handel en ontwikkeling

Al in haar mededeling over «Global Europe» uit 2006 heeft de Europese Commissie aangegeven dat handel integraal onderdeel uitmaakt van groei in ontwikkelingslanden. Het Algemeen Preferentieel Stelsel (APS) is bij uitstek een middel dat beoogt de kansen van ontwikkelingslanden op de wereldmarkt te vergroten, door gunstigere toegang tot de Europese markt te bieden. In 2011 zal de Commissie de aftrap geven voor de hervorming van het APS-instrument, waar ook het APS+ en Everything But Arms onder vallen. Nederland hecht grote waarde aan deze instrumenten en zet actief in op aanpassing, zoals uitbreiding van de tarief-lijnen. Ook wil Nederland dat de Europese Commissie onderzoekt in hoeverre een aangepaste graduatie van landen of sectoren kan bijdragen aan armoedereductie. Daarnaast wil de regering de effectiviteit van de speciale regeling voor duurzame ontwikkeling (APS+) vergroten door landen doorlopend te laten toetreden, en meer helderheid te creëren rondom de effectieve implementatie van de voorwaarden die hiervoor gelden.

Naast hervorming van het APS zal de Commissie een bredere visie op handel en ontwikkeling publiceren in 2011. Zeker in de huidige economische crisis, waarin de budgetten voor ontwikkelingssamenwerking in een aantal landen onder druk staan, biedt deze mededeling een uitgelezen kans om handel een meer centrale rol te geven bij het bevorderen van duurzame groei en welvaart in de armste landen. Het «aid for trade» instrument is wat Nederland betreft een voorbeeld van de positieve bijdrage die handel kan leveren. Door het verminderen van de barrières aan de aanbodszijde worden ontwikkelingslanden in staat gesteld om ook echt gebruik te maken van de kansen die het wereldhandelsysteem biedt.

Nederland zal haar Aid for Trade beleid de komende jaren sterker focussen, waarbij speciaal wordt gericht op die sectoren waar Nederland sterk in is.

Overheidsaanbestedingen

In de aanloop naar de publicatie van deze mededeling heeft de Commissie een groot aantal belanghebbenden geconsulteerd. Nederland heeft in zijn bijdrage nadrukkelijk aandacht gevraagd voor de rol van overheidsaanbestedingen. Nog te vaak zijn buitenlandse markten voor overheidsaanbestedingen gesloten voor Europese bedrijven. De mededeling gaat uitgebreid in op dit onderwerp en de Commissie kondigt aan in 2011 met wetgevingsvoorstellen te zullen komen voor een EU-instrument gericht op betere toegang tot overheidsaanbestedingen in ontwikkelde en opkomende economieën. De regering steunt dit idee, maar zal scherp zijn op de suggesties die de Commissie doet om hier en reciprociteitsmecha-nisme in op te nemen. Natuurlijk is het goed om druk uit te oefenen op derde landen om hun aanbestedingsmarkten open te stellen, maar we moeten een goede afweging maken van de economische kosten en baten om te voorkomen dat we in onze eigen voet schieten.

De Commissie zet met deze Mededeling een handelsagenda voor de EU neer waarmee Nederland de komende jaren goed vooruit kan. Open internationale handel speelt een cruciale rol in het economisch herstel van Europa en van Nederland. Het is van groot belang dat handelsliberalisering (via het multilaterale en het bilaterale spoor) centraal blijft staan in het EU handelsbeleid om zo het concurrentievermogen van het Europese bedrijfsleven te vergroten en consumenten meer keuze tegen een gunstigere prijs te bieden. Dat deze mededeling die kern versterkt door expliciet themas als niet- tarifaire barrières, duurzaamheid, grondstoffen en ontwikkeling aan de orde te stellen, juichen wij ten zeerste toe.

De minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, M. J. M. Verhagen

De staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, H. Bleker

BIJLAGE 1                                              CIJFERINFORMATIE NEDERLANDSE INVOER EN UITVOER

Tijdens het Algemeen Overleg van 24 maart 2010 over Industriebeleid en protectionisme is aan de Tweede Kamer nadere informatie toegezegd over cijfers en opbouw van de Nederlandse import en export bij een volgende brief over handelspolitiek. Onderstaand wordt aan die toezegging invulling gegeven.

Nederlandse goederenuitvoer

Totale Nederlandse goederenuitvoer 2009: 309 359 miljoen euro

Belangrijkste bestemmingen van Nederlandse export in 2009 in miljoenen euros:

  • 1. 
    Duitsland: 75 225 (24,3%)
  • 2. 
    België: 34 619 (11,2%)
  • 3. 
    Frankrijk: 27 484 (8,9%)
  • 4. 
    VK: 25,879 (8,4%)
  • 5. 
    Italië: 16 007 (5,2%)
  • 6. 
    VS: 13 928 (4,5%)

China: 4 589 (1,5%) India: 1 667 (0,5%) Brazilië: 1 109 (0,4%) Rusland: 4 419 (1,4%) Totaal BRIC: 3,8%

Belangrijkste categorieën in de goederenuitvoer, in miljoenen euros:

  • 1. 
    Machines en vervoermaterieel: 88 254
  • 2. 
    Chemische producten: 59 255
  • 3. 
    Voeding en levende dieren: 40 157
  • 4. 
    Minerale brandstoffen, smeermiddelen e.d. producten: 38 309
  • 5. 
    Diverse gefabriceerde goederen: 30 512

Goederenimport

Totale goedereninvoer 2009: 274 020 miljoen euro

Belangrijkste herkomst van onze import in 2009 in miljoenen euros:

  • 1. 
    Duitsland: 52 537 (19,2%)
  • 2. 
    België: 27 452 (10%)
  • 3. 
    VS: 22 995 (8,4%)
  • 4. 
    China: 21 948 (8%)
  • 5. 
    VK: 17 648 (6,4%)

India: 2 385 (0,9%) Brazilië: 3 893 (1,4%) Rusland: 9 628 (3,5%) Totaal BRIC: 13,8%

Belangrijkste categorieën in de goedereninvoer, in miljoenen euros:

  • 1. 
    Machines en vervoermaterieel: 82 967
  • 2. 
    Chemische producten: 43 960
  • 3. 
    Minerale brandstoffen, smeermiddelen e.d. producten: 42 970
  • 4. 
    Diverse gefabriceerde goederen: 33 829
  • 5. 
    Fabrikaten: 28 288

Grootste exporteurs ter wereld in 2009, in miljarden dollars en percentages

Rang

Land

Waarde

Aandeel

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10

China Duitsland VS Japan

Nederland

Frankrijk

Italië

België

Korea

VK

1 202 1 121 1 057 581 499 475 405 370 364 351

9,6 9,0 8,5 4,7

4 3,8 3,2

3 2,9 2,8

Grootste importeurs ter wereld in 2009, in miljarden dollars en percentages Rang                           Land                                                            Waarde

Aandeel

1 2 3 4

5 6 7 8 9

10

VS

China

Duitsland

Frankrijk

Japan

VK

Nederland

Italië

Hong Kong Retained imports Belgie

1 604 1 006 931 551 551 480 446 410 353 91 351

12,7 8 7,4 4,4 4,4 3,8 3,5 3.2 2,8 0,7 2,8

Bron: WTO World Trade Report 2010

 
 
 

3.

Meer informatie

 

4.

Parlementaire Monitor

Met de Parlementaire Monitor volgt u alle parlementaire dossiers die voor u van belang zijn en bent u op de hoogte van alles wat er speelt in die dossiers. Helaas kunnen wij geen nieuwe gebruikers aansluiten, deze dienst zal over enige tijd de werkzaamheden staken.